Wet van 28 oktober 2020, houdende wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen)
The State must fund certain schools and related partnerships under this section, and the Minister must set and use the funding amounts and calculation rules described here.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 13 Nov 2020
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 28 oktober 2020, houdende wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 28 oktober 2020, houdende wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen)
AI-assisted research summary: The State must fund certain schools and related partnerships under this section, and the Minister must set and use the funding amounts and calculation rules described here.
Staatsblad Wet van 28 oktober 2020, houdende wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: WIJZIGING VAN DE WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS A B Algemene bepalingen bekostiging scholen Het Rijk bekostigt met inachtneming van deze afdeling de scholen, bedoeld in afdeling I van titel II. C Algemene bepaling bekostiging samenwerkingsverbanden. Het Rijk bekostigt met inachtneming van deze afdeling samenwerkingsverbanden. D E Grondslag bekostiging personeel en exploitatie scholen F Bekostiging scholen en scholengemeenschappen 1. De bekostiging voor een school of scholengemeenschap bestaat uit: een bedrag per vestiging van de school of scholengemeenschap, indien de vestiging voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar het soort vestiging wat betreft het al dan niet in aanmerking komen voor bekostiging en de hoogte van het bedrag; en een bedrag per leerling, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar schoolsoort, leerjaar, leerweg of profiel. 2. Indien op één adres vestigingen van verschillende scholen of scholengemeenschappen van hetzelfde bevoegd gezag zijn gehuisvest, wordt aan iedere vestiging een deel van het bedrag per vestiging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, verstrekt naar rato van het aantal vestigingen op dat adres, rekening houdend met het soort vestiging. 3. De bekostiging is bestemd voor kosten voor personeel en exploitatie van een school. De bekostiging wordt per school of scholengemeenschap berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. 4. De bekostiging van de scholen wordt verstrekt voor: salarissen, toelagen, uitkeringen en vergoedingen voor het personeel; bijdragen voor het pensioen voor het personeel en dat van de nagelaten betrekkingen; de kosten van vervanging van het personeel, werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid, en uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet; onderhoud van het gebouw en het terrein; energie- en waterverbruik; middelen waaronder mede wordt verstaan lesmateriaal als bedoeld in artikel 6e; administratie, beheer en bestuur; loopbaanoriëntatie en -begeleiding; schoonmaken van het gebouw en het terrein; en publiekrechtelijke heffingen, met uitzondering van belastingen ter zake van onroerende zaken. Aanvullende bekostiging scholen met leerwegondersteunend onderwijs en scholen voor praktijkonderwijs 1. Een school of scholengemeenschap die op grond van artikel 70 dan wel artikel 17a1, tweede lid, in aanmerking komt voor bekostiging van leerwegondersteunend onderwijs ontvangt in aanvulling op de bekostiging, bedoeld in artikel 79, eerste lid, een bedrag voor bekostiging van personeelskosten en een bedrag voor bekostiging van exploitatiekosten per leerling voor wie het samenwerkingsverband heeft bepaald dat deze is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs. 2. Een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f, ontvangt in aanvulling op de bekostiging, bedoeld in artikel 79, eerste lid, een bedrag voor bekostiging van personeelskosten en een bedrag voor bekostiging van exploitatiekosten per leerling voor wie het samenwerkingsverband heeft bepaald dat deze toelaatbaar is tot het praktijkonderwijs. Bepalen van de hoogte van de bekostiging 1. Onze Minister stelt de hoogte van de bekostiging, bedoeld in de artikelen 79 en 79a, zodanig vast dat zij voldoet aan de redelijke behoeften van een in normale omstandigheden verkerende school. 2. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 oktober de bedragen, bedoeld in de artikelen 79, eerste lid, en 79a, vastgesteld en worden regels gesteld over de termijnen van de betaling daarvan. 3. De vastgestelde bedragen gelden voor het kalenderjaar volgend op het tijdstip van vaststelling. 4. Bij de vaststelling van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, of bij tussentijdse aanpassing van die bedragen, worden volgens bij ministeriële regeling te stellen regels loon- en prijsontwikkelingen verwerkt, tenzij de toestand van 's Rijks financiën zich daartegen verzet. Teldatum aantal leerlingen en vestigingen voor berekening bekostiging Bij het bepalen van de hoogte van de bekostiging, bedoeld in de artikel 79 en 79a, gaat Onze Minister, volgens daarover bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels, uit van het aantal leerlingen en het aantal en soort vestigingen van de school op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft. Verstrekken aanvullende bekostiging bij bijzondere ontwikkelingen 1. Indien bijzondere ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs daartoe aanleiding geven, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld over het verstrekken van aanvullende bekostiging. 2. Onze Minister kan in verband met de in het eerste lid bedoelde bekostiging een bekostigingsplafond vaststellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de verdeling. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het verstrekken van aanvullende bekostiging voor een scholengemeenschap met een hoofd- of nevenvestiging waaraan elk van de schoolsoorten, genoemd in artikel 5, onderdelen a tot en met c, wordt verzorgd. 4. De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Aanvraag en verstrekken aanvullende bekostiging bij bijzondere omstandigheden 1. Indien bijzondere omstandigheden van een school daartoe aanleiding geven, kan Onze Minister aanvullende bekostiging verstrekken. 2. De verstrekking vindt plaats: op aanvraag van het bevoegd gezag; indien nodig onder het verbinden van verplichtingen aan het bevoegd gezag aan de verstrekking; en voor een bepaalde periode. 3. De aanvraag wordt ingediend in het kalenderjaar waarin de bijzondere omstandigheden zich voordoen. Onze Minister beslist binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen vier maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis en noemt bij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 4. Onze Minister kan in verband met de in het eerste lid bedoelde bekostiging een bekostigingsplafond vaststellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de verdeling. G Grondslag bekostiging personeel en exploitatie samenwerkingsverbanden H I J K L M N O P Q R S T U V W het totaal van de ontvangen bekostiging, bedoeld in de artikelen 79 en 79a, alsmede de bedragen die krachtens artikel 99, tweede lid, tweede volzin, voor personeel of voor voorzieningen in de exploitatie worden aangewend,. het totaal van de ontvangen aanvullende bekostiging, bedoeld in de artikelen 82 en 83,. 2. Indien de gemeente een deel van de ontvangsten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c of d, toevoegt aan een voorziening, wordt dat deel aangemerkt als een uitgave als bedoeld in dat lid, onderdeel a, onderscheidenlijk als een uitgave als bedoeld de onderdelen b of e van dat lid. Indien de gemeente bedragen aan een voorziening onttrekt, worden deze aangemerkt als ontvangsten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c of d. X Y Z AA BB CC DD Bekostiging kosten leerwegondersteunend onderwijs Voor scholen die leerwegondersteunend onderwijs aanbieden, is artikel 79a van overeenkomstige toepassing voor de bekostiging van leerlingen voor wie de regionale verwijzingscommissie heeft bepaald dat zij op dat onderwijs zijn aangewezen op grond van artikel 10e, zoals dat luidde op 31 december 2015. EE FF OVERGANGSRECHT WET VAN 28 OKTOBER 2020 TOT WIJZIGING VAN ONDER MEER DE WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS EN DE WET VOORTGEZET ONDERWIJS BES IN VERBAND MET VEREENVOUDIGING VAN DE GRONDSLAGEN VAN DE BEKOSTIGING VOOR PERSONEELS- EN EXPLOITATIEKOSTEN VAN DE SCHOLEN VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS (VEREENVOUDIGING GRONDSLAGEN BEKOSTIGING VO-SCHOLEN) (Stb. 2020, 437) Overgangsrecht toegroeien naar nieuwe bekostiging 1. De bekostiging voor de scholen van een bevoegd gezag ingaande het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de artikelen 79 en 80 in werking treden wordt eenmalig berekend op basis van de telgegevens op 1 oktober in het jaar van inwerkingtreding van deze artikelen: op grond van de artikelen 79 en 80 en de daarop gebaseerde regelgeving, en op grond van de artikelen 84, eerste tot en met derde lid, 84b, 85 en 86, met uitzondering van het derde lid, onderdeel d, van dat artikel, en de daarop gebaseerde regelgeving, artikel 2, tweede en derde lid, van het Formatiebesluit WVO en artikel 3 van de Regeling aanvullende bekostiging nevenvestiging, nieuwe scholen en samenvoeging vo, zoals die artikelen luidden op de dag direct voorafgaand aan het tijdstip waarop de artikelen 79 en 80 in werking zijn getreden. 2. Het verschil tussen onderdelen a en b van het eerste lid is het herverdeeleffect van een bevoegd gezag. 3. Bij een positief of negatief herverdeeleffect voor een bevoegd gezag wordt de bekostiging voor de scholen van dat bevoegd gezag gedurende vier jaar vanaf het kalenderjaar volgend op de inwerkingtreding van de artikelen 79 en 80 verminderd onderscheidenlijk vermeerderd met achtereenvolgens 80%, 60%, 40% en 20% van het herverdeeleffect. 4. Bij een herverdeeleffect voor een bevoegd gezag van tenminste 3% negatief, ontvangt het bevoegd gezag gedurende vier jaar vanaf het kalenderjaar volgend op de datum van inwerkingtreding van de artikelen 79 en 80 het verschil tussen 3% negatief en het werkelijke negatieve herverdeeleffect, met dien verstande dat het bevoegd gezag niet meer ontvangt dan maximaal 100% van de berekende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. In het vijfde jaar na inwerkingtreding ontvangt het bevoegd gezag nog eenmaal 50% van dit verschil. 5. Het herverdeeleffect, bedoeld in het tweede lid, wordt per bevoegd gezag éénmalig vastgesteld. De bekostiging, bedoeld in het derde en vierde lid, die op grond van dit herverdeeleffect wordt vastgesteld, kan volgens bij ministeriele regeling te stellen regels worden aangepast aan loon-en prijsontwikkelingen, tenzij de toestand van ’s Rijks financiën zich daartegen verzet. 6. Dit artikel is niet van toepassing op scholen ten aanzien waarvan door Onze Minister toepassing is gegeven aan artikel 108, vierde lid. GG 4. Een krachtens artikel 82, eerste lid, vast te stellen ministeriële regeling wordt, voor zover die betrekking heeft op aanvullende bekostiging voor geïsoleerde scholen of scholengemeenschappen, aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging van het ontwerp. Indien een der Kamers der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt de ministeriële regeling niet vastgesteld en kan niet eerder dan vier weken na het besluit van die Kamer der Staten-Generaal een nieuw ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal worden overgelegd. HH Evaluatie vereenvoudiging grondslagen bekostiging Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen; Stb. 2020, 437), en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wijzigingen in titel III, afdeling II, hoofdstuk II, in de praktijk. WIJZIGING VAN DE WET VOORTGEZET ONDERWIJS BES A Algemene bepalingen bekostiging scholen. Het Rijk bekostigt met inachtneming van deze afdeling de scholen, bedoeld in afdeling I van titel II. B C D GRONDSLAGEN VAN DE GENORMEERDE BEKOSTIGING Bekostiging scholen 1. De bekostiging voor een school bestaat uit: een bedrag per school; en een bedrag per leerling, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar schoolsoort, leerjaar, leerweg of profiel. 2. De bekostiging is bestemd voor kosten voor personeel en exploitatie van een school. De bekostiging wordt per school berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. 3. De bekostiging wordt verstrekt voor: salarissen, toelagen, uitkeringen en vergoedingen voor het personeel; bijdragen voor het pensioen voor het personeel en dat van de nagelaten betrekkingen; kosten wegens voorschriften die zijn gegeven bij of krachtens de Ambtenarenwet BES; onderhoud van het gebouw en het terrein; energie- en waterverbruik; middelen waaronder mede wordt verstaan lesmateriaal als bedoeld in artikel 12; administratie, beheer en bestuur; loopbaanoriëntatie en -begeleiding; schoonmaken van het gebouw en het terrein; en publiekrechtelijke heffingen, met uitzondering van belastingen ter zake van onroerende zaken. Bepalen van de hoogte van de bekostiging 1. Onze Minister stelt de hoogte van de bekostiging zodanig vast dat zij voldoet aan de redelijke behoeften van een in normale omstandigheden verkerende school. 2. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 oktober de bedragen, bedoeld in artikel 152, eerste lid, vastgesteld en worden regels gesteld over de termijnen van de betaling daarvan. 3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden aanvullende bekostiging kan worden toegekend. 4. De vastgestelde bedragen gelden voor het kalenderjaar volgend op het tijdstip van vaststelling. 5. Bij de vaststelling van de bedragen, bedoeld in artikel 152, eerste lid, of bij tussentijdse aanpassing van die bedragen, worden volgens bij ministeriële regeling te stellen regels loon- en prijsontwikkelingen verwerkt, tenzij de toestand van 's Rijks financiën zich daartegen verzet. Teldatum aantal leerlingen voor berekening bekostiging Bij het bepalen van de hoogte van de bekostiging, bedoeld in artikel 152, gaat Onze Minister, volgens daarover bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels, uit van het aantal leerlingen van de school op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft. Verstrekken aanvullende bekostiging bij bijzondere ontwikkelingen 1. Indien bijzondere ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs daartoe aanleiding geven, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld over het verstrekken van aanvullende bekostiging. 2. Onze Minister kan in verband met de in het eerste lid bedoelde bekostiging een bekostigingsplafond vaststellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de verdeling. Aanvraag en verstrekken aanvullende bekostiging bij bijzondere omstandigheden 1. Indien bijzondere omstandigheden van een school daartoe aanleiding geven, kan Onze Minister aanvullende bekostiging verstrekken. 2. De verstrekking vindt plaats: op aanvraag van het bevoegd gezag; indien nodig onder het verbinden van verplichtingen aan het bevoegd gezag aan de verstrekking; en voor een bepaalde periode. 3. De aanvraag wordt ingediend in het kalenderjaar waarin de bijzondere omstandigheden zich aandienden. Onze Minister beslist binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen vier maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 4. Onze Minister kan in verband met de in het eerste lid bedoelde bekostiging een bekostigingsplafond vaststellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de verdeling. E F G het totaal van de ontvangen bekostiging, bedoeld in artikel 152, en de bedragen die krachtens artikel 172, tweede lid, tweede volzin voor personeel of voorzieningen in de exploitatie worden aangewend,. het totaal van de ontvangen aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 156. 2. Indien een openbaar lichaam een deel van de ontvangsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of d toevoegt aan een voorziening, wordt dat deel aangemerkt als een uitgave als bedoeld in dat lid, onderdeel a, onderscheidenlijk als een uitgave als bedoeld in de onderdelen c en d van dat lid. Indien het openbaar lichaam bedragen aan een voorziening onttrekt, worden deze aangemerkt als ontvangsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of d. H I J K L Evaluatie vereenvoudiging grondslagen bekostiging Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen; Stb. 2020, 437), en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wijzigingen in titel III, afdeling III, hoofdstuk II in de praktijk. WIJZIGING VAN DE WET EDUCATIE EN BEROEPSONDERWIJS BES A B C GRONDSLAG VAN DE GENORMEERDE BEKOSTIGING D Rijksbijdrage beroepsonderwijs 1. De rijksbijdrage voor beroepsopleidingen waarop de in artikel 2.2.1, eerste lid, bedoelde aanspraak betrekking heeft, wordt per instelling berekend en bestaat uit een bedrag per student, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar leerweg. 2. De rijksbijdrage is bestemd voor kosten voor personeel en exploitatie van een instelling. De bekostiging wordt per instelling berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. 3. De rijksbijdrage wordt verstrekt voor: personeel wegens voorschriften die zijn gegeven bij of krachtens de Ambtenarenwet BES, onderhoud en vervanging van inventaris, onderhoud van gebouwen en terreinen, energie, administratie, beheer en bestuur, schoonmaken, heffingen inkoop van diensten, loopbaanoriëntatie en -begeleiding, gehandicapte studenten, alsmede zorg voor studenten met specifieke onderwijsbehoefte te verlenen door de instelling. E 3. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 oktober de bedragen, bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, vastgesteld, die per leerweg kunnen verschillen en worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de hoogte van de bekostiging wordt berekend. F Teldatum aantal studenten voor berekening bekostiging Bij het bepalen van de hoogte van de bekostiging, bedoeld in artikel 2.2.2, gaat Onze Minister volgens daarover bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels, uit van het aantal studenten op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft. G H I Evaluatie vereenvoudiging grondslagen bekostiging Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen; Stb. 2020, 437), en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wijzigingen in hoofdstuk 2, titel 2 de praktijk. WIJZIGING VAN DE WET OP DE EXPERTISECENTRA A B C WIJZIGING VAN DE WET EDUCATIE EN BEROEPSONDERWIJS WIJZIGING VAN DE WET OP HET ONDERWIJSTOEZICHT WIJZIGING VAN DE WET ALGEMENE REGELS HERINDELING WIJZIGING VAN DE ALGEMENE WET BESTUURSRECHT INWERKINGTREDING Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 35 354
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 28 oktober 2020, houdende wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in