Wet van 5 juni 2024, houdende regels over een bestuursrechtelijke aanpak van online kinderpornografisch materiaal (Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal)
Read the stored legal text, review its version and status evidence, or ask LexChat a question grounded in exact provisions.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 14 Jun 2024
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 5 juni 2024, houdende regels over een bestuursrechtelijke aanpak van online kinderpornografisch materiaal (Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 5 juni 2024, houdende regels over een bestuursrechtelijke aanpak van online kinderpornografisch materiaal (Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal)
Staatsblad Wet van 5 juni 2024, houdende regels over een bestuursrechtelijke aanpak van online kinderpornografisch materiaal (Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Inleidende bepalingen Definities In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: de aanbieder van een communicatiedienst als bedoeld in artikel 138g van het Wetboek van Strafvordering; de aanbieder van een communicatiedienst bestaande in de opslag van gegevens die van een ander afkomstig zijn; de Autoriteit, genoemd in artikel 2; een geautomatiseerd werk als bedoeld in artikel 80sexies van het Wetboek van Strafrecht; afbeeldingen als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht; het treffen van maatregelen ter voorkoming dat van online kinderpornografisch materiaal wordt kennisgenomen, alsmede ter voorkoming van de verdere verspreiding van dit materiaal, dan wel het verwijderen van het materiaal uit het geautomatiseerde werk, met behoud van de gegevens ten behoeve van de strafvordering en de bestuursrechtelijke procedure; Onze Minister van Justitie en Veiligheid. De Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal De Autoriteit 1. De Autoriteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Uitvoeringswet verordening terroristische online-inhoud, heeft mede tot taak: de ontoegankelijkmaking van online kinderpornografisch materiaal af te dwingen, en onderzoek te doen naar, en informatie te verstrekken over, de aanwezigheid van online kinderpornografisch materiaal teneinde de verspreiding daarvan onder het publiek te beperken, waar mogelijk in samenwerking met private en publieke partijen. 2. De leden van de Autoriteit en de bij besluit van de Autoriteit aangewezen ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet. Strafuitsluitingsgrond Artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de Autoriteit en de onder de Autoriteit werkzame personen, voor zover deze handelingen verrichten ter uitvoering van de bij deze wet aan de Autoriteit opgedragen taken en bevoegdheden. Elektronisch verkeer 1. In afwijking van de artikelen 2:14, eerste lid, en 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt in het verkeer tussen de Autoriteit en een aanbieder van hostingdiensten een bericht uitsluitend elektronisch verzonden. 2. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het elektronisch berichtenverkeer plaatsvindt. Afstemming 1. Over de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden overlegt de Autoriteit met de politie en het openbaar ministerie. 2. De Autoriteit kan persoonsgegevens of inlichtingen, verkregen bij de uitvoering van de aan hem krachtens deze wet opgedragen taken, aan de politie verstrekken voor zover deze persoonsgegevens of inlichtingen noodzakelijk zijn voor de uitoefening van diens wettelijke taak, bedoeld in artikel 3 van de Politiewet 2012. Maatregelen en sancties Bevel 1. De Autoriteit kan een aanbieder van hostingdiensten die online kinderpornografisch materiaal heeft opgeslagen een bevel geven alle redelijkerwijs te nemen maatregelen te treffen om dit materiaal ontoegankelijk te maken. 2. Indien het bevel niet kan worden gericht tot een aanbieder van hostingdiensten, kan dit worden gericht tot een aanbieder van een communicatiedienst. 3. De aanbieder tot wie het bevel is gericht handelt overeenkomstig dat bevel. 4. Het bevel is schriftelijk en vermeldt: de feiten en omstandigheden waar, naar het oordeel van de Autoriteit, uit blijkt dat sprake is van online kinderpornografisch materiaal; welke gegevens ontoegankelijk moeten worden gemaakt; de termijn waarbinnen dat moet gebeuren, met dien verstande dat die termijn ten hoogste twaalf uren bedraagt. Last onder dwangsom De Autoriteit is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van de in artikel 6, derde lid, opgenomen verplichting. Bestuurlijke boete 1. De Autoriteit is bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 6, derde lid. De op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2. Indien de overtreding bestaat uit het systematisch of aanhoudend overtreden van artikel 6, derde lid, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien die boetecategorie geen passende bestraffing toelaat, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd. Openbaarmaking 1. De Autoriteit kan een beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 7 of een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 8, eerste lid, openbaar maken. 2. Op de openbaarmaking is artikel 5.1 van de Wet open overheid van overeenkomstige toepassing. 3. De openbaarmaking geschiedt niet eerder dan nadat twee weken zijn verstreken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt. 4. Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken. 5. Bij de openbaarmaking wordt vermeld of tegen het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete een rechtsmiddel is ingesteld dan wel of daartoe de mogelijkheid bestaat. 6. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de openbaar te maken gegevens, waaronder de wijze waarop de openbaarmaking plaatsvindt en de mogelijke reactie van de geadresseerde in verband met de openbaarmaking van zijn gegevens. Persoonsgegevens Bijzondere persoonsgegevens 1. Gelet op artikel 9, aanhef en tweede lid, onderdeel g, van de Algemene verordening gegevensbescherming, is het verbod om bijzondere categorieën van persoonsgegevens, als bedoeld in artikel 1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, te verwerken niet van toepassing indien de verwerking geschiedt door de Autoriteit voor zover de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn bevoegdheden op grond van deze wet. 2. Gelet op artikel 10 van de Algemene verordening gegevensbescherming mag de Autoriteit persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, als bedoeld in artikel 1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, verwerken voor zover de verwerking noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn bevoegdheden op grond van deze wet. Rechten van betrokkenen 1. De verplichtingen en rechten als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming, kunnen worden beperkt indien dit noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van een in artikel 23, eerste lid, onderdelen a, c, d, of i van de Algemene verordening gegevensbescherming genoemd belang. 2. Indien de Autoriteit gebruik maakt van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid, deelt hij dit voorzien van een dragende onderbouwing schriftelijk mee aan de betrokkene wiens rechten worden beperkt. 3. In afwijking van het tweede lid, wordt geen mededeling gedaan aan de betrokkene indien dit afbreuk doet aan het doel van de beperking. Behoud van kinderpornografisch materiaal Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het behoud van het kinderpornografisch materiaal en de daarbij bijbehorende persoonsgegevens door de Autoriteit, en regels over de wijze waarop dit materiaal kan worden gebruikt ten behoeve van de strafvordering of de bestuursrechtelijke procedure. Slotbepalingen Vervolgingsuitsluitingsgrond In artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht wordt na «of een beslissing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) 2021/784 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud (PbEU 2021, L 172)» ingevoegd: of een bevel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal. Samenloop met de Wet seksuele misdrijven Wijziging van het Wetboek van Strafrecht Degene die een voorwerp met een uiterlijke verschijningsvorm van een kind of van een lichaamsdeel van een kind dat de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, dat bestemd is om seksuele handelingen mee te verrichten, verspreidt, aanbiedt, openlijk tentoonstelt, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert, verwerft of in bezit heeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie. Wijziging Uitvoeringswet TOI-verordening Artikel 19 van de Uitvoeringswet verordening terroristische online-inhoud vervalt. Samenloopbepaling Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer Indien het bij koninklijke boodschap van 18 juli 2019 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht in verband met de herziening van afdeling 2.3 van die wet (Kamerstuknummer 35261) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel D, van die wet eerder in werking treedt dan artikel 4 van deze wet, wordt in artikel 4 van deze wet «de artikelen 2:14, eerste lid, en 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht» vervangen door »artikel 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht». Inwerkingtreding Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 36 377
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 5 juni 2024, houdende regels over een bestuursrechtelijke aanpak van online kinderpornografisch materiaal (Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in