Besluit van 3 maart 1999, houdende wijziging van het Sanctiebesluit Angola 1998 in verband met de totstandkoming van Verordening (EG) nr. 1705/98 van de Raad van de Europese Unie van 28 juli 1998
Verify source ↗ AI-assisted research summary: This section makes it forbidden to act contrary to Articles 1, 2, and 5 of Regulation (EC) No. 1705/98, with an exception where Article 4 of the Regulation applies.
Staatsblad Besluit van 3 maart 1999, houdende wijziging van het Sanctiebesluit Angola 1998 in verband met de totstandkoming van Verordening (EG) nr. 1705/98 van de Raad van de Europese Unie van 28 juli 1998 Op de voordracht van Onze Minister van Buitenlandse Zaken van 2 februari 1999, gedaan mede namens Onze Ministers van Financiën en van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Economische Zaken; Gelet op Verordening (EG) nr. 1705/98 van de Raad van de Europese Unie van 28 juli 1998 inzake de onderbreking van bepaalde economische betrekkingen met Angola teneinde de União Nacional para a Independência Total de Angola (Unita) ertoe te bewegen zich aan zijn verplichtingen krachtens het vredesproces te houden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2229/97 (Pb EG L 215); Gelet op artikel 2 van de Sanctiewet 1977; De Raad van State gehoord (advies van 18 februari 1999, nr. W02.99.0045/II); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Buitenlandse Zaken van 25 februari 1999, nr. DJZ/BR/0374–99, uitgebracht mede namens Onze Ministers van Financiën en van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris voor Economische Zaken; Het Sanctiebesluit Angola 1998 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 1, onderdeel a, komt te luiden: a. verordening: verordening (EG) nr. 1705/98 van de Raad van de Europese Unie van 28 juli 1998 inzake de onderbreking van bepaalde economische betrekkingen met Angola teneinde de União Nacional para a Independência Total de Angola (Unita) ertoe te bewegen zich aan zijn verplichtingen krachtens het vredesproces te houden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2229/97 (Pb EG L 215). Artikel 2 komt te luiden: Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 1, 2 en 5 van de verordening. Het verbod te handelen in strijd met de artikelen 1 en 2 van de verordening geldt niet in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 4 van de verordening. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag liggende twee maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Stb. 1998, 486. Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt. NOTA VAN TOELICHTING Op 3 juli 1998 stelde de Raad van de Europese Unie een Gemeenschappelijk Standpunt vast inzake beperkende maatregelen tegen União Nacional para a Independência Total de Angola (Unita) (nr. 98/425; Pb EG L 190). Dit Gemeenschappelijk Standpunt volgde op resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties nr. 1173 (1998) en nr. 1176 (1998) waarbij beperkende maatregelen jegens Unita werden afgekondigd. Deze maatregelen strekken ertoe Unita te bewegen om alsnog zijn verplichtingen in het vredesproces na te komen. Op 28 juli volgde de vaststelling door de Raad van Verordening (EG) nr. 1705/98 inzake de onderbreking van bepaalde economische betrekkingen met Angola teneinde de União Nacional para a Independência Total de Angola (Unita) ertoe te bewegen zich aan zijn verplichtingen krachtens het vredesproces te houden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2229/97 (Pb EG L 215). Ingevolge de verordening is het verboden om: 1. diamanten uit Angola zonder een door de regering van eenheid en nationale verzoening van Angola afgegeven certificaat in te voeren, 2. aardolie en aardolieproducten via andere dan nader aangeduide punten van binnenkomst te verkopen of te leveren, 3. mijnbouwoutillage of mijnbouwdiensten te verkopen of te leveren in Unita-gebied, 4. motorvoertuigen, waaronder vaartuigen, of onderdelen daarvan te verkopen of te leveren in Unita-gebied, 5. luchtvaartuigen of onderdelen daarvan te leveren via andere dan nader aangeduide punten van binnenkomst, 6. vervoersdiensten over land en water te verlenen in Unita-gebied, 7. technische en onderhoudsdiensten te verlenen, luchtvaardigheidsbewijzen te verstrekken, schadevergoeding in verband met bestaande verzekeringscontracten te betalen of directe verzekeringscontracten af te sluiten of te verlenen met betrekking tot andere in Angola geregistreerde luchtvaartuigen dan nader aangeduid, dan wel met betrekking tot luchtvaartuigen die via andere dan nader aangeduide punten van binnenkomst binnenvliegen, 8. luchtvaartuigen toe te staan op te stijgen vanuit, te landen in of te vliegen over het grondgebied van de gemeenschap, indien deze zijn opgestegen van of moeten landen in Unita-gebied, 9. operationele activiteiten van Unita-bureaus op of voort te zetten. Voorts brengt de verordening mee dat de middelen van Unita worden bevroren. De verordening voorziet in een ontheffingsmogelijkheid ten behoeve van humanitaire leveranties. Europese verordeningen werken rechtstreeks, zonder dat daartoe omzetting in nationale regelgeving noodzakelijk is. Wel is het nodig om – indien vereist – bij nationale regeling de strafbaarstelling van overtreding van bepalingen van de verordening te regelen. Met het oog daarop werd op 2 oktober 1998 de Sanctieregeling Angola 1998 vastgesteld. Ingevolge artikel 8 van de Sanctiewet 1977 vervalt deze regeling uiterlijk 10 maanden na het in werking treden. De regeling trad met ingang van 7 oktober 1998 in werking en vervalt derhalve met ingang van 7 augustus 1999. Het onderhavige besluit bestendigt de maatregelen die met de totstandkoming van de regeling werden vastgesteld en die voortvloeien uit de vervanging van Verordening 2229/97 door Verordening 1705/98. Artikel 2 van het Sanctiebesluit regelt de strafbaarstelling van overtreding van de bepalingen van Verordening 1705/98. Artikel 1 van de verordening behelst een verbod tot het verrichten van de handelingen die in het algemeen deel van deze toelichting bij de onderdelen 1 tot en met 9 zijn omschreven. Artikel 2 van de verordening strekt ertoe alle fondsen en financiële middelen buiten het grondgebied van Angola die toebehoren aan Unita, of aan hooggeplaatste functionarissen van die organisatie of hun familieleden, te bevriezen en bevat een verbod om direct of indirect middelen ter beschikking te stellen aan of ten behoeve van Unita, of aan hooggeplaatste functionarissen van die organisatie of hun familieleden. Ingevolge artikel 4 van de verordening geldt het verbod niet ten aanzien van medische noodgevallen en vluchten met voedsel, geneesmiddelen of goederen om aan de meest noodzakelijke humanitaire noden te voldoen, mits daarvoor – via de bevoegde nationale autoriteiten – toestemming is verleend door het krachtens resolutie 864 (1993) opgerichte comité van de Veiligheidsraad. Voor Nederland treedt als bevoegde autoriteit de Minister van Buitenlandse Zaken op (Directie Verenigde Naties, Afdeling Politieke Zaken; tel. 070–3484206; fax 070–3486749). Artikel 5 van de verordening verbiedt het met kennis van zaken en met opzet deelnemen aan hiermee verband houdende activiteiten, waarmee direct of indirect wordt beoogd de in artikel 1 van de verordening bedoelde transacties of activiteiten te bevorderen of de bepalingen van de verordening te ontduiken. Ingevolge artikel 6 van de verordening heeft deze onmiddellijke werking; de verbodsbepalingen strekken zich derhalve ook uit tot de uitvoering van lopende contracten. Het wapenembargo, dat reeds in het Sanctiebesluit Angola 1998 was neergelegd, blijft onverminderd van kracht. De uitgestelde inwerkingtreding vloeit voort uit artikel 6, eerste lid, van de Sanctiewet 1977. Stcrt 189.