Besluit van 15 april 2003, houdende tijdelijke regeling voor de notariële tarieven in de onroerendgoedpraktijk tot 1 juli 2003 (Tweede tijdelijk besluit notariële tarieven onroerendgoedpraktijk)
This provision sets temporary notarial tariff rules for real-estate related deeds, including minimum and maximum fees, required treatment of extra costs, and a limited exemption process.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 7 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This provision sets temporary notarial tariff rules for real-estate related deeds, including minimum and maximum fees, required treatment of extra costs, and a limited exemption process. This provision sets several notarial mortgage and property-related tariff calculations, including reductions, minimum amounts, and special cases.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 15 april 2003, houdende tijdelijke regeling voor de notariële tarieven in de onroerendgoedpraktijk tot 1 juli 2003 (Tweede tijdelijk besluit notariële tarieven onroerendgoedpraktijk)
Showing 2 of 2
- document.segment-1 Verify source ↗
Besluit van 15 april 2003, houdende tijdelijke regeling voor de notariële tarieven in de onroerendgoedpraktijk tot 1 juli 2003 (Tweede tijdelijk besluit notariële tarieven onroerendgoedpraktijk) — segment 1
AI-assisted research summary: This provision sets temporary notarial tariff rules for real-estate related deeds, including minimum and maximum fees, required treatment of extra costs, and a limited exemption process.
Staatsblad Besluit van 15 april 2003, houdende tijdelijke regeling voor de notariële tarieven in de onroerendgoedpraktijk tot 1 juli 2003 (Tweede tijdelijk besluit notariële tarieven onroerendgoedpraktijk) Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 7 april 2003, Directie Wetgeving nr. 5220442/03/6, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken; Gelet op artikel 54, eerste lid, van de Wet op het notarisambt; De Raad van State gehoord (advies van 11 april 2003, nr. W.03.03.0136/I); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 11 april 2003, Directie Wetgeving nr. 5221328/03/6, uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken; De notariële tarieven die betrekking hebben op de overdracht van onroerende zaken en teboekgestelde schepen en de vestiging, de overdracht en de afstand van een beperkt recht daarop, alsmede op andere notariële werkzaamheden betreffende registergoederen, bevatten, voor zover niet anders aangegeven, minimum- en maximumtarieven waarbinnen de notaris zijn honorarium bepaalt. De tarieven voor deze werkzaamheden en de grondslag voor het tarief zijn opgenomen in de bijlage van dit besluit. Het tarief omvat alle gebruikelijke werkzaamheden, verband houdende met de notariële akte, waaronder begrepen adviezen, besprekingen, correspondentie, het ontwerpen en het verlijden van akten, alsmede de normale kantoorverschotten, zoals porti, telefoonkosten en dergelijke. Andere verschotten, zoals de kosten van registratie, de kosten van inschrijving in de openbare registers en de kadastrale kosten, zijn niet in de tarieven begrepen. Zij worden, evenals de overdrachtsbelasting, afzonderlijk op de rekening vermeld. Het honorarium wordt op hele euro's naar boven afgerond indien de berekening eindigt op € 0,50 of meer en op hele euro's naar beneden indien de berekening eindigt op minder dan € 0,50. Indien in één en dezelfde zaak om utiliteitsredenen meer akten worden opgemaakt, moet het tarief voor één enkele akte worden toegepast. Wel kunnen de extra verschotten in rekening worden gebracht. Indien om een bepaald rechtsgevolg te bereiken in een akte een constructie wordt gevolgd die afwijkt van de gebruikelijke, wordt desalniettemin het tarief toegepast dat is voorgeschreven voor de gebruikelijke constructie. Van de toepassing van het minimumtarief kan door het bestuur van de KNB ontheffing worden verleend, indien dit in het bijzondere geval redelijk is. Een verzoek tot ontheffing moet door de notaris schriftelijk en met redenen omkleed worden ingediend. Het bestuur zendt binnen twee weken een afschrift van het verzoek om ontheffing en de daarop gegeven beslissing aan de minister van Justitie. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2003. Deze regeling wordt aangehaald als: Tweede tijdelijk besluit notariële tarieven onroerendgoedpraktijk. Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt. NOTA VAN TOELICHTING Mede namens de Minister van Economische Zaken merk ik ter toelichting op dit besluit het volgende op. In de nieuwe Wet op het notarisambt, die op 1 oktober 1999 in werking is getreden, zijn de notariële tarieven in beginsel vrijgelaten. Wel worden op grond van artikel 56 maximumtarieven voor de familiepraktijk gesteld. De tarieven in de vennootschapspraktijk en voor diverse andere akten, zoals bijvoorbeeld de akte van schenking en het notariële proces-verbaal van vergadering, waren bij de inwerkingtreding van de wet al vrijgelaten. Om de afbouw van de onroerendgoedtarieven zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen is in de wet een driejarige overgangsregeling opgenomen (artikel 127, tweede en derde lid). De door de vereniging KNB op grond van haar statuten vastgestelde tarieven (KNB-tarieven) worden gedurende die periode bij ministeriële regeling «afgebouwd», waardoor een geleidelijke overgang naar vrije tariefsvorming kan worden bewerkstelligd (artikel 127, tweede en derde lid, Wet op het notarisambt). In de ministeriële regelingen zijn de vaste en minimumtarieven, waar mogelijk, vervangen door een stelsel van minimum- en maximumtarieven, waarbinnen de notaris zijn honorarium bepaalt. Deze «bandbreedtes» – het verschil tussen het minimum- en het maximumtarief – zijn in de periode van 1 oktober 1999 tot 1 oktober 2002 zodanig verruimd dat enerzijds in toenemende mate een reële prijsconcurrentie mogelijk is geworden en anderzijds te grote schokeffecten in de prijsvorming zijn voorkomen. De derde en laatste ministeriële regeling, de Tijdelijke regeling notariële tarieven onroerendgoedpraktijk 2001, Stcrt. 187, is op 1 oktober 2002 vervallen. In de Wet op het notarisambt is ook nog een zogenoemde veiligheidsklep opgenomen. In artikel 54 wordt namelijk de mogelijkheid geboden om bij algemene maatregel van bestuur tarieven dan wel regels vast te stellen «voor zover zulks kennelijk noodzakelijk is om de continuïteit van een toegankelijke notariële dienstverlening te waarborgen». Van die mogelijkheid kan zonodig onmiddellijk nadat de driejarige overgangsperiode is verstreken, gebruik worden gemaakt (artikel 54, tweede lid). In het wetgevingsoverleg met de Tweede Kamer van het wetsvoorstel dat geleid heeft tot de Wet op het notarisambt is gebleken dat de Tweede Kamer ook in de overgangsfase betrokken wilde blijven bij een beslissing om de onroerendgoedtarieven uiteindelijk geheel vrij te laten. Dit heeft destijds geleid tot de vierde nota van wijziging (kamerstukken II, 1997/98, 23 706, nr. 31). In een nieuw artikel 128 werd een driehoofdige «monitorcommissie» ingesteld, die tot taak heeft om gedurende de overgangsperiode ieder jaar aan de bewindslieden van Justitie en Economische Zaken en aan de Staten-Generaal rapport uit te brengen over de gevolgen van de wet, in het bijzonder over de doeltreffendheid van de wet ter zake van de bedrijfsvoering van het notariaat, de kwaliteit van de notariële dienstverlening, de continuïteit en de toegankelijkheid van het notariaat en de ontwikkeling van de tarieven. De rapporten van de commissie moeten deel uitmaken van het evaluatieverslag dat in het begin van het derde jaar van de overgangsregeling aan de Staten-Generaal moet worden gezonden. Het verslag moet tevens een conclusie bevatten met betrekking tot de vraag of er aanleiding is tot toepassing van artikel 54 na het einde van de overgangsperiode (artikel 127, vierde lid). Bij brief van 10 april 2002 (kamerstukken II 2001/02, 23 706, nr. 45) heeft de minister van Justitie, mede namens de minister van Economische Zaken aan de Staten-Generaal meegedeeld dat de besluitvorming over volledige vrijlating van de notariële tarieven voor onroerendgoedtransacties niet eerder dan in het najaar van 2002 zou kunnen plaatsvinden. Die besluitvorming zou namelijk pas kunnen geschieden nadat het evaluatieverslag op grond van artikel 127, vierde lid, van de Wet op het notarisambt, over de gevolgen van de overgangsregeling van artikel 127, tweede en derde lid, aan de Staten-Generaal is gezonden. Om tot een verantwoorde evaluatie te komen is het derde rapport van de monitorcommissie over de gevolgen van de wet, bedoeld in artikel 128, eerste lid, onontbeerlijk. De verwachting was dat dit rapport evenwel pas in de loop van september 2002 zou kunnen worden verwacht, omdat een belangrijk deel van de daaraan ten grondslag liggende gegevens pas rond de zomer van 2002 beschikbaar zou komen. Zonder nadere voorziening zouden de tarieven door het aflopen van de overgangsregeling per 1 oktober 2002 vrij zijn. Omdat die uitkomst uiteraard geen recht zou doen aan het belang van een zorgvuldige besluitvorming, is voor een relatief korte periode van zes maanden een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 54 tot stand gebracht, het Tijdelijk besluit notariële tarieven onroerendgoedpraktijk. Die algemene maatregel van bestuur houdt in dat de voorheen geldende bandbreedtetarieven, zoals vastgesteld in de Tijdelijke regeling notariële tarieven onroerendgoedpraktijk 2001 ook nog na 1 oktober 2002 tot 31 maart 2003 van toepassing zijn. Door het treffen van deze tussentijdse maatregel kon de continuïteit van een toegankelijke notariële dienstverlening voor de duur van die periode gewaarborgd worden. De inhoud van dit besluit komt grotendeels overeen met de Tijdelijke regeling notariële tarieven onroerendgoedpraktijk 2001. Op 12 februari 2003 werd het eindrapport van de Commissie monitoring notariaat uitgebracht. Deze rapportage over de periode oktober 1999 tot en met het najaar 2002 heeft betrekking op de effecten van de nieuwe Wet op het notarisambt, in het bijzonder de effecten van de vrijere tariefsvorming op de toegankelijkheid en de continuïteit van het notariaat. De commissie concludeert op basis van gedegen onderzoek dat de continuïteit en de toegankelijkheid van de notariële dienstverlening in relatie tot de vrijere tarieven op dit moment voldoende is gewaarborgd. Bij brief van 19 februari 2003 (kamerstukken II, 2002/03, 23 706, nr. 47) heb ik, mede namens de minister van Economische Zaken, aan de Staten-Generaal het evaluatieverslag op grond van artikel 127, vierde lid, gezonden, waarin ik stel dat ik de conclusie kan onderschrijven, dat de onroerendgoedtarieven dus per 1 april 2003 vrij zullen kunnen zijn en dat er op dit moment geen gronden zijn om de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 54 te bevorderen. In die brief deelde ik tevens mee niet voornemens te zijn de totstandkoming van een verlenging van de Tijdelijke regeling notariële tarieven onroerendgoedpraktijk te bevorderen, tenzij ik voor 1 maart 2003 van de Tweede Kamer een andersluidende opvatting zou vernemen. Op 28 februari 2003 heeft de Voorzitter van de Tweede Kamer mij evenwel verzocht wat betreft de overgangsregeling van de notariële tarieven geen onomkeerbare stappen te ondernemen. Bij brief van 13 maart 2003 (kamerstukken II, 2002/03, 23 706, nr. 48) heb ik daarop geantwoord dat met het expireren van de overgangsregeling per 31 maart 2003 de notariële tarieven voor onroerendgoedtransacties van rechtswege (automatisch) vrij zijn en dat ik het niet opportuun achtte de totstandkoming van een tariefmaatregel te bevorderen. Op 26 maart 2003 heeft de Vaste Commissie voor Justitie mij vervolgens verzocht te bevorderen dat een zodanige maatregel wordt genomen dat voorkomen wordt dat de tarieven met ingang van 1 april2003 vrij zullen zijn, omdat anders de discussie over de vrijlating van de tarieven en de vraag of er aanleiding is tot toepassing van artikel 54 van de Wet op het notarisambt na het einde van de overgangsregeling voordien niet heeft kunnen plaatsvinden. In antwoord hierop heb ik, mede namens de Minister van Economische Zaken, bij brief op 27 maart 2003 (kamerstukken II, 2002/03, 23 706, nr. 49) aan de Voorzitter van de Tweede Kamer toegezegd te zullen bevorderen dat op de kortst mogelijke termijn een algemene maatregel van bestuur tot stand zal worden gebracht, die ertoe strekt dat de huidige bandbreedtetarieven, zoals opgenomen in de bijlage bij het Tijdelijk besluit notariële tarieven onroerendgoedpraktijk, tot 1 juli 2003 zullen gelden. Het onderhavige besluit strekt ertoe deze toezegging gestand te doen. Omdat het evenwel niet meer mogelijk is dat een dergelijk besluit op 1 april 2003 in werking treedt, zullen de tarieven wel voor een zeer korte periode vrij zijn. Gelet op de al zeer ruime bandbreedtes acht ik het niet waarschijnlijk dat tijdens de zeer korte – periode, gelegen tussen 1 april 2003 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit, substantiële wijzigingen van de thans gehanteerde tarieven zullen optreden. De regeling komt inhoudelijk overeen met het Tijdelijk besluit notariële tarieven onroerendgoedpraktijk, maar vervalt, conform het verlangen van de Vaste Commissie voor Justitie van de Tweede Kamer, met ingang van 1 juli 2003. De regeling houdt het volgende in. Voor akten met een onderliggend belang: • tot € 158 823,–. In deze categorie geldt een maximum van 60% boven respectievelijk een minimum van 40% onder het KNB-tarief, met dien verstande dat de bandbreedte voor het minimumtarief volgens een glijdende schaal toeneemt van 40% bij een financieel belang van € 36 302,– tot 60% bij een financieel belang van € 158 823,–Voorts neemt de bandbreedte voor het maximumtarief volgens een glijdende schaal af van 60% bij € 68 067,– naar 40% bij een financieel belang van € 158 823,–; • van € 158 823,– tot € 453 780,–. In deze categorie geldt een maximum van 40% boven respectievelijk een minimum van 60% onder het KNB-tarief, met dien verstande dat de bandbreedte voor het maximumtarief volgens een glijdende schaal afneemt van 40% bij een financieel belang van € 431 091,– tot 30% bij een financieel belang van € 453 780,–; • van € 453 780,– tot € 18 151 208,–. In deze categorie geldt een maximum van 30% boven respectievelijk een minimum van 60% onder het KNB-tarief; • boven de € 18 151 208,–. In deze categorie geldt een minimumtarief van 60% onder het KNB-tarief behorend bij een transactie van € 18 151 208. De tarieven zijn opgenomen in de bijlage van dit besluit. Voor zover bij het KNB-tarief de hoogte daarvan gekoppeld is aan een ander tarief, gelden dezelfde procentuele bandbreedtes. Dat betekent, in geld uitgedrukt, dat de bandbreedtes volgens die tarieven proportioneel (naar rato groter of kleiner) zijn ten opzichte van de bandbreedtes bij het tarief, waaraan wordt gerefereerd. Als voorbeeld kan dienen het hypotheektarief dat 2/3de bedraagt van het transporttarief. Bij een gelijke grondslag voor de waarde bedraagt het minimum-, respectievelijk het maximumtarief telkens 2/3de van het minimum- respectievelijk het maximumtarief van het transporttarief. Voorts zijn in de regeling ten behoeve van de eenvoud in de toepassing daarvan intervallen voor de grondslag van de transactie opgenomen, waarbinnen voor elke waarde een gelijk minimum- en maximumtarief van toepassing is. Dit betekent bijvoorbeeld, dat de van toepassing zijnde minima en maxima bij een transport van een onroerend goed van€ 125 000, dan wel € 135 000,– gelijk zijn, omdat beide waarden in hetzelfde interval liggen € 124 790,– tot€ 136 134,–. Lid 1. Het gaat hier om het tarief veilingen registergoed, het transporttarief, het hypotheektarief en het appartemententarief, zoals opgenomen in het tarievenboek van de KNB van januari 1999, p. 14 tot en met 34 met inbegrip van de bij bestuursbesluit van 31 maart 1999 aangebrachte wijzigingen, voor zover deze geen verzwaringen van de tarieven betreffen. Voor de reikwijdte van de regeling is aansluiting gezocht bij de terminologie van de artikelen 89 en 98 van Boek 3 Burgerlijk Wetboek. Onder «andere notariële werkzaamheden betreffende registergoederen» vallen bijvoorbeeld de notariële akte houdende economische eigendomsoverdracht en de notariële akte houdende conversie van een erfpachtsrecht. Lid 2. Als meer werkzaamheden dan de gebruikelijke worden verricht mag een hoger bedrag dan het maximumtarief in rekening worden gebracht. Dit zal bijvoorbeeld het geval kunnen zijn bij het geven van uitvoerige juridische adviezen. In dat geval zullen die adviezen afzonderlijk in rekening kunnen worden gebracht. In het transporttarief zijn ook de werkzaamheden verbonden aan een door de notaris opgestelde koopovereenkomst begrepen, nu dit als een gebruikelijke werkzaamheid als bedoeld in lid 2 kan worden beschouwd. Dit houdt in dat als de koopovereenkomst niet door de notaris wordt opgesteld, maar door bijvoorbeeld een makelaar, het niet is toegestaan de declaratie onder het minimumtarief vast te stellen. Evenmin is het wel opstellen van de koopovereenkomst een zelfstandige reden om meer dan het maximumtarief in rekening te brengen. Onder de normale kantoorverschotten vallen niet de kosten van telefonische overboeking. Deze kosten moeten apart in rekening worden gebracht aan degenen ten behoeve van wie de overboeking wordt gedaan. Lid 3. De kadastrale tarieven, bestaande uit inschrijvingskosten en kadastrale kosten voor recherchewerkzaamheden, zijn verschotten. Zij moeten dus afzonderlijk op de rekening worden vermeld. Voor de kadastrale kosten voor recherchewerkzaamheden kunnen de werkelijke door het Kadaster ter zake in rekening gebrachte kosten worden doorberekend aan de cliënt. In het tarievenboek van de KNB zijn hiervoor onder bepaalde omstandigheden forfaitaire bedragen opgenomen. Deze forfaitaire bedragen zijn niet overgenomen in de ministeriële regeling en komen dus te vervallen. Soms wordt in één en dezelfde zaak «om utiliteitsredenen» een extra akte opgemaakt. Als dat het geval is mag die akte gratis opgesteld worden. Bij «utiliteitsredenen» moet gedacht worden aan gemak voor de notaris of een belang/gemak voor de betrokken cliënt(en). Het opmaken van (een) extra akte(n) kan in het belang van de cliënt zijn, indien in verband met een gegeven kredietfaciliteit of lening, de hypotheek op diverse aan hem toebehorende onderpanden telkens niet voor het volle bedrag van de lening wordt gevestigd maar voor een deel daarvan, waarbij voor de duidelijkheid de hypotheken in verschillende akten worden vastgelegd. Het is wel noodzakelijk dat in deze situaties alle akten op dezelfde dag verleden zijn en uitsluitend hebben gediend om de uiteindelijke – gewenste – situatie te bereiken zonder dat tussentijds een nieuwe – uiteindelijke niet gewenste juridische situatie is gecreëerd. Aan de gestelde voorwaarden is niet voldaan indien de notaris in geval van een bouwcomplex, eerst de overdracht van de grond door verschillende eigenaren aan de projectontwikkelaar laat plaatsvinden, opdat in de uiteindelijke akten van levering aan de toekomstige bewoners dezen niet worden lastiggevallen met de voorgeschiedenis. Deze bepaling, die ook voorkwam in het Reglement voor de tarieven van de KNB, wordt weinig toegepast. Handhaving is wel noodzakelijk, omdat ook in de toekomst door omstandigheden de behoefte kan worden gevoeld ongebruikelijke constructies toe te passen. Ook bij bandbreedte-tarieven bestaat behoefte aan een regeling om zonodig ook een bedrag dat lager is dan het minimumtarief aan de cliënt in rekening te kunnen brengen. Evenals voor de inwerkingtreding van de wet het geval was, beslist hierover het bestuur van de KNB. Wel moet nu binnen twee weken een afschrift van het verzoek en de daarop gegeven beslissing aan de minister van Justitie worden gezonden. Het is nuttig dat het ministerie van Justitie op deze wijze op de hoogte wordt gehouden van de knelpunten bij de toepassing van de minimumtarieven. In verband met de verruiming van de bandbreedtes mag evenwel worden verwacht, dat evenals thans het geval is, er weinig ontheffingsverzoeken zullen worden gedaan. Bijlage behorende bij artikel 1, eerste lid, Tweede tijdelijk besluit notariële tarieven onroerendgoedpraktijk Veilingtarief voor onroerende zaken, ook geldend voor teboekgestelde schepen. Onder het tarief zijn de kosten begrepen welke onder het transporttarief begrepen zijn doch niet de verdere veilingkosten zoals die van advertenties en biljetten, afslagersloon en zaalhuur. Het tarief wordt berekend over het bedrag dat tot grondslag strekt voor de berekening van de overdrachtsbelasting, ongeacht of de akte al dan niet is vrijgesteld van die belasting, met dien verstande dat daarbij buiten beschouwing worden gelaten de lasten welke door de koper voor zijn rekening zijn genomen. Bij veiling van meer percelen wordt bij de vaststelling van het tarief uitgegaan van de opbrengst van elk afzonderlijk gegunde perceel of van elke afzonderlijke gegunde combinatie, met dien verstande evenwel, dat splitsing van in combinatie gegunde percelen, hetzij voor de sluiting van het procesverbaal van veiling en gunning, hetzij bij akte de command of bij de akte van gunning na beraad, als afzonderlijke gunningen worden beschouwd. Het tarief wordt bij de onderstaande intervallen van de grondslag begrensd door de daarbij vermelde minimum- en maximumtarieven. Bij een waardegrondslag van € 18 151 209,– of hoger geldt een minimumtarief. Grondslag € 1,– Minimumtarief Maximumtarief Vanaf Tot € 1,– € 1,– 0 11 345 304 813 11 345 13 613 457 1 219 13 613 15 882 490 1 306 15 882 18 151 522 1 394 18 151 20 420 555 1 481 20 420 22 689 588 1 568 22 689 27 227 620 1 655 27 227 31 765 673 1 794 31 765 36 302 725 1 934 36 302 40 840 777 2 073 40 840 45 378 829 2 212 45 378 56 723 882 2 352 56 723 68 067 958 2 557 68 067 79 412 966 2 761 79 412 90 756 966 2 966 90 756 102 101 966 3 171 102 101 113 445 966 3 286 113 445 124 790 966 3 381 124 790 136 134 966 3 381 136 134 147 479 966 3 381 147 479 158 823 966 3 381 158 823 170 168 966 3 381 170 168 181 512 994 3 482 181 512 192 857 1 023 3 583 192 857 204 201 1 050 3 678 204 201 215 546 1 078 3 773 215 546 226 890 1 105 3 868 226 890 238 235 1 132 3 964 238 235 249 579 1 159 4 059 249 579 260 924 1 187 4 154 260 924 272 268 1 214 4 250 272 268 283 613 1 241 4 345 283 613 294 957 1 285 4 497 294 957 306 302 1 328 4 650 306 302 317 646 1 372 4 802 317 646 328 991 1 415 4 955 328 991 340 335 1 459 5 107 340 335 351 680 1 502 5 260 351 680 363 024 1 546 5 412 363 024 374 369 1 590 5 565 374 369 385 713 1 633 5 717 385 713 397 058 1 677 5 870 397 058 408 402 1 720 6 022 408 402 419 747 1 764 6 175 419 747 431 091 1 807 6 300 431 091 442 436 1 851 6 300 442 436 453 780 1 894 6 300 453 780 499 158 1 938 6 300 499 158 544 536 2 095 6 809 544 536 589 914 2 252 7 319 589 914 635 292 2 409 7 829 635 292 680 670 2 565 8 339 680 670 726 048 2 722 8 848 726 048 771 426 2 879 9 358 771 426 816 804 3 036 9 868 816 804 862 182 3 193 10 377 862 182 907 560 3 349 10 887 907 560 1 134 451 3 506 11 397 1 134 451 1 361 341 3 833 12 458 1 361 341 1 588 231 4 160 13 520 1 588 231 1 815 121 4 486 14 582 1 815 121 2 042 011 4 813 15 644 2 042 011 2 268 901 5 140 16 706 2 268 901 2 722 681 5 467 17 768 2 722 681 3 176 462 5 902 19 184 3 176 462 3 630 242 6 338 20 599 3 630 242 4 084 022 6 774 22 015 4 084 022 4 537 802 7 209 23 431 4 537 802 4 991 582 7 645 24 847 4 991 582 5 445 363 7 863 25 555 5 445 363 5 899 143 8 080 26 262 5 899 143 6 352 923 8 298 26 970 6 352 923 6 806 703 8 516 27 678 6 806 703 7 260 483 8 734 28 386 7 260 483 7 714 264 8 952 29 094 7 714 264 8 168 044 9 169 29 802 8 168 044 8 621 824 9 387 30 510 8 621 824 9 075 604 9 605 31 218 9 075 604 9 529 385 9 823 31 926 9 529 385 9 983 165 9 954 32 350 9 983 165 10 436 945 10 084 32 775 10 436 945 10 890 725 10 215 33 200 10 890 725 11 344 505 10 346 33 625 11 344 505 11 798 286 10 476 34 049 11 798 286 12 252 066 10 607 34 474 12 252 066 12 705 846 10 738 34 899 12 705 846 13 159 626 10 868 35 324 13 159 626 13 613 406 10 999 35 748 13 613 406 14 067 187 11 130 36 173 14 067 187 14 520 967 11 261 36 598 14 520 967 14 974 747 11 391 37 023 14 974 747 15 428 527 11 522 37 447 15 428 527 15 882 308 11 653 37 872 15 882 308 16 336 088 11 783 38 297 16 336 088 16 789 868 11 914 38 721 16 789 868 17 243 648 12 045 39 146 17 243 648 17 697 428 12 175 39 571 17 697 428 18 151 209 12 306 39 996 18 151 209 > 12 437 n.v.t. Het tarief wordt bij de onderstaande intervallen van de grondslag begrensd door de daarbij vermelde minimum- en maximumtarieven. Bij een grondslag van € 18 151 209,– of hoger geldt een minimumtarief. Grondslag € 1,– Minimumtarief Maximumtarief vanaf Tot € 1,– € 1,– 0 11 345 76 203 11 345 13 613 114 304 13 613 15 882 122 326 15 882 18 151 130 348 18 151 20 420 138 370 20 420 22 689 147 392 22 689 27 227 155 413 27 227 31 765 168 448 31 765 36 302 181 483 36 302 40 840 194 518 40 840 45 378 207 553 45 378 56 723 220 588 56 723 68 067 239 639 68 067 79 412 241 690 79 412 90 756 241 741 90 756 102 101 241 792 102 101 113 445 241 821 113 445 124 790 241 845 124 790 136 134 241 845 136 134 147 479 241 845 147 479 158 823 241 845 158 823 170 168 241 845 170 168 181 512 248 870 181 512 192 857 255 895 192 857 204 201 262 919 204 201 215 546 269 943 215 546 226 890 276 967 226 890 238 235 283 991 238 235 249 579 289 1 014 249 579 260 924 296 1 038 260 924 272 268 303 1 062 272 268 283 613 310 1 086 283 613 294 957 321 1 124 294 957 306 302 332 1 162 306 302 317 646 343 1 200 317 646 328 991 353 1 238 328 991 340 335 364 1 276 340 335 351 680 375 1 315 351 680 363 024 386 1 353 363 024 374 369 397 1 391 374 369 385 713 408 1 429 385 713 397 058 419 1 467 397 058 408 402 430 1 505 408 402 419 747 441 1 543 419 747 431 091 451 1 575 431 091 442 436 462 1 575 442 436 453 780 473 1 575 453 780 499 158 484 1 575 499 158 544 536 523 1 702 544 536 589 914 563 1 829 589 914 635 292 602 1 957 635 292 680 670 641 2 084 680 670 726 048 680 2 212 726 048 771 426 719 2 339 771 426 816 804 759 2 467 816 804 862 182 798 2 594 862 182 907 560 837 2 721 907 560 1 134 451 876 2 849 1 134 451 1 361 341 958 3 114 1 361 341 1 588 231 1 040 3 380 1 588 231 1 815 121 1 121 3 645 1 815 121 2 042 011 1 203 3 911 2 042 011 2 268 901 1 285 4 176 2 268 901 2 722 681 1 366 4 442 2 722 681 3 176 462 1 475 4 796 3 176 462 3 630 242 1 584 5 149 3 630 242 4 084 022 1 693 5 503 4 084 022 4 537 802 1 802 5 857 4 537 802 4 991 582 1 911 6 211 4 991 582 5 445 363 1 965 6 388 5 445 363 5 899 143 2 020 6 565 5 899 143 6 352 923 2 074 6 742 6 352 923 6 806 703 2 129 6 919 6 806 703 7 260 483 2 183 7 096 7 260 483 7 714 264 2 238 7 273 7 714 264 8 168 044 2 292 7 450 8 168 044 8 621 824 2 346 7 627 8 621 824 9 075 604 2 401 7 804 9 075 604 9 529 385 2 455 7 981 9 529 385 9 983 165 2 488 8 087 9 983 165 10 436 945 2 521 8 193 10 436 945 10 890 725 2 553 8 300 10 890 725 11 344 505 2 586 8 406 11 344 505 11 798 286 2 619 8 512 11 798 286 12 252 066 2 651 8 618 12 252 066 12 705 846 2 684 8 724 12 705 846 13 159 626 2 717 8 831 13 159 626 13 613 406 2 749 8 937 13 613 406 14 067 187 2 782 9 043 14 067 187 14 520 967 2 815 9 149 14 520 967 14 974 747 2 847 9 255 14 974 747 15 428 527 2 880 9 361 15 428 527 15 882 308 2 913 9 468 15 882 308 16 336 088 2 945 9 574 16 336 088 16 789 868 2 978 9 680 16 789 868 17 243 648 3 011 9 786 17 243 648 17 697 428 3 043 9 892 17 697 428 18 151 209 3 076 9 999 18 151 209 > 3 109 n.v.t. Bij ophouding wordt als honorarium bij verkoper in rekening gebracht een bedrag dat ligt tussen 2/3 van het geldende minimumrespectievelijk maximumtarief volgens de veilingtarieven I 2 en 3. Indien een veiling na aankondiging door biljetten of advertenties geen doorgang vindt, wordt als honorarium bij verkoper in rekening gebracht een bedrag dat ligt tussen de helft van het geldende minimum- respectievelijk maximumtarief volgens de veilingtarieven I 2 en 3, met dien verstande dat het tarief berekend wordt over de door de notaris te schatten grondslag als in I 1 bedoeld. IV. Indien een veiling geen doorgang vindt vóór aankondiging door biljetten of advertenties, is de notaris bevoegd een honorarium in rekening te brengen berekend naar de omvang en de aard van de werkzaamheden en het belang van de zaak. Op een openbare verkoop bij inschrijving zijn de veilingtarieven I, II, III en IV van overeenkomstige toepassing. Voor een akte de command, uitgebracht binnen 6 dagen (zulks met inachtneming van de Algemene Termijnenwet) na de gunning geldt een minimumtarief van € 76,–. Op een akte de command, welke na verloop van deze termijn verleden wordt, is het transporttarief I 2 casu quo het transporttarief V 2 van toepassing. Tenzij de bijzondere veilingvoorwaarden anders bepalen komen ten laste van: a. de koper: – het honorarium volgens tarief I 2 – de kosten van de akte de command – de extra kosten wegens de verhogingen van het kadastraal recht sedert 1965 – de overige kosten en lasten ingevolge de bijzondere veilingvoorwaarden b. de verkoper: – het honorarium volgens tarief I 3 – de kosten van advertenties en biljetten, afslagersloon en zaalhuur en andere voorgeschoten kosten van de veiling – de kosten van doorhaling van de inschrijvingen van hypotheken en beslagen – de kosten van ontruiming – de inzetpremie – de overige kosten en lasten ingevolge de bijzondere veilingvoorwaarden. Indien samen met het onroerend goed melkquotum wordt geveild geldt voor de veiling van het melkquotum geen tarief. Kosten en/of bemoeiingen terzake van rechterlijke machtigingen en dergelijke worden afzonderlijk berekend. Voor de extra bemoeiingen nodig ter verkrijging van de vrijstelling van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15 lid 1 sub q van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, dient in rekening gebracht te worden een bedrag van ten minste € 68,–, vermeerderd met de extra verschotten aan kadastrale recherches, kadastrale plans, enz. Bij verkoop vrij op naam wordt het tarief berekend over de overeengekomen koopsom, na aftrek van de transportkosten berekend over die overeengekomen koopsom. Is ter zake van de levering omzetbelasting verschuldigd, dan dient het honorarium te worden berekend over de tegenprestatie exclusief de omzetbelasting. Het tarief wordt, tenzij hierna anders is vermeld (zie b.v. bij grond waarop zal worden gebouwd, erfpacht en blote eigendom), berekend over het bedrag dat tot grondslag strekt voor de berekening van de overdrachtsbelasting, ongeacht of de akte al dan niet is vrijgesteld van die belasting. Indien in de akte geen waarde is uitgedrukt, wordt het tarief toegepast op de door de notaris te schatten waarde. Zie hetgeen hierboven over de grondslag is bepaald. Het tarief wordt bij de onderstaande intervallen van de grondslag begrensd door de daarbij vermelde minimum- en maximumtarieven. Bij een grondslag van € 18 151 209,– of hoger geldt een minimumtarief. Grondslag € 1,– Minimumtarief Maximumtarief Vanaf tot € 1,– € 1,– 0 454 95 254 454 908 95 254 908 11 345 190 508 11 345 13 613 190 508 13 613 15 882 204 544 15 882 18 151 217 580 18 151 20 420 231 617 20 420 22 689 245 653 22 689 27 227 258 689 27 227 31 765 280 747 31 765 36 302 302 805 36 302 40 840 302 863 40 840 45 378 302 922 45 378 56 723 302 980 56 723 68 067 302 1052 68 067 79 412 302 1058 79 412 90 756 302 1058 90 756 102 101 302 1058 102 101 113 445 302 1058 113 445 124 790 302 1058 124 790 136 134 302 1058 136 134 147 479 302 1058 147 479 158 823 302 1058 158 823 170 168 302 1058 170 168 181 512 307 1075 181 512 192 857 312 1092 192 857 204 201 319 1116 204 201 215 546 325 1140 215 546 226 890 332 1164 226 890 238 235 339 1188 238 235 249 579 346 1212 249 579 260 924 353 1236 260 924 272 268 360 1260 272 268 283 613 366 1283 283 613 294 957 376 1318 294 957 306 302 386 1352 306 302 317 646 396 1386 317 646 328 991 405 1420 328 991 340 335 415 1454 340 335 351 680 425 1488 351 680 363 024 435 1522 363 024 374 369 444 1557 374 369 385 713 462 1618 385 713 397 058 480 1680 397 058 408 402 497 1741 408 402 419 747 515 1802 419 747 431 091 532 1864 431 091 442 436 550 1902 442 436 453 780 567 1902 453 780 499 158 585 1902 499 158 544 536 640 2080 544 536 589 914 694 2257 589 914 635 292 749 2435 635 292 680 670 803 2612 680 670 726 048 858 2790 726 048 771 426 913 2967 771 426 816 804 967 3145 816 804 862 182 1022 3322 862 182 907 560 1077 3500 907 560 1 134 451 1131 3678 1 134 451 1 361 341 1248 4058 1 361 341 1 588 231 1365 4439 1 588 231 1 815 121 1482 4819 1 815 121 2 042 011 1600 5200 2 042 011 2 268 901 1717 5580 2 268 901 2 722 681 1834 5961 2 722 681 3 176 462 1990 6468 3 176 462 3 630 242 2146 6975 3 630 242 4 084 022 2302 7483 4 084 022 4 537 802 2458 7990 4 537 802 4 991 582 2614 8497 4 991 582 5 445 363 2692 8751 5 445 363 5 899 143 2770 9005 5 899 143 6 352 923 2848 9258 6 352 923 6 806 703 2926 9512 6 806 703 7 260 483 3004 9766 7 260 483 7 714 264 3082 10019 7 714 264 8 168 044 3161 10273 8 168 044 8 621 824 3239 10527 8 621 824 9 075 604 3317 10780 9 075 604 9 529 385 3395 11034 9 529 385 9 983 165 3442 11186 9 983 165 10 436 945 3488 11338 10 436 945 10 890 725 3535 11490 10 890 725 11 344 505 3582 11643 11 344 505 11 798 286 3629 11795 11 798 286 12 252 066 3676 11947 12 252 066 12 705 846 3722 12099 12 705 846 13 159 626 3769 12251 13 159 626 13 613 406 3816 12404 13 613 406 14 067 187 3863 12556 14 067 187 14 520 967 3910 12708 14 520 967 14 974 747 3957 12860 14 974 747 15 428 527 4003 13012 15 428 527 15 882 308 4050 13165 15 882 308 16 336 088 4097 13317 16 336 088 16 789 868 4144 13469 16 789 868 17 243 648 4191 13621 17 243 648 17 697 428 4238 13773 17 697 428 18 151 209 4284 13926 18 151 209 > 4331 n.v.t. Bij ruiling wordt het transporttarief I 2 voor iedere partij berekend over de waarde van het door haar verkregen lot. Indien de ruiling een overdracht als bedoeld onder transporttarief II inhoudt wordt gerekend: transporttarief II over de waarde van het lot, dat op de overdracht als bedoeld onder II betrekking heeft en transporttarief I 2 over de waarde van het andere lot. Indien de Staat partij is bij ruiling geldt transporttarief III, berekend over de waarde van het door de Staat verkregen lot en transporttarief I 2 over de waarde van het andere lot. Overeenkomstig de algemene regel wordt bij erfpacht, voorzover hierna niet anders is bepaald, het transporttarief I 2 berekend over het bedrag dat tot grondslag voor de berekening van de overdrachtsbelasting strekt. Indien in verband met de mogelijkheid van verhoging van de canon voor de berekening van de overdrachtsbelasting een schatting moet plaatshebben, geldt de verhoogde grondslag niet voor de toepassing van het tarief. Voor zover in een wijziging van de erfpachtsvoorwaarden (conversie) een verhoging van de canon is begrepen, alsmede bij uitsluitend verhogen van de canon, wordt het tarief berekend als volgt: honorarium over de nieuwe gekapitaliseerde canon minus het honorarium over de oude gekapitaliseerde canon, berekend naar het ten tijde van de verhoging geldende tarief en naar dezelfde kapitalisatiefactor (d.w.z. de factor die behoort bij de tijd dat de erfpacht na de verhoging van de canon nog zal duren), echter met een minimum van € 95,– per geval. In geval van met elkaar samenhangende conversies met canonverhoging of uitsluitend verhogen van de canon, waarbij één erfverpachter en meer dan twee erfpachters zijn betrokken en welke betrekking hebben op naburig gelegen onroerende goederen, wordt voor elke conversie/canonverhoging voormeld tarief met 15% verlaagd. Tevoren dient tussen de erfverpachter en de notaris vastgesteld te worden welke erfpachtsrechten aan deze eis voldoen. De desbetreffende akten hoeven niet op dezelfde dag te worden gepasseerd. Bij uitgifte in erfpacht van onroerend goed aan de pachter of huurder daarvan wordt het honorarium berekend als volgt, mits de pacht- of huurverhouding voor ten minste zes jaren was aangegaan: a. Uitgifte in erfpacht zonder overdracht van opstallen: over de gekapitaliseerde canon; de kapitalisatiefactor (ten hoogste 17) wordt echter verminderd met 2 voor elk jaar, dat de voorliggende pacht- of huurverhouding bestaan heeft, met dien verstande, dat de factor niet minder kan gaan bedragen dan 10. De pachtjaren van een vorige pachter worden bij de vermindering in aanmerking genomen, indien de huidige pachter op grond van een wettelijk voorkeursrecht de pacht overgenomen heeft. b. Uitgifte in erfpacht met overdracht van opstallen: over de waarde van de gebouwen vermeerderd met de op de wijze, als onder a beschreven, gekapitaliseerde canon, met dien verstande, dat de kapitalisatiefactor minimaal 5 moet bedragen. Indien een opstalrecht verleend wordt in samenhang met een huurovereenkomst hetzelfde onroerend goed betreffende, wordt de grondslag van het tarief, indien en voor zover bij de berekening van de overdrachtsbelasting geen rekening met de huurprijs wordt gehouden, verhoogd met het tienvoud van de jaarlijkse huurprijs, met dien verstande dat het tarief over niet meer berekend wordt dan de waarde van het gehele onroerend goed, waarop de huurovereenkomst en het opstalrecht betrekking hebben. Bij overdracht van eigendom, belast met erfpacht, opstal, beklemming, vruchtgebruik of recht van gebruik en bewoning wordt het transporttarief I 2 berekend over de waarde (in normale gevallen gelijk aan het bedrag van prijs en lasten) voor zover van toepassing zonder aftrek van de gekapitaliseerde schuldplichtigheid of bijtelling van de waarde van door de erfpach- ter, opstalhouder of beklemde meier of (vrucht-)gebruiker gestichte opstallen. Bij overdracht van eigendom, onder voorbehoud van vruchtgebruik, recht van gebruik en bewoning, erfpacht, opstal of beklemming, wordt het transporttarief I 2 berekend over de waarde van de volle eigendom. Indien meer dan één overdracht bij één akte plaatsvindt, wordt het tarief over elke overdracht afzonderlijk berekend, tenzij het betreft meer overdrachten door dezelfde overdragende partij aan dezelfde verkrijgende partij. In dit laatste geval wordt het tarief berekend over de totale waarde van wat door dezelfde partij wordt overgedragen. Met elkaar samenhangende overdrachten van naburig gelegen grond, waarop door of namens de overdragende partij of door een tussenpersoon krachtens aannemings- of andere bouwovereenkomst wordt of zal worden gebouwd A. Voor elke overdracht van grond, waarop door of namens de overdragende partij of door een tussenpersoon gebouwd wordt, of zal worden gebouwd, wordt in rekening gebracht de helft van het transporttarief I 2 berekend over het bedrag dat gelijk is aan de totale tegenprestatie (koop-/aannemingssom), exclusief de omzetbelasting. Dit tarief geldt per over te dragen kavel. Indien het gehele bouwcomplex in totaal aan koop-/aannemingssommen (excl. B.T.W.) meer dan € 1 815 121,– vertegenwoordigt, dan dient in afwijking van het vorengaande per kavel minimaal in rekening gebracht te worden hetgeen als minimumtarief zou hebben gegolden indien de koop-/aannemingssommen voor de kavels in totaal € 1 815 121,– zouden hebben bedragen. Indien dit bedrag lager uitvalt moet te allen tijde minimaal € 226,– per kavel in rekening worden gebracht. B. Werkzaamheden voor het vestigen van erfdienstbaarheden zijn normaliter in het transporttarief begrepen. Moeten er echter bij bouwcomplexen bijzondere regelingen getroffen worden (centraal antennesysteem, ingewikkelde erfdienstbaarheden e.d.), dan zullen voor die werkzaamheden extra kosten in rekening kunnen worden gebracht. C. Bij vestiging van een recht van erfpacht, opstal of beklemming (zie sub I 4) en bij overdracht van blote eigendom (zie sub I 5), dient het transporttarief I 7 naar analogie te worden toegepast. D. Als tussenpersoon wordt aangemerkt ieder, die met betrekking tot de overdracht direct of indirect in zakelijke relatie staat met de overdragende partij en/of de verkrijger. E. In het tarief is begrepen de medewerking van de notaris aan de opleveringsregeling (de zogenaamde 5%-regeling). Indien ten aanzien van eenzelfde onroerende zaak op dezelfde dag voor dezelfde notaris meer dan één akte van overdracht wordt gepasseerd, is het tarief slechts eenmaal verschuldigd en wel over het hoogste bedrag, vermeerderd met een tarief van ten minste € 190,– en ten hoogste € 508,– voor iedere extra akte plus alle extra verschotten. In geval van een project – anders dan bedoeld onder transporttarief I 7 – van met elkaar samenhangende overdrachten door één verkoper van naburig gelegen onroerende goederen aan meer dan twee verschillende kopers, wordt voor elke overdracht de minimum- en maximumbedragen van het transporttarief I 2 met 15% verlaagd. Tevoren dient tussen verkoper en de notaris vastgesteld te worden welke onroerende goederen onder dit project vallen. De overdrachten hoeven niet op dezelfde dag plaats te vinden. Dit tarief geldt per overdracht. Indien de tariefgrond-slagen van alle overdrachten uit het project in totaal meer dan € 1 815 121,– bedragen, dan dient per overdracht minimaal in rekening te worden gebracht hetgeen als tarief zou hebben gegolden indien de grondslagen voor de overdrachten in totaal € 1 815 121,– zouden hebben bedragen. Indien het berekende bedrag lager uitvalt moet te allen tijde per overdracht minimaal € 226,– in rekening worden gebracht. b. Overdrachten op grond van de onderwijswetgeving van schoolgebouwen of van grond bestemd voor de bouw daarvan. c. Overdrachten van ziekenhuizen of van grond bestemd voor de bouw daarvan. Het tarief bedraagt de helft van de minimum- respectievelijk maximumbedragen van het gewone transporttarief I 2, met een minimum van € 190,–. In de hierboven bedoelde gevallen wordt het tarief alleen over de waarde van de grond berekend indien duidelijk blijkt dat bij de stichting van de opstallen reeds vaststond dat de betrokken overdracht in het voornemen lag. Voor het overige is van toepassing de grondslag sub I 1 vermeld en hetgeen sub I 3, I 4, I 5 en I 6 is bepaald Het tarief bedraagt 2/3 van de minimum- respectievelijk maximumbedragen van het gewone transporttarief I 2, met een minimum van € 190,– Het tarief geldt: a. Voor al die staatsdiensten, staatsbedrijven en staatsinstellingen, voor welke de Dienst der Domeinen de akten voorbereidt, waarbij geen verschil wordt gemaakt tussen werkelijke staatsorganen en rechtspersoonlijkheid bezittende staatsinstellingen. Volgens opgave van de Dienst der Domeinen zijn dit o.a.: – de P.T.T., waaronder ook de Postbank; – de Artillerie-Inrichtingen; – het Staatsvissershavenbedrijf; – de Staatsdrukkerij en -uitgeverij; – de Rijksmunt; – de Technische Hogescholen; – door de Staat in het leven geroepen stichtingen, werkzaam op het gebied van het landbouwkundig onderzoek, zoals: Stichting instituut voor biologisch en scheikundig onderzoek van landbouwgewassen te Wageningen; Stichting proefvelden voor de akker- en weidebouw te Wageningen; Stichting voor plantenveredeling (S.V.P.) te =s-Gravenhage. Voorts behandelt de Dienst der Domeinen de akten van overdracht van de Staat aan het Bureau Beheer Landbouwgronden (B.B.L.). Voor deze overdrachten geldt eveneens het transporttarief III 2. Overigens geldt dit tarief niet voor genoemd bureau, aangezien zij de behandeling van andere akten geheel aan de notarissen overlaat. b. Voor het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, dat de akten zelf voorbereidt. c. Voor het Staatsbosbeheer, dat de akten zelf voorbereidt. d. Voor de Kroondomeinen, voor welke de voorbereiding plaatsvindt door verschillende bij het beheer der Kroondomeinen betrokken ambtenaren. Het tarief bedraagt de helft van de minimum- respectievelijk maximumbedragen van het gewone transporttarief I 2, met een minimum van € 190,–. Het tarief wordt toegepast over de totale tegenprestatie inclusief alle bijkomende vergoedingen. Het transporttarief III 2 is op deze overdrachten van toepassing, indien de provincie over een goed geoutilleerd apparaat beschikt, dat de akten voorbereidt.De beslissing of een dergelijk apparaat aanwezig is en het staatstransporttarief III 2 derhalve kan worden toegepast, berust bij het bestuur van de KNB. Het tarief wordt berekend over het bedrag van de tegenprestatie of, zo deze hoger mocht zijn, over de waarde, behoudens het sub I 5 bepaalde, dat te dezen mede van toepassing is, evenals het sub I 3 en I 6 bepaalde. Kosten van teboekstelling zijn niet in het tarief begrepen; evenmin kosten van merking bij schepen. Het tarief is gelijk aan het gewone transporttarief I 2. Bij een waardegrondslag van € 2 268 901,– of hoger geldt een minimumtarief behorend bij een grondslag van € 2 268 901,–. Grondslag is de waarde der overgedragen zaken, behoudens het sub I 4 en I 5 bepaalde, dat te dezen mede van toepassing is. Het opmaken van een schenkingsaangifte is onder het tarief begrepen. Meer schenkingen bij één akte worden als afzonderlijke schenkingen beschouwd, tenzij het betreft meer schenkingen bij één akte door dezelfde schenker aan bloed- of aanverwanten in de rechte neerdalende lijn. Transporttarief I 2, voor zover de transporttarieven III en IV niet van toepassing zijn. In geval van ruilverkaveling krachtens overeenkomst, zijnde een zogenaamde kavelruil, geldt het (normale) transporttarief I 2 en wel per overgedragen kavel. Het transporttarief I 2 toe te passen over de waarde van de onroerende zaak of het schip, behoudens het sub I 5 bepaalde, dat te dezen mede van toepassing is, evenals het sub I 6 bepaalde.Indien naast de notariële akte, die de huurkoopovereenkomst bevat, (tegelijkertijd) een afzonderlijke akte van levering moet worden opgemaakt, dient voor elk van deze akten de helft van het tarief – berekend over de waarde van de onroerende zaak, het schip ten tijde van het opmaken van de betrokken akte – te worden berekend.In geval de akte van levering binnen drie maanden na de akte houdende huurkoopovereenkomst wordt opgemaakt en wel voor dezelfde notaris, mag voor de berekening van het honorarium van de eerstgenoemde akte in mindering worden gebracht een bedrag dat gelijk is aan de helft van het honorarium dat gedeclareerd is voor de akte houdende huurkoopovereenkomst. Het transporttarief I 2 over de waarde van de flat, waarvan men door het lidmaatschap het gebruik verkrijgt. Verder is van toepassing het sub I 3 en I 6 bepaalde. Bij scheiding van onroerende zaken en teboekgestelde schepen, gemeen uit welken hoofde dan ook, geldt het transporttarief I 2 resp. V 2 over de waarde van de bij de scheiding betrokken onroerende zaken of schepen, met dien verstande dat het honorarium niet hoger kan zijn dan het zou hebben bedragen indien de transaktie in de vorm van een overdracht zou zijn gegoten. a. Voor een notariële akte houdende economische eigendomsoverdracht van onroerend goed dient het normale transporttarief in rekening te worden gebracht. b. Voor een akte houdende de juridische levering van het onroerend goed dient eveneens het normale transporttarief in rekening te worden gebracht. c. Ingeval de juridische levering binnen drie maanden na het verlijden van de notariële akte van economische eigendomsoverdracht plaatsvindt bij een akte voor dezelfde notaris, waarbij partijen dezelfde zijn, mag voor de berekening van het honorarium van de laatst opgemaakte akte in mindering worden gebracht, een bedrag dat gelijk is aan de helft van het honorarium dat gedeclareerd is voor de economische eigendomsoverdracht. N.B. Indien ter nakoming van de verplichting tot levering door de juridische eigenaar hypotheek wordt verleend, zie voor berekening van het tarief onder hypotheektarief XI. In geval van afgifte van een legaat van onroerende zaken of schepen wordt het gewone transporttarief I 2 c.q. V 2 toegepast; het bij het transporttarief sub I 4, I 5 en I 6 bepaalde is daarbij van toepassing. Op toedeling van vruchtgebruik dan wel afgifte van een legaat houdende vruchtgebruik is, voorzover het vruchtgebruik betrekking heeft op onroerende zaken en schepen, het vorenstaande eveneens van toepassing. In geval van inbreng van onroerende zaken en schepen – hetzij bij een akte van oprichting, hetzij bij een akte van wijziging of andere akte – in een N.V./B.V. dan wel in maat- of vennootschappen welker kapitaal niet in aandelen is verdeeld, wordt in rekening gebracht de helft van het transporttarief I 2 c.q. V 2 over de waarde van de ingebrachte onroerende zaken of schepen, zulks met een minimum van € 190,–. Het bij het transporttarief sub I 4, I 5 en I 6 bepaalde is daarbij van toepassing. Dit tarief geldt ook indien de onroerende zaken of schepen deel uitmaken van een ingebrachte onderneming. Indien bij de inbreng in voormelde maat- of vennootschappen (welker kapitaal niet in aandelen is verdeeld) de ingebrachte onroerende zaken of schepen vóór de inbreng reeds aan alle maten tezamen toebehoorden wordt 1/4 van het tarief in rekening gebracht, met een minimum van € 190,–. Het tarief wordt berekend over de hoofdsom tot zekerheid waarvan de hypotheek wordt verleend. Het meestal begrote bedrag voor rente en kosten blijft dus buiten beschouwing. Kosten en/of bemoeiingen terzake van rechterlijke machtigingen en dergelijke worden afzonderlijk berekend. Kosten van merking en teboekstelling van schepen zijn evenmin in het tarief begrepen. - document.segment-2 Verify source ↗
Besluit van 15 april 2003, houdende tijdelijke regeling voor de notariële tarieven in de onroerendgoedpraktijk tot 1 juli 2003 (Tweede tijdelijk besluit notariële tarieven onroerendgoedpraktijk) — segment 2
AI-assisted research summary: This provision sets several notarial mortgage and property-related tariff calculations, including reductions, minimum amounts, and special cases.
Indien de hypotheek deel uitmaakt van diverse zekerheden voor een aangegane lening of verleend crediet – zoals bij praktijkfinanciering het geval is – wordt het hypotheektarief beperkt tot de door de notaris te schatten waarde van de hypothecair verbonden zaken. Voor het restant van de schuld gelden dan derhalve geen tarieven. 1. Het tarief bedraagt 2/3 van het transporttarief I 2. 2. Indien op dezelfde dag waarop een akte van hypotheekverlening wordt verleden een akte tot verkrijging van het onroerend goed waarop het recht van hypotheek zal worden verleend, wordt gepasseerd, wordt het hypotheektarief met 25% verlaagd. Indien het recht van hypotheek wordt verleend op meer onroerende goederen die niet alle dezelfde dag zijn verkregen, wordt de 25% verlaging berekend over dat deel van het honorarium dat, naar verhouding van de waarden van de ondergezette onroerende goederen, toegerekend kan worden aan de op dezelfde dag verkregen en ondergezette onroerende goederen. Op hypotheekverlening op schepen is hypotheektarief I van toepassing. 1. Bij fusie van bankinstellingen: Hiervoor geldt geen tariefregeling. 2. Bij conversie van erfpacht: 3/4 van het hypotheektarief I, met een minimum van € 127,–. 3. In verband met inbreng van een met hypotheek belaste zaak in een maat- of vennootschap: de helft van hypotheektarief I c.q. de helft van hypotheektarief II, met een minimum van € 127,–. 4. In alle gevallen behalve die genoemd onder III 1, 2 en 3, mits de hypotheeknemer, de hypotheekgever en, indien er sprake is van een derdenhypotheek, de schuldenaar, alsmede het onderpand dezelfde blijven: de helft van hypotheektarief I. Getuigschrift van bezwaardheid, royement en al hetgeen de crediteur meer verlangt dan grosse, afschrift, ingeschreven afschrift, één kadastraal extract en één assurantieverklaring, worden in deze gevallen afzonderlijk berekend. Hypotheektarief I te berekenen over de verhoging, met dien verstande dat minimaal in rekening wordt gebracht de helft van het minimum hypotheektarief I over de hoofdsom, onverminderd de kosten van royement. Hypotheektarief I te berekenen over de waarde van het toegevoegde onderpand, met dien verstande, dat nimmer meer in rekening wordt gebracht dan het hypotheektarief I over de hoofdsom. Het tarief bedraagt 1/3 van het hypotheektarief I, met een minimum van € 127,–. Voor hypotheekstellingen ten behoeve van bloed- of aanverwanten in de rechte lijn, tot zekerheid van schuldig gebleven uitkeringen wegens overbedeling bij boedelscheiding, wordt in rekening gebracht de helft van het hypotheektarief I, met een minimum van € 127,–. Het maakt geen verschil of de schuldeiser meerderjarig of minderjarig is en of de hypotheek bij de akte van boedelscheiding dan wel bij afzonderlijke akte wordt verleend. Indien de debiteur een onherroepelijke volmacht tot hypotheekverlening aan de crediteur verstrekt, terwijl het niet de bedoeling is dat laatstgenoemde terstond hypotheek neemt, doch eerst wanneer hem dit gewenst voorkomt, wordt voor deze volmacht berekend: 1/3 van het hypotheektarief I met een minimum van € 127,–. Wanneer t.z.t. de hypotheekakte met gebruikmaking van de volmacht voor dezelfde notaris wordt verleden, zal het voor de volmacht berekende bedrag in mindering worden gebracht op de kosten van de hypotheekakte vermeerderd met de extra verschotten, met dien verstande dat het honorarium voor de hypotheekakte minimaal € 127,– bedraagt. Gehele doorhaling: tussen € 19,– en € 50,–. Gedeeltelijke doorhaling: tussen € 28,– en € 76,–. In het tarief zijn de kosten van registratie begrepen, echter niet het kadastraal recht dat voor de doorhaling ten hypotheekkantore verschuldigd is. Voor vernieuwing van de op de ingebrachte onroerende zaken of schepen rustende hypotheken wordt de helft van het hypotheektarief I c.q. II berekend, met een minimum van € 127,–. Wanneer een tot een onderneming behorend onroerend goed niet wordt ingebracht in een nieuwe maat- of vennootschap, doch opnieuw hypothecair moet worden verbonden voor dezelfde schuld/kredietverhouding, geldt hetzelfde tarief als voor vernieuwing van een hypotheek wegens inbreng op een ingebrachte zaak. Wordt ter nakoming van de verplichting van de overdragende partij tot levering van het onroerend goed het recht van hypotheek verleend, dan dient hiervoor het normale hypotheektarief in rekening te worden gebracht, tenzij de juridische eigenaar ten behoeve van de economische eigenaar, ter nakoming van zijn verplichting, het hypotheekrecht verleent uitsluitend en alleen op het betrokken onroerend goed bij een akte voor dezelfde notaris als degene ten overstaan van wie de economische eigendomsoverdracht plaatsvond. In dat geval dient de helft van het normale hypotheektarief in rekening te worden gebracht. Indien de juridische eigenaar een onherroepelijke volmacht tot hypotheek verlening aan de economische eigenaar verstrekt, terwijl het niet de bedoeling is dat laatstgenoemde terstond hypotheek neemt, doch eerst wanneer hem dit gewenst voorkomt, wordt voor deze volmacht berekend: 1/3 van het hypotheektarief I, met een minimum van € 127,–. Het hypotheektarief I is van toepassing over de hoofdsom tot zekerheid waarvan in pand wordt gegeven. Onderscheiden kunnen worden: a. De akte van splitsing van een onroerend goed en vaststelling van een reglement met oprichting van een vereniging van eigenaren. De splitsing kan geschieden door: 1. de eigenaar (b.v. de bouwer) van het onroerend goed met de bedoeling de verkregen appartementen van de hand te doen aan afzonderlijke kopers; 2. de gezamenlijke eigenaren, die na de splitsing ieder hun eigen appartementen toegewezen krijgen. b. De akte van overdracht door de eigenaar aan de koper van een appartement. c. De akte waarbij de gezamenlijke eigenaren, die gesplitst hebben, de verschillende appartementen onder elkaar verdelen. Het is mogelijk, dat de sub a bedoelde akten worden gecombineerd met de sub b respectievelijk c bedoelde akten. Dit maakt voor de berekening van het tarief geen verschil. Hetgeen bij het transporttarief opgemerkt over verschotten, omzetbelasting, e.d. geldt ook voor het appartemententarief. b. Het tarief is gelijk aan het transporttarief I 2 over de waarde van het onroerend goed in voltooide staat (de optelsom van de onderhandse verkoopwaarden van de bij de splitsing betrokken appartementsrechten), zulks met een minimum van € 181,–. Het aldus berekende bedrag wordt verhoogd met een bedrag van ten minste € 27,– en ten hoogste€ 72,– per na splitsing ontstaan appartementsrecht. Onder dit tarief zijn niet begrepen het architecten-honorarium en de kosten verbonden aan het maken van de vereiste tekeningen. 1. Indien er sprake is van een (appartementen)bouwcomplex als omschreven onder transporttarief I 7 en het appartementsrecht vóór het eerste gebruik als afzonderlijk geheel (is verkocht en) wordt overgedragen: transporttarief I 7 is van toepassing. 2. In de overige gevallen: het gewone transporttarief I 2 is van toepassing, zulks met inachtneming van transporttarief I 9. 3. In geval van opheffing van onverdeeldheden tussen appartementseigenaren (zie aanhef sub c) is transporttarief X van overeenkomstige toepassing. N.B. Indien bij dezelfde notaris: a. binnen twee jaar b. door dezelfde personen c. grond, danwel het onroerend goed wordt aangekocht met het oog op splitsing d. het onroerend goed in appartementsrechten wordt gesplitst en e. de appartementsrechten worden toegedeeld aan degenen die oorspronkelijk ook hebben aangekocht wordt het transporttarief dat bij de aankoop in rekening is gebracht in mindering gebracht op de toedelingskosten (appartemententarief II sub 3). Met deze geleidelijke aanpassing wordt beoogd een aansluiting te realiseren met de andere bandbreedtes in de volgende categorieën. Idem voetnoot 1. Bij een waarde beneden € 908,– is het transporttarief 1.2 van toepassing. Zie voetnoot 1. Zie voetnoot 1. Zie voetnoot 1. Zie voetnoot 1.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 15 april 2003, houdende tijdelijke regeling voor de notariële tarieven in de onroerendgoedpraktijk tot 1 juli 2003 (Tweede tijdelijk besluit notariële tarieven onroerendgoedpraktijk)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in