Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES en de Wet financiële markten BES in verband met het aanpakken van geconstateerde risico’s op witwassen en financieren van terrorisme op de BES en het in overeenstemming brengen van deze wetgeving met de aanbevelingen van de Financial Action Task Force
Service providers must assess AML/terrorist-financing risks, keep records up to date, train staff, and follow cash-declaration rules for cash over USD 10,000; the supervisor also has information-sharing and enforcement powers.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 24 Nov 2020
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES en de Wet financiële markten BES in verband met het aanpakken van geconstateerde risico’s op witwassen en financieren van terrorisme op de BES en het in overeenstemming brengen van deze wetgeving met de aanbevelingen van de Financial Action Task Force
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES en de Wet financiële markten BES in verband met het aanpakken van geconstateerde risico’s op witwassen en financieren van terrorisme op de BES en het in overeenstemming brengen van deze wetgeving met de aanbevelingen van de Financial Action Task Force
AI-assisted research summary: Service providers must assess AML/terrorist-financing risks, keep records up to date, train staff, and follow cash-declaration rules for cash over USD 10,000; the supervisor also has information-sharing and enforcement powers.
Staatsblad Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES en de Wet financiële markten BES in verband met het aanpakken van geconstateerde risico’s op witwassen en financieren van terrorisme op de BES en het in overeenstemming brengen van deze wetgeving met de aanbevelingen van de Financial Action Task Force Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A binnenlandse en buitenlandse bankbiljetten en munten, alsmede aan toonder gestelde verhandelbare waardepapieren, alsmede goud en diamanten, alsmede andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen waardedragers of goederen; persoon die in of buiten de openbare lichamen een prominente publieke functie bekleedt of heeft bekleed, met uitzondering van degenen die deze functie ten minste een jaar hebben beëindigd, en de directe familieleden of naaste geassocieerde als bedoeld in artikel 1.2, eerste en tweede lid, van deze persoon; Een door de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten aan te wijzen deken als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Advocatenwet, betreffende het toezicht op advocaten bij de uitvoering van diensten als bedoeld in Bijlage A, onderdeel i, subonderdelen n en o. natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een cliënt, dan wel de natuurlijke persoon voor wiens rekening een transactie of activiteit wordt verricht; 4. Bij algemene maatregel van bestuur worden de categorieën natuurlijke personen aangewezen die in elk geval worden aangemerkt als uiteindelijk belanghebbende. B C 2. De toezichtautoriteit is in afwijking van het eerste lid bevoegd gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, te verstrekken aan: de andere toezichtautoriteit of een buitenlandse toezichthoudende instantie; de Belastingdienst, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, de Koninklijke Marechaussee, het Korps Politie Caribisch Nederland, het meldpunt, en het Openbaar Ministerie met het oog op risico’s van inbreuken op de integriteit van het financiële stelsel, of onderdelen daarvan en voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van publiekrechtelijke taken en bevoegdheden van deze instanties. 3. Onder risico’s als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden verstaan risico’s met betrekking tot de integriteit van natuurlijke of rechtspersonen die binnen het financiële stelsel werkzaam zijn, alsmede risico’s als gevolg van het doen en nalaten van partijen binnen het financiële stelsel of onderdelen daarvan, met betrekking tot financieel-economische criminaliteit en andere ernstige vormen van criminaliteit of van terrorismefinanciering. 4. De toezichthouder verstrekt geen vertrouwelijke gegevens of inlichtingen op grond van het tweede lid indien: het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is; het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van het toezicht op wetgeving ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de wet of de openbare orde van de openbare lichamen; de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd; de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt. D 1. Een dienstverlener neemt maatregelen om zijn risico’s op witwassen en financieren van terrorisme vast te stellen en te beoordelen, waarbij de maatregelen in verhouding staan tot de aard en de omvang van de dienstverlener. 2. Bij het vaststellen en beoordelen van de risico’s, bedoeld in het eerste lid, houdt de dienstverlener in ieder geval rekening met de risicofactoren die verband houden met het type cliënt, product, dienst, transactie en leveringskanaal en met landen of geografische gebieden. 3. Een dienstverlener legt de resultaten van het vaststellen en beoordelen van zijn risico’s vast, houdt deze actueel en verstrekt deze resultaten desgevraagd aan de toezichthoudende autoriteit. 4. De toezichthoudende autoriteit kan ontheffing verlenen van het eerste tot en met derde lid, indien de dienstverlener behoort tot een sector waarvan de inherente specifieke risico’s op witwassen en financieren van terrorisme duidelijk en inzichtelijk zijn. 1. Een dienstverlener beschikt over gedragslijnen, procedures en maatregelen om de risico’s op witwassen en financieren van terrorisme en de risico’s die zijn geïdentificeerd in de nationale risicobeoordeling te beperken en effectief te beheersen. 2. De gedragslijnen, procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn evenredig aan de aard en de omvang van de dienstverlener en hebben ten minste betrekking op de naleving van de bepalingen in de artikelen 1.5, 1.6, 1.8, 1.9, 1.11 en 1.12, hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3, paragraaf 2. 3. De gedragslijnen, procedures en maatregelen behoeven de goedkeuring van de personen die het dagelijks beleid van een dienstverlener bepalen. 4. Een dienstverlener draagt zorg voor een systematische toetsing van de gedragslijnen, procedures en maatregelen en draagt waar nodig zorg voor een bijstelling hiervan. 1. Indien het dagelijks beleid van een dienstverlener wordt bepaald door twee of meer personen, wijst een dienstverlener één van de personen die het dagelijks beleid van de dienstverlener bepalen aan die is belast met de verantwoordelijkheid voor de naleving door de dienstverlener van het bij of krachtens deze wet bepaalde. 2. Voor zover passend bij de aard en omvang van de dienstverlener, beschikt een dienstverlener over een onafhankelijke en effectieve compliancefunctie. 3. De compliancefunctie is gericht op het controleren van de naleving van wettelijke regels en interne regels die de dienstverlener zelf heeft opgesteld en omvat onder meer de taak die strekt tot het verstrekken van de gegevens, bedoeld in artikel 3.5, aan het meldpunt. 4. Indien van toepassing en voor zover passend bij de aard en de omvang van de dienstverlener, draagt een dienstverlener er zorg voor dat op onafhankelijke wijze een auditfunctie wordt uitgeoefend ten aanzien van zijn werkzaamheden. De auditfunctie controleert de naleving door een dienstverlener van de bij of krachtens deze wet gestelde regels en de uitoefening van de compliancefunctie. 1. Een dienstverlener die deel uitmaakt van een groep past de op het niveau van de groep geldende gedragslijnen en procedures op effectieve wijze toe, voor zover die voldoen aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels. 2. Een dienstverlener draagt tevens zorg voor een effectieve toepassing van de in het eerste lid bedoelde gedragslijnen en procedures door zijn bijkantoren of meerderheidsdochterondernemingen met zetel buiten de openbare lichamen. 3. Onder de gedragslijnen en procedures, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden in ieder geval verstaan gedragslijnen en procedures inzake gegevensbescherming en gedragslijnen en procedures voor het delen van informatie binnen de groep, voor zover deze gegevens en informatie betrekking hebben op het voorkomen van witwassen en financieren van terrorisme. 4. Indien het recht van een betrokken staat in de weg staat aan de toepassing van het tweede lid, stelt de dienstverlener de toezichthoudende autoriteit hiervan in kennis en ziet de instelling erop toe dat het bijkantoor of de meerderheidsdochteronderneming aanvullende maatregelen neemt om het risico op witwassen en financieren van terrorisme doeltreffend te beheersen. 5. Indien de aanvullende maatregelen, bedoeld in het vierde lid, onvoldoende zijn, neemt de toezichthoudende autoriteit aanvullende toezichtmaatregelen, waarbij onder meer wordt verlangd dat de groep geen zakelijke relaties aangaat of die relaties beëindigt en geen transacties uitvoert, dan wel waarbij de groep, indien nodig, wordt verzocht haar bedrijfsactiviteiten in de betrokken staat te beëindigen. De artikelen 1.9 tot en met 1.12 zijn niet van toepassing op de dienstverleners, bedoeld in Bijlage A, onder I, aanhef, onder j., l., m., n. en o. Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk publiceren periodiek een verslag van de geïdentificeerde, geanalyseerde en beoordeelde risico’s op witwassen en financieren van terrorisme. E vast te stellen of de natuurlijke persoon die de cliënt vertegenwoordigt daartoe bevoegd is en in voorkomend geval de natuurlijke persoon te identificeren en diens identiteit te verifiëren; 3. Een dienstverlener stemt het cliëntenonderzoek aantoonbaar af op de risicogevoeligheid voor witwassen of financieren van terrorisme van het type cliënt, zakelijke relatie, product of transactie. 6. Een dienstverlener neemt redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de gegevens die ingevolge het tweede lid zijn verzameld over daar bedoelde personen juist en volledig zijn en actueel gehouden worden. F G 2. Een dienstverlener houdt bij het bepalen van de risicogevoeligheid, bedoeld in het eerste lid, ten minste rekening met bij regeling van Onze Minister aan te wijzen risicofactoren. H 1. In afwijking van artikel 2.2, tweede lid, kan een dienstverlener een vereenvoudigd cliëntenonderzoek verrichten indien een zakelijke relatie, transactie of cliënt naar zijn aard een laag risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt. De instelling houdt daarbij ten minste rekening met bij regeling van Onze Minister aan te wijzen risicofactoren. 2. Een dienstverlener verzamelt aantoonbaar voldoende gegevens om te kunnen vaststellen of met betrekking tot een cliënt een vereenvoudigd cliëntenonderzoek als bedoeld in het eerste lid kan worden verricht. 3. Een dienstverlener neemt redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de gegevens die ingevolge het tweede lid zijn verzameld en de daarop gebaseerde vaststelling actueel gehouden worden. 4. Een dienstverlener zorgt voor een toereikende controle van de transacties of de zakelijke relatie om te verzekeren dat kan worden voldaan aan het bepaalde in artikel 3.5. 5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen producten, transacties en categorieën dienstverleners worden aangewezen waarop het eerste lid in ieder geval van toepassing is. I J K L M N 1. Het meldpunt kan ten behoeve van de uitvoering van zijn taak, bedoeld in artikel 3.2, onderdeel b, gegevens of inlichtingen opvragen bij een dienstverlener die een melding heeft gedaan of bij een dienstverlener die naar het oordeel van het meldpunt beschikt over gegevens of inlichtingen die relevant zijn voor het analyseren door het meldpunt van een transactie of voorgenomen transactie of van een zakelijke relatie. 2. De dienstverlener waaraan overeenkomstig het eerste lid gegevens of inlichtingen zijn gevraagd, verstrekt deze onverwijld en in schriftelijke vorm, alsmede in spoedeisende gevallen mondeling, aan het meldpunt. Na Ten behoeve van de naleving van de in de artikelen 3.5 en 3.6 opgenomen verplichtingen, zijn notarissen, kandidaat-notarissen en advocaten die diensten verlenen, bedoeld in bijlage A, onderdeel i, subonderdelen n en o, niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht die geldt uit hoofde van hun beroep. O 3. Ten behoeve van de naleving van de in de artikelen 3.5 en 3.6 opgenomen verplichtingen, zijn notarissen en kandidaat-notarissen, bedoeld in bijlage A, eerste deel, onderdelen n en o, niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht die geldt uit hoofde van hun beroep. P Een dienstverlener draagt er zorg voor dat zijn werknemers, alsmede de dagelijks beleidsbepalers voor zover relevant voor de uitoefening van hun taken en rekening houdend met de risico’s, aard en omvang van de instelling, bekend zijn met de bepalingen van deze wet en periodiek opleidingen genieten die hen in staat stellen een ongebruikelijke transactie te herkennen en een cliëntenonderzoek goed en volledig uit te voeren. Q een kennisgeving als bedoeld in de artikelen 4.2, tweede lid, en 4.3; R 1. Personen die de openbare lichamen binnenkomen of verlaten en liquide middelen met een gezamenlijke waarde van USD 10.000 of meer met zich meevoeren, moeten die liquide middelen aangeven bij de douaneambtenaren en hen deze voor controle ter beschikking stellen. De eerste volzin is ook van toepassing indien het gaat om binnenkomende of uitgaande personen, die aantoonbaar samen reizen en gezamenlijk liquide middelen ter waarde van USD 10.000 of meer met zich meevoeren, waarbij de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen op alle bedoelde personen afzonderlijk rusten. 2. Personen die de openbare lichamen binnenkomen of verlaten en liquide middelen onder de in het eerste lid genoemde waarde met zich mee voeren, waarvoor aanwijzingen zijn dat de liquide middelen verband houden met criminele activiteiten, dienen op verzoek van douaneambtenaren een kennisgeving te doen en hen deze de liquide middelen desgevraagd voor controle ter beschikking te stellen. 3. Er wordt geacht niet aan de verplichting tot aangifte of kennisgeving van liquide middelen te zijn voldaan indien de verstrekte informatie niet, onjuist of onvolledig is of indien de liquide middelen niet voor controle ter beschikking worden gesteld. 4. Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid vastgesteld. 5. De gegevens in het vierde lid worden schriftelijk verstrekt met behulp van het bij regeling van Onze minister vastgestelde formulier. S 1. Wanneer onbegeleide liquide middelen met een gezamenlijke waarde van USD 10.000 of meer het openbare lichaam binnenkomen of verlaten, dient de afzender, of de ontvanger, of zijn vertegenwoordiger, op verzoek van douaneambtenaren een kennisgeving te doen en hen deze liquide middelen of goederen desgevraagd voor controle ter beschikking te stellen. 2. Wanneer onbegeleide liquide middelen onder de in het eerste lid genoemde waarde het openbare lichaam binnenkomen of verlaten zonder begeleiding van een persoon en waarvoor er aanwijzingen zijn dat de liquide middelen verband houden met criminele activiteiten dan dient de afzender, of de ontvanger, of zijn vertegenwoordiger, op verzoek van douaneambtenaren een kennisgeving te doen en hen deze de liquide middelen of goederen desgevraagd voor controle ter beschikking stellen. 3. Er wordt geacht niet aan de verplichting tot kennisgeving van liquide middelen te zijn voldaan indien de verstrekte informatie niet, onjuist of onvolledig is of indien de liquide middelen niet voor controle ter beschikking zijn gesteld binnen een termijn van dertig dagen. 4. Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid vastgesteld. 5. De gegevens in het vierde lid worden schriftelijk verstrekt met behulp van het bij regeling van Onze minister vastgestelde formulier. T de aangiftes, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid; de kennisgevingen, bedoeld in de artikelen 4.2, tweede lid en 4.3; U 2. Bij regeling van Onze Minister kan, zo nodig onder het stellen van aanvullende voorschriften, aan beroepsvervoerders vrijstelling worden verleend van de artikelen 4.2 en 4.3. Ua 3. In afwijking van het eerste lid, is de deken, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel p, subonderdeel 2°, belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels. 5. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening door toezichthouders, met uitzondering van de deken, bedoeld in het derde lid. Ub Ten behoeve van het houden van het toezicht, bedoeld in artikel 5.4, derde lid, geldt voor de deken alsmede voor de door hem ten behoeve van de uitoefening van het toezicht ingeschakelde medewerkers, personeel en andere personen een geheimhoudingsplicht, gelijk aan die van de advocaat. V W X 3. Ten behoeve van het toezicht op de naleving van deze wet zijn notarissen, kandidaat-notarissen en advocaten en de onder hun verantwoordelijkheid werkzame personen ten opzichte van de aangewezen personen en de deken niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht die geldt uit hoofde van hun beroep. Y 1. De toezichtautoriteit kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 1.6, 1.9, eerste, tweede en derde lid, 1.10 tot en met 1.12, 2.2, eerste, tweede en vijfde lid, 2.3, eerste lid, 2.4, eerste en tweede lid, 2.5, eerste lid, 2.7, eerste lid, tweede volzin, 2.7, tweede lid, tweede volzin, 2.7, derde lid, 2.8, tweede lid, 2.9, tweede lid, 2.10 tot en met 2.19, 3.5, 3.6, tweede lid, 3.10, 3.12, 3.13, 4.2, 4.3 en 5.7, eerste lid, alsmede ter zake van het geen gevolg geven dan wel niet tijdig of onvolledig gevolg geven aan een krachtens artikel 5.9 gegeven aanwijzing. Z 1. De toezichtautoriteit kan een boete opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 1.6, 1.9, eerste, tweede en derde lid, 1.10 tot en met 1.12, 2.2, eerste, tweede en vijfde lid, 2.3, eerste lid, 2.4, eerste en tweede lid, 2.5, eerste lid, 2.7, eerste lid, tweede volzin, 2.7, tweede lid, tweede volzin, 2.7, derde lid, 2.8, tweede lid, 2.9, tweede lid, 2.10 tot en met 2.19, 3.5, 3.6, tweede lid, 3.10, 3.12, 3.13, 4.2, 4.3 en 5.7, eerste lid, alsmede ter zake van het geen gevolg geven dan wel niet tijdig of onvolledig gevolg geven aan een krachtens artikel 5.9 gegeven aanwijzing. AA 1. De toezichtautoriteit kan, met het oog op de belangen die deze wet beoogt te beschermen, bij overtreding van de in artikel 5.11 bedoelde bepalingen een openbare waarschuwing uitvaardigen. 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid. 3. De artikelen 7:47, 7:48 en 7:49 van de Wet financiële markten BES zijn van overeenkomstige toepassing. 1. De toezichtautoriteit maakt een beslissing tot het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van deze wet na bekendmaking van die beslissing openbaar, indien de boete is opgelegd ter zake van overtreding van de in artikel 6.1, eerste lid, bedoelde bepalingen. 2. De openbaarmaking van een beslissing tot het opleggen van een bestuurlijke boete geschiedt niet eerder dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop die beslissing aan de betrokken persoon is bekendgemaakt. De artikelen 7:47, 7:48 en 7:49, tweede tot en met vierde lid, van de Wet financiële markten BES zijn van overeenkomstige toepassing. 3. De toezichtautoriteit kan beslissen niet tot openbaarmaking van een beslissing tot het opleggen van een bestuurlijke boete over te gaan, indien openbaarmaking van die beslissing in strijd is of in strijd zou kunnen komen met het doel van het door de toezichtautoriteit uit te oefenen toezicht op de naleving van deze wet. De toezichtautoriteit maakt, onverminderd artikel 5.17, een beslissing tot het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van deze wet openbaar, nadat die beslissing onherroepelijk is geworden. Artikel 5.17, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. De toezichtautoriteit maakt een beslissing tot het opleggen van een last onder dwangsom op grond van deze wet openbaar, wanneer een dwangsom is verbeurd. Artikel 5.17, derde lid, en de artikelen 7:47 tot en met 7:49 van de Wet financiële markten BES zijn van overeenkomstige toepassing. BB CC DD handelen in: voertuigen, edelstenen, edele metalen, sieraden, juwelen dan wel andere bij regeling van Onze Minister aan te wijzen zaken van grote waarde dan wel het bemiddelen daarbij boven een door Onze Minister te bepalen bedrag, dat voor de onderscheiden soorten zaken verschillend kan zijn; bouwmaterialen boven een door Onze Minister te bepalen bedrag. optreden als beleggingsmaatschappij in de zin van de Wet financiële markten BES of het beheren van een beleggingsinstelling in de zin van de Wet financiële markten BES; EE A 1. De toezichtautoriteit is in afwijking van artikel 1:20, eerste lid, bevoegd vertrouwelijke gegevens of inlichtingen, verkregen bij de uitvoering van een haar op grond van deze wet opgedragen taak, te verstrekken aan: de andere toezichtautoriteit of een buitenlandse toezichthoudende instantie; de Belastingdienst, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, de Koninklijke Marechaussee, het Korps Politie Caribisch Nederland, het meldpunt, en het Openbaar Ministerie met het oog op risico’s van inbreuken op de integriteit van het financiële stelsel, of onderdelen daarvan en voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van publiekrechtelijke taken en bevoegdheden van deze instanties. 2. Onder risico’s als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden verstaan risico’s met betrekking tot de integriteit van natuurlijke of rechtspersonen die binnen het financiële stelsel werkzaam zijn, alsmede risico’s als gevolg van het doen en nalaten van partijen binnen het financiële stelsel of onderdelen daarvan, met betrekking tot financieel-economische criminaliteit en andere ernstige vormen van criminaliteit of van terrorismefinanciering. 3. De toezichtautoriteit verstrekt geen vertrouwelijke gegevens of inlichtingen op grond van het eerste lid indien: het doel waarvoor die gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt, onvoldoende bepaald is; het beoogde gebruik van die gegevens of inlichtingen niet past in het kader van het toezicht op financiële markten of op die markten werkzame personen; verstrekking van die gegevens of inlichtingen zich niet verdraagt met de openbare orde of het recht van de openbare lichamen; de geheimhouding van die gegevens of inlichtingen niet voldoende is gewaarborgd; verstrekking van die gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; onvoldoende is gewaarborgd dat die gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt. B C Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 35 458
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES en de Wet financiële markten BES in verband met het aanpakken van geconstateerde risico’s op witwassen en financieren van terrorisme op de BES en het in overeenstemming brengen van deze wetgeving met de aanbevelingen van de Financial Action Task Force
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in