Besluit van 30 december 2004 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke en civielrechtelijke wetten)
This decree raises many listed court fees and tariffs by updating the amounts in the table, and it applies transitional old-law rules for some pre-commencement rights and pending appeals.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 6 Jul 2014
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Besluit van 30 december 2004 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke en civielrechtelijke wetten)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Besluit van 30 december 2004 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke en civielrechtelijke wetten)
AI-assisted research summary: This decree raises many listed court fees and tariffs by updating the amounts in the table, and it applies transitional old-law rules for some pre-commencement rights and pending appeals.
Staatsblad Besluit van 30 december 2004 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke en civielrechtelijke wetten) Op voordracht van Onze Minister van Justitie van 17 november 2004, nr. 5318685/04/6; Gelet op artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 27b, tweede lid, 27l, vijfde lid, en 29a, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 22, zesde lid, van de Beroepswet, artikel 24, zesde lid, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, artikel 40, zesde lid, van de Wet op de Raad van State, artikel 46, vierde lid, van de Wet op de rechtsbijstand, en artikel 1, tweede lid, van de Wet tarieven in burgerlijke zaken; De Raad van State gehoord (advies van 2 december 2004, nr. W03.04.0565/I); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 21 december 2004, nr. 5317716/04/6; In de in de kolommen C tot en met E van onderstaande tabel aangeduide bepalingen van de in kolom B genoemde wetten wordt de in kolom F opgenomen tekst telkens vervangen door de in kolom G opgenomen tekst. A B C D E F G nr. Wet artikel lid onderdeel huidige tekst Nieuwe tekst Ministerie van Justitie 1. Algemene wet bestuursrecht 8:41 3 b € 136 € 138 2. Algemene wet bestuursrecht 8:41 3 c € 273 € 276 3. Beroepswet 22 2 a € 102 € 103 4. Beroepswet 22 2 b € 205 € 207 5. Beroepswet 22 2 c € 409 € 414 6. Beroepswet 22 3 € 409 € 414 7. Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie 24 2 a € 205 € 207 8. Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie 24 2 b € 409 € 414 9. Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie 24 3 € 409 € 414 10. Wet op de rechtsbijstand 46 3 € 102 € 103 11. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 1° onder b € 57 € 58 12. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 1° onder d € 144 € 146 13. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 1° onder e € 190 € 192 14. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 1° onder f € 102 € 103 15. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 1° onder f € 273 € 276 16. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder a € 190 € 192 17. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder b € 102 € 103 18. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder c € 288 € 291 19. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder d € 291 € 294 20. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder d € 4 535 € 4 584 21. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder d € 291 € 294 22. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder d € 1 088 € 1 100 23. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder e € 220 € 222 24. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder e € 4 537 € 4 587 25. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder e € 1 087 € 1 099 26. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder f € 220 € 222 27. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder f € 4 537 € 4 587 28. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder f € 1 087 € 1 099 29. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder f € 220 € 222 30. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder f € 4 537 € 4 587 31. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder f € 1 087 € 1 099 32. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 2 2° onder g € 241 € 244 33. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 a € 241 € 244 34. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 b € 102 € 103 35. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 c € 385 € 389 36. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 d € 388 € 392 37. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 d € 5 669 € 5 731 38. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 d € 388 € 392 39. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 d € 1 088 € 1 100 40. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 e € 241 € 244 41. Wet tarieven in burgerlijke zaken 2 3 f € 288 € 291 42. Wet tarieven in burgerlijke zaken 4 € 241 € 244 43. Wet tarieven in burgerlijke zaken 9 1 € 475 € 480 44. Wet tarieven in burgerlijke zaken 9 3 € 241 € 244 45. Wet tarieven in burgerlijke zaken 9 4 € 241 € 244 46. Wet tarieven in burgerlijke zaken 10 1 € 94 € 95 47. Wet tarieven in burgerlijke zaken 10 1 € 190 € 192 48. Wet tarieven in burgerlijke zaken 13 4 € 190 € 192 49. Wet tarieven in burgerlijke zaken 13 6 € 141 € 143 50. Wet tarieven in burgerlijke zaken 14 1 € 94 € 95 51. Wet tarieven in burgerlijke zaken 14 3 € 94 € 95 52. Wet tarieven in burgerlijke zaken 17 1 € 431 € 436 53. Wet tarieven in burgerlijke zaken 17 1 € 109 € 110 54. Wet tarieven in burgerlijke zaken 17 1 € 219 € 221 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 55. Wet op de Raad van State 40 2 a € 205 € 207 56. Wet op de Raad van State 40 2 b € 409 € 414 57. Wet op de Raad van State 40 3 € 409 € 414 Ministerie van Financiën 58. Algemene wet inzake rijksbelastingen 27b 1 b € 136 € 138 59. Algemene wet inzake rijksbelastingen 27b 1 c € 273 € 276 60. Algemene wet inzake rijksbelastingen 27l 2 a € 102 € 103 61. Algemene wet inzake rijksbelastingen 27l 2 b € 205 € 207 62. Algemene wet inzake rijksbelastingen 27l 2 c € 409 € 414 63. Algemene wet inzake rijksbelastingen 27l 3 € 409 € 414 64. Algemene wet inzake rijksbelastingen 29a 2 a € 102 € 103 65. Algemene wet inzake rijksbelastingen 29a 2 b € 205 € 207 66. Algemene wet inzake rijksbelastingen 29a 2 c € 409 € 414 67. Algemene wet inzake rijksbelastingen 29a 3 € 409 € 414 Ten aanzien van rechten die verschuldigd zijn geworden voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit blijft het recht zoals dat voor die datum gold, van toepassing. Indien op de dag waarop dit besluit in werking treedt tegen een besluit beroep openstaat op een administratieve rechter, blijft het oude recht op het beroep van toepassing. Indien op de dag waarop dit besluit in werking treedt tegen een uitspraak van een administratieve rechter hoger beroep openstaat, blijft het oude recht op het hoger beroep van toepassing. Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2005. Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat. NOTA VAN TOELICHTING Dit besluit strekt ertoe het merendeel van de griffierechten in de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Beroepswet, de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, de Wet op de Raad van State en de Wet op de rechtsbijstand alsmede tarieven in de Wet tarieven in burgerlijke zaken te verhogen met het percentage waarmee de consumentenprijsindex (CPI) vanaf 31 augustus 2003 tot en met 31 augustus 2004 is gestegen. Ingevolge de artikelen 8:41, vijfde lid Awb, 27b, tweede lid, 27l, vijfde lid, en 29a, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, 22, zesde lid, van de Beroepswet, 24, zesde lid, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, 40, zesde lid van de Wet op de Raad van State, 46, vierde lid van de Wet op de rechtsbijstand en 7.67 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek kunnen de griffierechten zoals vermeld in voornoemde wetten bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd, indien het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie daartoe aanleiding geeft. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Wet tarieven in burgerlijke zaken (WTBZ) kunnen de bedragen genoemd in de eerste titel van die wet bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd, indien het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie daartoe aanleiding geeft. De griffierechten zoals vermeld in de hiervoor genoemde wetten zijn naar aanleiding van het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie voor de laatste maal geïndexeerd bij Besluit van 30 januari 2004 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke en civielrechtelijke wetten) (Stb. 2004, 37). Deze indexering had betrekking op de periode 31 augustus 2002 tot en met 31 augustus 2003. De huidige indexering ziet op het tijdvak 31 augustus 2003 tot en met 31 augustus 2004. Volgens berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek bedragen de consumentenprijsindexcijfers totalen (alle huishoudens afgeleid), 2000 = 100, voor augustus 2003: 110 en voor augustus 2004: 111,2. Gedurende de hiervoor genoemde periode is de bedoelde index derhalve met 1,09% gestegen (111,2 : 110 * 100 = 101,09091 – 100 = 1,09091, afgerond 1,09%). Met deze stijging van het prijsindexcijfer wordt in dit besluit rekening gehouden door elk bedrag aan griffierecht en elk bedrag aan vast recht met 1,09% te verhogen. De bedragen die op deze wijze worden verkregen worden afgerond op hele euro’s. Een aantal griffierechten zijn niet geïndexeerd. Dit is het gevolg van de gehanteerde afrondingsmethode. Het betreft de griffierechten in de volgende artikelen: – artikel 8:41, derde lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht; – artikel 46, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand; – artikel 2, tweede lid, onderdeel 1°, onder a, van de Wet tarieven in burgerlijke zaken; – artikel 27b, eerste lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; en – artikel 7:67 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Het griffierecht zoals dat is opgenomen in artikel 2, tweede lid, onderdeel 1°, onder c, van de Wet tarieven in burgerlijke zaken (WTBZ) is evenmin geïndexeerd. Indexering is achterwege gebleven aangezien het griffierecht anders hoger zou zijn dan de minimum geldsom zoals in het artikel vermeldt. De griffierechten zoals deze zijn opgenomen in het zevende en achtste lid van artikel 13 van de WTBZ zijn bij de laatste indexering niet meegenomen. Reden hiervoor was dat in verband met de afronding het vast recht ook na indexering € 15 zou bedragen. Ook bij de thans uitgevoerde indexering blijven deze bedragen in de wet ongewijzigd. Uitgangspunt is het indexcijfer van augustus 2002, het moment waarop deze bedragen voor het laatst zijn geïndexeerd. Het indexcijfer was destijds 107.7. In augustus 2004 is het indexcijfer 111.2. Indien de berekening wordt uitgevoerd (111.2 : 107.7 * 100 = 103,24976 – 100 = 3,25%; 3,25% * 15 = 0,48 + 15 = 15,48, afgerond 15) blijkt dat het griffierecht ook thans € 15 bedraagt. In dit besluit wordt er vanuit gegaan dat het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten in verband met de invoering van hoger beroep bij de rechtbank, alsmede van hoger beroep bij het gerechtshof, in belastingzaken (Wet belastingrechtspraak in twee feitelijke instanties) (Kamerstukken II 2003–2004, 29 251) reeds in werking is getreden. Als gevolg van dit wetsvoorstel wordt belastingrechtspraak in twee feitelijke instanties ingevoerd. Voor een nadere toelichting op het wetsvoorstel wordt hierbij verwezen naar de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2003–2004, 29 251, nr. 3). Voor dit besluit heeft het wetsvoorstel ten opzichte van het laatste indexeringsbesluit tot gevolg dat in de tabel het griffierecht van artikel 27b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: Awr) betrekking heeft op de procedure bij de rechtbank (was gerechtshof) en in een nieuw artikel 27l Awr het griffierecht is opgenomen van de procedure bij het gerechtshof. Artikel 29a is voor wat het verschuldigde griffierecht betreft indien beroep in cassatie bij de Hoge Raad wordt ingesteld, niet gewijzigd. In artikel II is het overgangsrecht opgenomen. Uitgangspunt is daarbij dat indien op de dag waarop dit besluit in werking is getreden een griffierecht verschuldigd is, het oude recht (lees: het lagere griffierecht) van toepassing is. Dat betekent ook dat ingeval van een kostenveroordeling alleen het griffierecht dat daadwerkelijk is betaald, in rekening zal worden gebracht. Wordt vervolgens hoger beroep ingesteld, dan wordt daarvoor het nieuwe recht gehanteerd. Bij de bestuursrechtelijke zaken is een regeling opgenomen voor de besluiten die (uiterlijk) op de dag voor de dag waarop dit besluit in werking is getreden bekend zijn gemaakt, ten aanzien waarvan op die dag de beroepstermijn van zes weken nog openstaat en waartegen nog geen beroepschrift is ingediend. Ingevolge artikel 6:7 van de Awb bedraagt de beroepstermijn zes weken, te rekenen vanaf de dag waarop het besluit bekendgemaakt wordt. Eenvoudigheidshalve wordt bepaald dat ten aanzien van besluiten die (uiterlijk) op de dag voor de dag van inwerkingtreding van dit besluit bekendgemaakt zijn en waartegen bij een administratieve rechter (zie artikel 1:4 Awb) nog tijdig in beroep kan worden gekomen, het oude recht van toepassing blijft. In het derde lid is een vergelijkbare bepaling opgenomen ten aanzien van het instellen van hoger beroep tegen een uitspraak van een administratieve rechter.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Besluit van 30 december 2004 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke en civielrechtelijke wetten)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in