Wet van 23 april 2025 tot wijziging van enkele wetten op het gebied van Justitie en Veiligheid en op het gebied van Asiel en Migratie in verband met aanpassingen van overwegend technische aard (Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie 2025)
This section contains several procedural rules on ministerial notices, foreign national departure duties, supervision during transfer/extradition, care-provider data handling, case referral in a safety-and-security house, court remedies for procedural defects, retirement-related removal, and commencement/repeal.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Netherlands
- Instrument
- Act or statute
- Version
- 14 May 2025
- Language
- nl
- Official source
- View official record ↗
Publicly available, excluded from search-engine indexing
This page remains available for direct access and API use, but this release emits
noindex,follow for the following reason:
- The record does not meet this release's canonical indexing criteria.
(market-indexing-disabled)
Statute overview
About this statute
This page preserves the statute’s identified version, provision structure, official source link, and stored legal text for reading and research.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of Wet van 23 april 2025 tot wijziging van enkele wetten op het gebied van Justitie en Veiligheid en op het gebied van Asiel en Migratie in verband met aanpassingen van overwegend technische aard (Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie 2025)
Showing 1 of 1
- document Verify source ↗
Wet van 23 april 2025 tot wijziging van enkele wetten op het gebied van Justitie en Veiligheid en op het gebied van Asiel en Migratie in verband met aanpassingen van overwegend technische aard (Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie 2025)
AI-assisted research summary: This section contains several procedural rules on ministerial notices, foreign national departure duties, supervision during transfer/extradition, care-provider data handling, case referral in a safety-and-security house, court remedies for procedural defects, retirement-related removal, and commencement/repeal.
Staatsblad Wet van 23 april 2025 tot wijziging van enkele wetten op het gebied van Justitie en Veiligheid en op het gebied van Asiel en Migratie in verband met aanpassingen van overwegend technische aard (Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie 2025) Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: A B C D E F Wet toezicht geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten A B C D E F G H I J K L A B C D E F G H I J 2. Is de beschikking, bedoeld in het eerste lid, uitvoerbaar bij voorraad verklaard, dan eindigt de gezamenlijke uitoefening van de voogdij daags nadat de beschikking is verstrekt of verzonden. K L M N A B C A B C D A B C aA A B C A B 6. Indien Onze Minister van Justitie en Veiligheid voornemens is een voordracht te doen voor een koninklijk besluit strekkende tot inwilliging van een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid, deelt hij dit voornemen schriftelijk mee aan de verzoeker en degene wiens geslachtsnaam is verzocht, alsmede, indien het verzoek op de geslachtsnaam van een minderjarige betrekking heeft, zijn ouders en degene aan wie de minderjarige de geslachtsnaam, waarvan wijziging is verzocht, rechtstreeks ontleent. De schriftelijke mededeling van het voornemen geldt als een beschikking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES. 7. Onze Minister van Justitie en Veiligheid doet de schriftelijke mededeling van het voornemen binnen twintig weken. C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z AA A 3. Lid 2 is niet van toepassing op een rechtsvordering die strekt tot bescherming van een belang als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2020, L 409) en die is ingesteld op of na 25 juni 2023. B A B 1. Bij vervoer te land, overeenkomstig artikel 51, is de bewaking van de opgeëiste persoon opgedragen aan Nederlandse ambtenaren die bevoegd zijn alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de opgeëiste persoon en ter voorkoming van zijn ontvluchting. C 3. Bij de feitelijke overlevering is de bewaking van de ter beschikking gestelde persoon opgedragen aan Nederlandse ambtenaren die bevoegd zijn alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de ter beschikking gestelde persoon en ter voorkoming van zijn ontvluchting. D Bij de feitelijke overlevering van of naar Nederland is de bewaking van de opgeëiste persoon opgedragen aan Nederlandse ambtenaren die bevoegd zijn alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de opgeëiste persoon en ter voorkoming van zijn ontvluchting. A B A ter vaststelling van de verblijfplaats van een betrokkene op de voet van artikel 13:3a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg; B de bescherming van een persoon die in levensgevaar verkeert. C D E A VOORLOPIGE TERBESCHIKKINGSTELLING AAN NEDERLAND 1. In de gevallen dat een persoon die in het buitenland rechtens van zijn vrijheid is beroofd, vooruitlopend op zijn feitelijke uitlevering, voorlopig ter beschikking wordt gesteld van de Nederlandse justitie of die van Bonaire, Sint Eustatius en Saba ten behoeve van diens berechting, wordt hij gedurende zijn verblijf op Nederlands grondgebied op bevel van het bevoegde lid van het openbaar ministerie in verzekering gesteld. De artikelen 54 en 55 zijn, voor zoveel nodig, van overeenkomstige toepassing. 2. De inverzekeringstelling wordt opgeheven zodra het bevoegde lid van het openbaar ministerie bericht ontvangt dat de gronden voor vrijheidsberoving in het buitenland niet langer bestaan. B 1. Voor zover bij verdrag niet anders is bepaald, wordt bij vervoer te land, overeenkomstig artikel 48, de bewaking van de vreemdeling opgedragen aan Nederlandse ambtenaren die bevoegd zijn alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de vreemdeling en ter voorkoming van zijn ontvluchting. C D E Voor zover bij verdrag niet anders is bepaald, is bij de uitlevering van of naar Nederland de bewaking van de opgeëiste persoon dan wel verdachte of veroordeelde opgedragen aan Nederlandse ambtenaren die bevoegd zijn alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de opgeëiste persoon dan wel verdachte of veroordeelde en ter voorkoming van zijn ontvluchting. A het op 28 juli 1951 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Trb. 1951, 131), zoals gewijzigd bij het op 31 januari 1967 te New York tot stand gekomen Protocol betreffende de status van vluchtelingen (Trb. 1967, 76); B 2. De referent dient ten behoeve van het voorgenomen verblijf op grond van een machtiging tot voorlopig verblijf of het verblijf op grond van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van een vreemdeling een daartoe strekkende schriftelijke verklaring af te leggen, tenzij hij door Onze Minister als referent is aangewezen. C D E F G H I In afwijking van artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht worden de volgende aanvragen ingediend door de vreemdeling of zijn wettelijke vertegenwoordiger: een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 of tot het verlengen van de geldigheidsduur ervan; een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33. J K 1. Nadat tegen de vreemdeling, niet zijnde gemeenschapsonderdaan, een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, dient hij Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten. 3. Nadat het rechtmatig verblijf van de gemeenschapsonderdaan is geëindigd, dient hij Nederland uit eigen beweging binnen een maand na de kennisgeving daarvan te verlaten. Onze Minister kan deze termijn verkorten in naar behoren aangetoonde dringende gevallen. L M N O A Aa B A B Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over een specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van kosten verband houdende met de opvang van asielzoekers. C A 2. De zorgaanbieder verwerkt persoonsgegevens, met inbegrip van persoonsgegevens over gezondheid of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, ter uitvoering van het eerste lid. 3. De zorgaanbieder verstrekt persoonsgegevens, met inbegrip van persoonsgegevens over gezondheid of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, ter uitvoering van het eerste lid aan: de geneesheer-directeur, de officier van justitie, de psychiater belast met de medische verklaring, de zorgaanbieder en de zorgverantwoordelijke, in de zin van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg; en het CIZ, de officier van justitie, de ter zake kundige arts belast met de medische verklaring, de zorgaanbieder, en de zorgverantwoordelijke, in de zin van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten. B A Wijziging Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden in verband met verhouding tot Zorg- en Veiligheidshuizen 13. Indien de deelnemers van een Zorg- en Veiligheidshuis ten aanzien van een aangemelde of in behandeling genomen casus aanleiding hebben om te vermoeden dat die casus in overeenstemming is met het doel van het casusoverleg ten behoeve van de persoonsgerichte aanpak van radicalisering en terroristische activiteiten, bedoeld in artikel 2 van de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten, dan dragen die deelnemers er zorg voor dat de casus overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van die wet voor overleg wordt aangemeld bij de politie, het openbaar ministerie of de burgemeester van de gemeente van verblijf van de betrokkene. Indien de casus op grond van artikel 5, vierde lid, van de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten in behandeling wordt genomen door het casusoverleg als bedoeld in artikel 2 van die wet, dan vindt het onderhavige artikel 2.31 geen verdere toepassing. B 2. Artikel 11, eerste lid, is van toepassing. aA A B C D A 6. Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin een deskundig lid of een plaatsvervangend lid van de ondernemingskamer de leeftijd van zeventig jaren heeft bereikt, wordt aan hem bij koninklijk besluit ontslag verleend. B 6. Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin een deskundig lid of een plaatsvervangend lid van de penitentiaire kamer de leeftijd van zeventig jaren heeft bereikt, wordt aan hem bij koninklijk besluit ontslag verleend.» Bij de overbrenging van of naar Nederland is de bewaking van de veroordeelde opgedragen aan Nederlandse ambtenaren die bevoegd zijn alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de veroordeelde en ter voorkoming van zijn ontvluchting. A 2. De bedragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd voor zover het indexcijfer Cao-lonen per uur inclusief bijzondere beloning, Cao-sector overheid, zoals jaarlijks vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek, daartoe aanleiding geeft. B 2. De bedragen, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd voor zover het indexcijfer Cao-lonen per uur inclusief bijzondere beloning, Cao-sector overheid, zoals jaarlijks vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek, daartoe aanleiding geeft. A B A B XLI XLII XLIII XLIV ARTKEL XLV A Aa 6. Indien niet is voldaan aan een verplichting tot het elektronisch verrichten van handelingen op grond van de wet dan wel bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid, stelt de rechter de desbetreffende partij of andere betrokkene in de gelegenheid dit verzuim te herstellen binnen een door de rechter te bepalen termijn. Maakt eiser of verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik, dan kan de rechter eiser of verzoeker niet ontvankelijk verklaren in zijn vordering of verzoek dan wel het stuk buiten beschouwing laten. Ook in andere gevallen waarin geen gebruik wordt gemaakt van de gelegenheid om het verzuim te herstellen, kan de rechter het stuk buiten beschouwing laten. 7. In afwijking van de voorgaande leden kan de rechter bepalen dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor stukkenwisseling op papier. B C 4. Het eerste lid, tweede zin, en het tweede lid zijn niet van toepassing als er beslag is gelegd op een motorrijtuig of een aanhangwagen als bedoeld in de artikelen 440 en 442 en dat beslag is ingeschreven in het kentekenregister, bedoeld in artikel 42 Wegenverkeerswet 1994. Ca Cb Indien betekening aan het elektronisch adres van de derde-beslagene als bedoeld in het derde lid niet mogelijk is: de reden van deze onmogelijkheid. Cc Cd Ce Cf Cg Ch Ci 2. In geval van een beslag op een roerende zaak die geen registergoed is, zijn de artikelen 441, derde lid, 447 en 448 niet van toepassing. Cj D E F G XLVI A B C D Da E F G XLVII A B C de tenuitvoerlegging van een uitgevaardigde strafbeschikking. D 5. Indien bij de officier van justitie een verzoek als bedoeld in artikel 51ac, tweede lid en eerste lid, onder d, is gedaan, wordt door Onze Minister van Justitie en Veiligheid aan het slachtoffer een afschrift van de strafbeschikking toegezonden. Voorts wordt door Onze Minister van Justitie en Veiligheid een afschrift toegezonden aan de rechtstreeks belanghebbende die de officier van justitie bekend is. Da E F G H I J K L M XLIX Het Faciliteitenbesluit opvangcentra wordt ingetrokken. Het griffierecht in burgerlijke zaken zoals het gold voor inwerkingtreding van artikel XXIX blijft van toepassing voor de verzoeker die dit griffierecht voor die datum verschuldigd is geworden. LI A B LII A B LIIa 1. De benoeming van een deskundig lid of plaatsvervanger als bedoeld in artikel 66, vierde lid, of 67, vierde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel XXXIVa is benoemd en vóór dat tijdstip de leeftijd van zeventig jaren heeft bereikt, blijft van kracht tot: de eerste dag van de maand volgende op die waarin het deskundig lid of de plaatsvervanger de leeftijd van drieënzeventig jaren heeft bereikt, of het in het benoemingsbesluit genoemde tijdstip, indien dat tijdstip ligt vóór het in onderdeel a bedoelde tijdstip. 2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, onder a, vindt het ontslag plaats bij koninklijk besluit. LIII Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met uitzondering van artikel XLVII, onderdeel F, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst. LIV Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie 2025. Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Kamerstuk 36 638
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
Wet van 23 april 2025 tot wijziging van enkele wetten op het gebied van Justitie en Veiligheid en op het gebied van Asiel en Migratie in verband met aanpassingen van overwegend technische aard (Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie 2025)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in