ORDONNANCE N° 22/342 DU 28 JUIN 1959 PORTANT REGLEMENT SUR L’INSTALLATION ET L’EXPLOITATION DES ENGINS DE LEVAGE (CODES, P. 1082.)
This article says the ordinance applies to lifting equipment used at workplaces, with listed exceptions.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Rwanda
- Instrument
- Decree law
- Status
- Not in force
- Version
- Undated source snapshot
- Language
- fr
- Updated
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This article says the ordinance applies to lifting equipment used at workplaces, with listed exceptions. Lifting equipment and certain variable-jib cranes must be built for stability, marked with key information, and fitted with load-indicating or power-cutoff devices. Electric lift equipment motors may only be supplied with low or medium voltage. Lifting chains, cables, hooks, and similar detachable parts must be numbered and marked with the maximum permitted load; inventories or registers must also be kept and made available to the competent official. A lifting machine’s control station must be arranged and equipped to protect workers, and access to it is forbidden during operation.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of ORDONNANCE N° 22/342 DU 28 JUIN 1959 PORTANT REGLEMENT SUR L’INSTALLATION ET L’EXPLOITATION DES ENGINS DE LEVAGE (CODES, P. 1082.)
Showing 43 of 43
- 1 Verify source ↗
Article 1
AI-assisted research summary: This article says the ordinance applies to lifting equipment used at workplaces, with listed exceptions.
Article 1. lege van advies, Beveelt : HOOFDSTUK I. T oepassings veld. Artikel 1. Champ d’application. — Sans prejudice des dis positions regleinentaires generates concernant la securite sur les lieux de travail, la presente ordon nance est applicable a tous les engins destines au levage de charges utilises sur les lieux de travail, a fexception de ceux installes sur les navires et bateaux et de ceux regis par la police des exploi tations minieres. Ne sont pas consideres comme engins de levage au sens de la presente ordonnance : Toepassingsveld. — Onverminderd de algemene reglementaire bepalingen betreffende de veiligheid op de werkplaatsen, is deze ordonnantie van toe passing op alle werktuigen, bestemd voor het heffen van lasten, welke op de werkplaatsen worden ge- bruikt, met uitzondering van die welke op de sche- pen en boten zijn geinstalleerd, en van die welke door de politie op de mijnexploitaties zijn beheerst. Vallen niet onder de benaming « hefwerktuigen » zoals door deze ordonnantie bedoeld : • 73 774 a) les casse-fonte, appareils de sondage et appa reils a battre les pieux et palplanches (son- nettes) a condition que ces engins ne soient pas utilises pour le levage de charges autres que la masse tombante ou le mouton ; b) les dispositifs de levage constitues par des poulies et dont le cable de levage est action- ne a la main sans intermediate d un treuil ou d un tambour ; c) les cries et verins ; a) de gietijzer-brekers, boorinstallaties en appa raten dienende tot het slaan van heipalen en damplanken (heistellingen) op voorwaarde dat deze werktuigen niet gebruikt worden om andere lasten te heffen dan de vallende last of het heiblok ; b) de heftoestellen samengesteld uit schijfwielen en waarvan de draagkabel door de hand wordt aangedreven en dit zonder tussenkomst van een trommel of een liftmechanisme ; c) de dommekrachten en vijzelschroeven ; d) les escaliers roulants; d) de roltrappen; e) les courroies transporteuses, chaines a godets, appareils pneumatiques et autres appareils de manutention analogues ; les chargeuses mecaniques sans rotation hori- zontale utilisees pour les travaux de terras- sement. f) e) de transportbanden, lepelkettingen, pneuma- tisch aangedreven werktuigen en de andere soortgelijke werktuigen ; f) de mechanische vullers andere dan deze met horizontale omwenteling, gebruikt voor aan- aardingswerk. CHAPITRE II. Dispositions applicables aux engins de levage. HOOFDSTUK II. Bcpalingen toepasselijk op de hefwerktuigen. - 2 Verify source ↗
Article 2
AI-assisted research summary: Lifting equipment and certain variable-jib cranes must be built for stability, marked with key information, and fitted with load-indicating or power-cutoff devices.
Article 2. Artikel 2. Construction - Identification, —• Les parties fixes ou mobiles de tout engin de levage ainsi que son dispositif d’ancrage et de fixation doivent etre de bonne construction et constitues de materiaux de bonne qualite et de resistance appropriee. Bouiv - ldentificatie, — De vaste of beweeg- bare delen van elk hefwerktuig, alsook zijn veran- kerings- en bevestigingsinrichting moeten degelijk gebouwd zijn en vervaardigd van materiaal van goede hoedanigheid en van voldoend weerstands- vermogen. Tout engin de levage doit etre construit et instal- le de maniere a assurer sa stability parfaite dans les conditions normales de charge et de fonctionne- ment. Elk hefwerktuig moet derwijze gebouwd en ge- i'nstalleerd zijn dat het volkomen stabiel weze, welke de eisen betreffende de belasting en de wer- king ook mogen zijn. Il doit porter les indications suivantes : r a) le nom et l’adresse du constructeur ; b) 1’annee de construction ; c) la charge maximum qu’il peut porter dans les differentes positions des organes de suspen sion ; d) s’il est affecte au transport de personnes, le nombre de celles-ci pouvant etre transportees simultanement, le poids d’une personne etant compte pour 75 kg. Het moet van volgende opschriften voorzien zijn : a) de naam en adres van de bouwer ; b) het jaar van de bouw ; b) de maximumbelasting die het mag ondergaan in de verschillende standen van de ophan- gingsorganen ; d) ingeval het dient tot vervoer van personen, het aantal personen dat tegelijkertijd mag worden vervoerd, hierbij rekening houdend dat het gewicht van een persoon als 75 kg wordt aanzien. Les grues a volee variable doivent etre pourvues d’une aiguille avec cadran ou de tout autre dis positif indiquant automatiquement au grutier les charges maxima autorisees correspondant aux di- verses portees de la fleche relevees de metre en metre. Les grues a commande electrique a voice variable doivent etre munies d’un dispositif interrompant le courant d’alimentation lorsque la charge maxima autorisee correspondant a la portee utilisee est depassee. De kranen met regelbare vlucht moeten voorzien zijn van een wijzer met wijzerplaat, of van elk ander toestel dat aan de kraanman automatisch aangeeft welke maximumlast toegelaten is in elke stand van de giek en voor draagwijdten gaanae van meter tot meter. De elektrisch aangedreven kranen met regelbare vlucht moeten voorzien zijn van een toestel dat de aandrijfspanning onderbreekt zodra de maximum toegelaten last die met de draagwijdte overeen- komt, overschreden is. - 775 - - 3 Verify source ↗
Article 3
AI-assisted research summary: Electric lift equipment motors may only be supplied with low or medium voltage.
Article 3. Artikel 3. L’alimentation des inoteurs des engins de levage actionnes electriquement ne peut se faire que sous basse ou moyenne tension. De voeding van de motoren der elektrisch aan- gedreven hefwerktuigen mag enkel onder gemid- delde of laagspanning geschieden. - 4 Verify source ↗
Article 4
AI-assisted research summary: Lifting chains, cables, hooks, and similar detachable parts must be numbered and marked with the maximum permitted load; inventories or registers must also be kept and made available to the competent official.
Article 4. Artikel 4. Inventaires. Les chaines, cables, crochets et autres organes amovibles servant a l’amarrage, au soulevement ou au transport de charges doivent porter un numero d’ordre, autant que possible poingonne dans le metal, permettant grace a la tenue dun inventaire de connaitre le nom du four- nisseur, la date de mise cn service, la charge maxi mum admissible et, lorsque la nature de l’engin le comporte, les dates des divers recuits. Les prescriptions de 1’alinea premier ne sont pas applicables aux elingues, estropes et palettes. Les chaines, crochets et palonniers doivent porter, en outre, l’indication distincte du maximum de charge autorise. Ce maximum de charge doit etre marque en chiffres ou en lettres apparentes sur les chaines elles-memes ou bien sur une plaque ou un anneau en matiere durable solidement attache a ces chaines. Lorsque plusieurs engins de levage sont utilises dans un etablissement, il est tenu un inventaire ou registre, par engin ou par groupe d’engins de meme nature, mentionnant les caracteristiques prin cipals et, pour chaque engin, les reparations ou modifications effectuees. L inventaire ou registre des engins de levage, ainsi que l’inventaire prevu a 1’alinea premier, doivent etre tenus en tout temps a la disposition du fonctionnaire competent designe a l’article 38. Invent at is sen. ~~ De kettingen, kabels, haken en andere afneembare delen dienende tot het vastbin- den, het opheffen of het vervoeren van lasten, moe- ten voorzien zijn van een volgnummer dat zoveel mogelijk in het metaal geijkt is en het mogelijk maakt, dank zij het bijhouden van een staat, de naam van de leverancier, de datum van ingebruik- stelling, de toegelaten maximumbelasting en, indien de aard van het toestel zulks vergt, de data van de verschillende uitgloeiingen te kennen. De bepalingen van de eerste alinea zijn niet toepasselijk op de slingen, stroppen en stapelborden. De kettingen, haken en zwengels moeten boven- dien het duidelijk opschrift dragen van de toege laten maximumlast. Deze maximumlast moet in duidelijke cijfers of letters aangegeven zijn op de kettingen zelf, ofwel op een plaatje of op een ring uit duurzaam materiaal, hetwelk stevig aan deze kettingen vastgemaakt is. Wanneer verscheidene hefwerktuigen in een in- richting worden gebruikt, wordt per hefwerktuig of per groep hefwerktuigen van dezelfde aard, een inventaris of register gehouden, waarin de hoofd- kenmerken worden vermeld en, voor elk hefwerk tuig, de aangebrachte herstellingen of veranderin- gen. De inventaris of het register van de hefwerk tuigen, alsook de inventaris waarvan sprake in alinea 1, moeten te alien tijde ter beschikking worden gehouden van de in artikel 38 aangewezen bevoegde ambtenaar. - 5 Verify source ↗
Article 5
AI-assisted research summary: A lifting machine’s control station must be arranged and equipped to protect workers, and access to it is forbidden during operation.
Article 5 Artikel 5. Poste de commande. — Le poste de commande d’un engin de levage doit etre dispose et equipe de maniere a sauvegarder le personnel contre les atteintes des organes en mouvement. Lorsque l’engin de levage est actionne electri quement, les mesures appropriees doivent etre prises a l’effet de prevenir tout contact accidentel avec des organes sous tension. Toutes les masses metal- liques non normalement sous tension doivent etre raises a la terre, a moins qu’elles le soient deja suivant leur installation. L’acces au poste de commande doit etre facile et sans danger pour le personnel; des dispositifs appropries doivent etre prevus pour prevenir la chute de personnes ou d’objets des que la hauteur de chute peut etre superieure a 2 metres. Il est interdit d'acceder au poste de commande pendant le fonctionnement de l’appareil. L’acces est interdit a toute personne qui n’y est pas appelee par son service. Bedieningspost. — De bedieningspost van een hefwerktuig moet derwijze zijn geplaatst en uit- gerust dat het personeel beveiligd weze tegen aan- rakingen met de in beweging zijnde delen. Wanneer het hefwerktuig elektrisch is aangedre- ven, moeten geschikte maatregelen worden getrof- fen ten einde elke toevallige aanraking met de or- ganen onder spanning te voorkomen. Alle niet nor- maal onder spanning gezette metalen massa’s moe ten geaard zijn, tenzij zij het reeds zijn volgens hun installatie. De bedieningspost moet gemakkelijk en zonder gevaar voor het personeel toegankelijk zijn ; ge schikte inrichtingen moeten voorzien zijn om het vallen van personen of voorwerpen te voorkomen, zodra de valhoogte meer dan 2 meter bedraagt. De toegang tot de bedieningspost is verboden tijdens de werking van het toestel. De toegang is verboden voor al wie er niet door zijn dienst is geroepen. - 776 -• - 6 Verify source ↗
Article 6
AI-assisted research summary: Operators of lifting machines must keep the load and travel path under continuous watch, stay at the controls, and follow extra safety instructions if that watch is not possible.
Article 6. Artikel 6. Lc poste de commande d un engin de levage doit etre dispose de fa^on que le prepose a la manoeuvre puisse surveiller d’une maniere ininter- rompue la charge et les endroits au-dessus des- quels cclle-ci doit passer, sans devoir quitter les dispositifs de commande de l’appareil. Au cas oil cette condition serait irrealisable, les manoeuvres ne peuvent etre effectuees que sur l’ordre et d’apres les indications d’un prepose charge de veiller a ce qu’elles se fassent sans danger pour les personnes. Le prepose a la manoeuvre ne peut quitter le poste de commande d’un engin de levage pendant le fonctionnement de celui-ci. Les dispositions necessaires doivent etre prises pour que personne ne puisse se rendre sur les chemins de roulement des pont-roulants sans l’auto- risation du pontier. Des mesures appropriees doivent etre prises pour empecher la vapeur d’echappement et, dans la mesure du possible, la vapeur vive de tout treuil ou grue de gener la visibilite en tout lieu de tra vail ou du personnel est occupe. De bedieningspost van een hefwerktuig moet derwijze zijn geplaatst, dat de aangestelde voor de bediening ononderbroken toezicht kan uitoefenen op de last en op de plaatsen waarboven deze last moet passeren, zonder de bedieningsinrichtingen van het toestel te moeten verlaten. Kan deze voorwaarde niet verwezenlijkt Worden, dan mogen de bewegingen slechts uitgevoerd Wor den op bevel en volgens de aanwijzingen van een aangestelde, die er mede belast is te zorgen dat zij zonder gevaar voor het personeel geschieden. De aangestelde voor de bediening mag de be dieningspost van een hefwerktuig niet verlaten tij- dens de werking van dit laatste. De nodige maatregelen dienen getroffen opdat niemand zich op de sporen der loopkraen zou kunnen begeven zonder toelating van de kraan- man. Gepaste maatregelen moeten genomen worden om te verhinderen dat afgewcrkte stoom en indien mogelijk verse stoom de zichtbaarheid in elke werkplaats waar personeel werkzaam is, belemmert. - 7 Verify source ↗
Article 7
AI-assisted research summary: Vertical travel paths for lifting machines moving along vertical guides must be separated from workplaces and circulation areas by walls that block access to moving parts and guides, except for forklift trucks.
Article 7. Artikel 7. Translation verticale. — Lorsque l’appareil mo bile d’un engin de levage se deplace contre un ou des guides verticaux ou sensiblement verticaux, le chemin de translation suivi par l’appareil mobile doit etre separe de tout lieu de travail ou de cir culation par des parois interdisant l’acces aux organes mobiles et aux guides. Toutefois, cette disposition ne s’aplique pas aux chariots elevateurs. Ces parois doivent etre continues sur toute la hauteur du chemin de translation lorsqu’elles corn- portent des acces prevus a l’appareil mobile ; elles doivent avoir au moins 2 m de hauteur au-dessus de tous planchers ou escaliers contigus en ce qui concerne les autres parois. Verticaal vervoer. — V/anneer het beweegbaar toestel van een hefwerktuig zich verplaatst tegen een of meer verticale of nagenoeg verticale gelei dingen, moet de vervoerweg, die het vast toestel volgt, afgescheiden zijn van elke werkplaats of plaats waar op en neeer gegaan wordt, door wan- den die de toegang tot de bcweegbare organen of tot de geleidingen onmogelijk maken. Nochtans zijn deze maatregelen niet toepasselijk op hijswagentjes. Deze wanden moeten doorlopen over de ganse hoogte van de vervoerweg, wanneer zij toegangen bevatten w’elke voor het beweegbaar toestel zijn voorzien; zij moeten ten minste 2 m hoog zijn boven alle belendende vloeren of trappen wat be- treft de andere wanden. - 8 Verify source ↗
Article 8
AI-assisted research summary: Openings used for passing or handling equipment or loads that may be dangerous to people must have devices to prevent people or objects from falling.
Article 8. Artikel 8. Ouvertures. — Les ouvertures destinees au pas sage ou a la manoeuvre des appareils ou des char ges qui peuvent presenter des dangers pour les personnes, doivent etre munies de dispositifs propres a eviter la chute de personnes ou d’objets quel- conques. Si ces dispositifs sont mobiles, leur remise et leur maintien en place doivent etre assures automati- quement. Openingen. — De openingen bestemd tot het doorlaten of het hanteren van de toestellen of van de lasten die gevaar voor personen mochten op- leveren, moeten voorzien zijn van veiligheidsin- richtingen die het vallen van personen of van om het even welke voorwerpen kunnen voorkomen. Zijn deze inrichtingen beweegbaar, dan moeten zij automatisch weder op hun plaats worden ge- bracht en er gei'nstalleerd blijven. - 9 Verify source ↗
Article 9
AI-assisted research summary: Specialized personnel must make cable couplings, splices, and cable ends.
Article 9. Artikel 9. Chut'e des charges. — Les dispositions necessaires doivent etre prises en vue d eviter la chute des charges ou parties des charges. Vallen van lasten. — De nodige maatregelen dienen getroffen om het vallen van de lasten ol gedeelten er van te verhinderen. t — 777 ~ Si le principe meme du fonctionnement de l’engin de levage exclut pratiquement la possibilite de realiser cette condition, les dispositions appropries doivent etre prises pour que la chute des charges ou d’une partie de celles-ci ne puisse constituer une cause de danger pour les personnes. Aucune charge ne peut rester suspendue a un engin de levage si la marche de cet appareil n’est pas sous le controle effectif d une personne com- petente pendant que la charge est ainsi suspendue. Toutefois, cette prescription ne s’applique pas aux appareils auxiliaires de manutention tels que les electro-aimants, les palonniers ou grappins. Les chaines et les cables ne peuvent etre racour- cis au moyen de nceuds et des precautions doivent etre prises pour eviter qu’ils ne soient endommages par frottement contre des aretes vives. Les oeillets ou epissures des cables metalliques doivent comporter au moins trois tours avec cha- que toron entier du cable et deux tours avec la moitie des fils coupes dans chaque toron. Toutefois, l’usage d’une autre forme d’epissure d une effica- cite aussi evidente que celle qui est stipulee par la presente disposition, est autorise. Ingeval het beginsel zelf van de werking van het hefwerktuig praktisch de mogelijkheid uit- sluit van het verwezenlijken dezer verplichting, dienen de geschikte maatregelen getroffen, opdat het vallen van de lasten of gedeelten er van ge- nerlei gevaar voor de personen zou opleveren. Geen enkele last mag aan een hefwerktuig blij- ven hangen, indien dit hefwerktuig niet onder daad- werkelijke controle is van een bevoegd persoon, terwijl deze last in geheven stand gehouden is. Nochtans is dit voorschrift niet toepasselijk op de hulptoestellen zoals electromagneten, zwengels of grijpers. De kettingen en kabels mogen niet bij middel van knopen worden ingekort en voorzorgen dienen ge- nomen om te vermijden dat zij door wrijving tegen scherpe kanten zouden worden beschadigd. De lussen of splitsingen van de metalen kabels moeten minstens drie slagen bevatten van elke voile kabelstreng en twee slagen met de helft van de draden gesneden uit elke kabelstreng. Nochtans wordt elke andere vorm van splitsing dan deze hicrboven beschreven toegelaten, op voorwaarde dat deze even doelmatig is. Les accouplements par manchons, les epissures et les tetes de cables doivent etre confectionnes par un personnel specialise. De sokkoppelingen, de splitsingen en de uiteinden van de kabels moeten vervaardigd worden door een gespecialiseerd personeel. Lorsqu’il est fait emploi de serre-cables, leur nombre ne peut etre inferieur a trois. Indien er gebruik gemaakt wordt van kabel- klemmen mag hun aantal niet kleiner zijn dan drie. - 10 Verify source ↗
Article 10
AI-assisted research summary: Lifting machines must have safety devices to prevent dangerous sudden descent and over-lifting that could harm people.
Article 10. Artikel 10. Freins et fin de course. — Lorsque la descente inopinee des charges ou des organes servant au transport peut constituer une cause de danger pour les personnes, les engins de levage doivent etre munis de freins, cliquets d’arret, parachutes ou autres appareils de securite disposes de fa^on a prevenir ces descentes ou a les rendre inoffensives. Lorsque la levee exageree des organes de sus pension est de nature a constituer une cause de danger pour les personnes et dans tous les cas ou le genre de commande de l’engin le permet, les engins de levage doivent etre munis d’un dispositif empechant cette levee exageree et provoquant auto- matiquement la mise en action des freins des que le soulevement depasse la limite admissible. Remmen en noodeindschakelaars. — Ingeval het onverwacht neerdalen van lasten of van de tot het vervoer dienende toestellen gevaar voor personen mocht opleveren moeten de hefwerktuigen voorzien zijn van remmen, pallen, vanginrichtingen, of an dere veiligheidsmiddelen die derwijze zijn geplaatst dat zij het neerdalen voorkomen of ongevaarlijk maken. Wanneer het overdreven heffen der ophangings- organen gevaar voor personen mocht opleveren en in alle andere gevallen waarin de soort van de bediening van het werktuig dit mogelijk maakt, dienen de hefwerktuigen voorzien van een toestel dat dit overdreven heffen verhindert en automa- tisch de remmen in werking brengt zodra het heffen de toegelaten grens overschrijdt. - 11 Verify source ↗
Article 11
AI-assisted research summary: Lifting equipment may be greased and maintained only when stopped, unless its setup and equipment make accidents impossible. When work is done at heights above 2 metres, fixed safety devices must prevent accident risk, and vertical ladders must be caged/enclosed.
Article 11. Artikel 11. Entretieru ~ Le graissage et 1’entretien ne peu vent se faire qu’a l’arret, a moins que la disposi tion et l’equipement de l’appareil ecartent toute possibilite d’accident. Lors de ces operations et lorsque la hauteur de chute peut etre superieure a 2 metres, des echelles, escaliers, passerelles, garde-corps ou mains-couran- Onderhoud. — Hefwerktuigen mogen slechts tij- dens het stilstaan worden gesmeerd en onderhou- den, tenzij zij zodanig zijn geplaatst en uitgerust dat alle mogelijkheid van ongevallen uitgesloten weze. Tijdens deze verrichtingen en wanneer de val- hoogte meer dan 2 meter kan bedragen, moeten vaste ladders, trappen, bruggetjes, leuningen of tcs fixes doivent prevenir tout danger d’accident ; les echelles verticales doivent etre corsetees. - 12 Verify source ↗
Article 12
AI-assisted research summary: L’utilisation d’un engin de levage est interdite si la charge dépasse le poids maximum indiqué ou si les conditions d’utilisation compromettent sa stabilité. Si des circonstances inhabituelles menacent la stabilité, l’exploitant ou son préposé doit prendre toutes les mesures nécessaires pour assurer la sécurité des personnes.
Article 12. Utilisation. — Il est interdit de se servir d’un engin de levage pour la levee de charges superieu- res au poids maximum indique sur cet engin, ou de l’utiliser dans des conditions qui mettraient sa stabilite en defaut. Lorsque des circonstances autres que son utilisa tion habituelle menacent la stabilite d’un engin de levage, l’exploitant ou son prepose doit prendre toutes mesures en vue d’assurer la securite des personnes. - 13 Verify source ↗
Article 13
AI-assisted research summary: Le préposé d’un appareil de levage en transport horizontal doit prévenir les personnes proches avant de déplacer une charge, et prendre les mêmes précautions lors de déplacements sans charge si les organes de suspension peuvent causer des accidents.
Article 13. II est interdit d’utiliser un engin de levage dans des conditions susceptibles de compromettre la se curite des personnes. Le prepose au service d’un appareil de levage effectuant des transports horizontaux ne peut com- mencer le deplacement des charges avant d’avoir prevenu, par un signal, les personnes occupees a proximite du trajet que la charge doit suivre. Il doit prendre les memes precautions si, a l’occasion de deplacements sans charge, les organes de sus pension peuvent occasionner des accidents de personnes. Cette signalisation n’est pas de rigueur, si les manoeuvres se font d’apres les indications d’un prepose specialement charge de veiller a ce qu’elles se fassent sans danger pour les personnes. - 14 Verify source ↗
Article 14
AI-assisted research summary: A lifting device may carry people only if precautions are taken to prevent falls or accidents, it shows the safe maximum number of persons, and the total weight does not exceed one third of the permitted object-load.
Article 14. Translation de personnes. ■— Un engin de levage ne peut servir a la translation de personnes qua la condition que toutes precautions soient prises pour prevenir toute possibilite de chute ou d’acci dent quelconque. Dans ce cas il doit porter Vindication du nombre maximum de personnes transportable en toute se curite. Le poids total de ces personnes ne peut depasser le tiers de la charge maximum admise pour le transport d’objets. CHAPITRE III. Dispositions particulieres aux ascenseurs et aux monte-charge. - 15 Verify source ↗
Article 15
AI-assisted research summary: Article 15 defines “ascenseurs” as lifting devices for transporting people, and treats certain goods lifts as equivalent when they may be used to transport people.
Article 15. Definition. — Sont denommes « ascenseurs » les engins de levage destines a la translation des personnes et dont la cabine se deplace entre des guides verticaux ou sensiblement verticaux. Monte-charge assimiles. — Les monte-charge sont assimiles aux ascenseurs lorsqu’ils peuvent etre utilises pour le transport de personnes. handgrepen alle gevaar voor ongevallen voorko- men ; de verticale ladders moeten van een rugleu- ning zijn voorzien. Artikel 12. Gebruik. — Het is verboden gebruik te maken van een hefwerktuig om lasten te heffen die meer wegen dan het op het toestel vermelde maximum- gewicht, of het in omstandigheden te gebruiken die de stabiliteit er van in gevaar zouden brengen. Wanneer andere omstandigheiden dan zijn ge- woon gebruik de stabiliteit van een hefwerktuig bedreigen, moet de exploitant of zijn aangestelde alle maatregelen treffen om de veiligheid van de personen te verzekeren. Artikel 13. Het is verboden een hefwerktuig te gebruiken in omstandigheden die de veiligheid van de per sonen in gevaar kunnen brengen. De aangestelde voor de bediening van een hef werktuig, waarmede horizontaal vervoer wordt verricht, mag het verplaatsen van de lasten niet beginnen vooraleer hij, door middel van een sein, het personeel, werkende in de nabijheid van de door de lasten te volgen weg, heeft gewaarschuwd. Hij moet dezelfde voorzorgsmaatregelen treffen in- geval, bij verplaatsingen zonder last, de op- hangingsorganen aan het personeel ongevallen zouden kunnen veroorzaken. Deze w’aarschuwing is niet noodzakelijk, indien de bewegingen worden uitgevoerd volgens de aan- wijzingen van een aangestelde die er speciaal mede belast is te zorgen dat zij zonder gevaar voor de personen geschieden. Artikel 14. Vervoer van personen. — Een hefwerktuig mag slechts dienen tot het vervoer van personen indien alle voorzorgen genomen zijn om elke mogelijkheid van vallen en het voorkomen van om het even welk ongeval te verhinderen. In dit geval moet op het hefwerktuig het maxi- mumaantal personen, die volstrekt veilig kunnen worden vervoerd, worden aangegeven.’Het totaal gewicht van deze personen mag het derde van de maximumlast voor goederen, niet overschrijden. HOOFDSTUK III. Bijzondere bepalingen voor de personenliften en de goederenliften. Artikel 15. Definitie. ■— Worden « personenliften » genaamd, de hefwerktuigen bestemd tot het vervoer van personen en waarvan de kooi zich verplaatst tus- sen verticale of nagenoeg verticale geleiders. Daarmede gelijkgestelde goederenliften. De goederenliften worden met « personenliften » gehjh- gesteld, wanneer zij voor het vervoer van perso nen mogen gebruikt worden. - 779 - 16 Verify source ↗
Article 16
AI-assisted research summary: The listed provisions of the ordinance apply to elevators.
Article 16. Les dispositions des articles 2 a 4 inclus et 12, alinea 1, de la presente ordonnance, sont d’appli cation aux ascenseurs. - 17 Verify source ↗
Article 17
AI-assisted research summary: Elevator shafts must be limited spaces reserved for the cabin, counterweight, and necessary equipment, with specific construction and safety requirements; an engineer may grant limited derogations in some cases.
Article 17. Gaine. — Les ascenseurs doivent etre installes dans une gaine constituant un espaces limite exclu- sivement reserve au deplacement de la cabine et du contrepoids ainsi qua l’implantation d’organes necessaires au fonctionnement de 1’appareil ; le contrepoids peut toutefois se deplacer dans une gaine distincte de celle de la cabine. En cas d installation de plusieurs appareils dans une meme gaine, il doit etre etabli en cuvette une cloison d’au moins 2 m de hauteur entre les ca- bines et les contrepoids d’appareils distincts. Lorsque la cuvette d’une gaine de contrepoids est constitute par un plancher intermediate, le contrepoids doit etre muni d un parachute repon- dant aux prescriptions du dernier alinea de l’ar- ticle 19. Les parois de la gaine doivent etre pleines et continues et etre realisees en ma^onnerie ou tous autres materiaux resistant au feu ; une ventilation adequate doit etre realisee sous la condition que la gaine ne puisse former cheminee d’appel d’air en cas d’incendie. Toutefois, l’ingenieur du Service du travail ou des mines peut autoriser des derogations au pres ent de l’alinea ci-dessus, pour les appareils dont la vitesse de levage ne depasse pas 0,60 m/sec. et installes en plein air et dans les halls d’usine, ou lorsque les etages desservis ne sont pas separes par des planchers continus, ainsi que pour les monte- charge installes sur des chantiers temporaires. La derogation peut concerner l’utilisation de verre ou glace de securite ou de grillage metallique ajoure, ou encore la realisation de parois disconti nues. L’autorisation de derogation est subordonnee aux conditions suivantes : 1° Les parois de la gaine doivent interdire tout acces aux organes mobiles ou fixes, a) sur toute leur hauteur, pour les parois comprenant des acces a la cabine ; b) sur une hauteur de 3 m au moins au-des- sus de tous planchers ou escaliers conti- gus, pour celles ne comportant pas d’acces a la cabine ; 2° Les parois vitrees doivent etre en verre ou glace de securite, d’une epaisseur d’au moins 4 mm pour les panneaux ne depassant pas 0,50 m de cote ; 6 mm pour des dimensions comprises entre 0,50 et 1 m; 10 mm jus- qu a la dimension maximum admise de 2 m; Artikel 16. De bepalingen van de artikelen 2 tot en met 4 en 12, alinea 1 van deze ordonnantie zijn van toe passing op de personenliften. Artikel 17. Schacht. — De personenliften moeten geinstal- leerd zijn in een schacht die een beperkte ruimte vormt, uitsluitend bestemd voor de verplaatsing van de kooi en van het tegengewicht en van de organen nodig voor de werking van de lift ; het tegengewicht mag zich nochtans verplaatsen in een andere schacht dan deze voor de lift. Indien zich in eenzelfde schacht meerdere liften bevinden, dan moet, tussen naast elkaar gelegen banen van kooien en tegengewichten, die niet tot dezelfde lift behoren, een scheidingswand worden aangebracht. Gerekend van de putvloer af, moet de hoogte van de scheidingswand ten minste 2 meter bedragen. Indien de schachtput van het tegengewicht niet tot aan de vaste grond reikt, moet het tegengewicht van een vanginrichting voorzien zijn. Deze vang- inrichting moet voldoen aan de bepalingen van ar tikel 19, laatste alinea. De schachtwanden moeten vol en doorlopend zijn. Het materiaal moet bestaan uit metselwerk of gelijk welk ander vuurvast materiaal; een gepaste ventilatie moet worden aangebracht, met dien ver- stande dat de schacht geen schoorsteen mag vor- men in geval van brand. Nochtans kan de ingenieur van de dienst voor Arbeid of deze van de Mijndienst afwijkingen van de bepalingen der alinea hierboven toelaten, voor wat betreft de liften met een kooisnelheid die 0,60 m/sec niet overschrijdt en die opgesteld zijn in open lucht of in fabriekhallen, of ook wanneer de ver- diepingen niet volledig door vloeren van elkaar zijn gescheiden, of wanneer het goederenliften be treft die zijn opgesteld in tijdelijke bouwbedrijven. Deze afwijking mag het gebruik van gewoon glas, van veiligheidsglas, van metalen vlechtwerk alsook het maken van niet-doorlopende schachtwanden betreffen. De toelating voor afwijkingen is onder- worpen aan volgende voorwaarden : 1° De schachtwanden moeten alle toegang tot de beweegbare of vaste organen verhinderen, a) over de ganse hoogte, voor de wanden voorzien van toegangen tot de kooi ; b) over een hoogte van ten minste 3 m boven alle belendende vloeren of trappen, voor die welke niet voorzien zijn van deze toegangen; 2° Gias in schachtwanden moet bestaan uit veiligheidsglas met een dikte van ten minste 4 mm voor de panelen van ten hoogste 0,50 m breed ; 6 mm voor panelen van 0,50 m tot 1 m ; 10 mm voor panelen tot de maxi* mumafmeting van 2 m. Gewapend glas of - 780 le verre arme ou les pavds de verre sont egale- ment admis ; 3° Les parois grillagees doivent avoir une rigi- dite suffisante pour ne subir aucune defor mation sensible sous faction des efforts aux- quels elles peuvent etre normalement soumises. Aucune canalisation etrangere au service de l’appareil ne peut etre placee dans cette gaine ; il en est de meme pour les boites ou regards de visite etrangers au service de l’appareil. Cette interdiction ne s’applique pas aux canalisations, boites ou regards de visite appliques a l’exterieur des parois de la gaine ou encastres dans l’epais- seur des parois pour autant qu’ils soient inacces- sibles de la paroi interieure et qu’ils soient ecartes d’au moins 50 cm des circuits de commande de l’appareil. Le plafond de la gaine doit etre situe au-dessus du niveau le plus haut desservi par la cabine, a une hauteur totale au moins egale a la somme de : 1° la hauteur de la cabine, etrier et accessoires compris, mesuree depuis le dessus du plan- cher de la cabine ; il n’est pas tenu compte des accessoires installes sur la peripherie du toit de la cabine ; 2° la reserve de depassement ; 3° un espace de securite de 0,50 m. Toutefois, la somme de la reserve de depassement et de l’espace de securite peut etre reduite aim au-dessus de l’etrier de la cabine, dans le cas des treuils a adherence simple et si le contrepoids re pose sur ses amortisseurs comprimes a bloc lors- que le seuil de la cabine depasse au maximum de 0,50 m le niveau du seuil a l’arret superieur. A la partie inferieure de la gaine doit etre mena- gee en dessous du niveau le plus bas desservi par la cabine, une cuvette d’une profondeur totale au moins egale a la somme de : 1° l’epaisseur totale du plancher et de l’etrier de cabine, accessoires compris ; 2° la reserve de depassement; 3° un espace de securite de 0,40 m au moins lorsque les amortisseurs sont comprimes a bloc. La reserve de depassement est donnee en fonc- tion de la vitesse de deplacement de la cabine par le tableau ci-apres : glastegels zijn eveneens toegelaten ; 3° Wanden van vlechtwerk moeten voldoende stijf zijn om onder inwerking van de krachten waaraan zij normaal onderworpen worden geen merkelijke vervorming te ondergaan Geen enkele leiding, lasdoos of opening voor inspectie, welke niet dienen voor het toestel, mo- gen in deze schacht worden geplaatst. Dit verbod is niet toepasselijk op de leidingen, lasdozen en openingen voor inspectie, die aan de buitenkant van de schacht in de schachtwand zelf zijn aange- bracht, voor zover zij ontoegankelijk zijn vanaf de binnenkant van de schacht en zich bevinden op een afstand van ten minste 50 cm van de bestuurs- keten van het apparaat. De totale afstand tussen het peil van de hoogste stopplaats en het schachtplafond moet ten minste gelijk zijn aan de som van : 1° de kooihoogte met daarbij inbegrepen het kooiraam en de op de kooi aangebrachte toe stellen, gemeten vanaf de bovenkant van de kooivloer ; er wordt geen rekening gehouden van de onderdelen die in de omtrek van het kooiplafond geplaatst zijn ; 2° de uitloopruimte ; 3° een vluchtruimte van 0,50 m. Nochtans, wanneer het liftmachines met tractie- schijf zijn en het tegengewicht op volledig ingedruk- te buffers staat als de kooidrempel het peil van de dorpel van de hoogste stopplaats met ten hoogste 0,50 m heeft overschreden, mag de som van uit- loop en vluchtruimten verminderd worden tot 1 m gemeten vanaf de bovenkant van het kooiraam. Onderin de schacht moet een schachtput worden voorzien, gelegen beneden de laagste stopplaats die door de kooi wordt bediend, en waarvan de diepte ten minste gelijk is aan de som van : 1° de totale dikte van de kooivloer en van het kooiraam, met inbegrip van daaraan aange brachte toestellen ; 2° de uitloopruimte ; 3° een vluchtruimte van ten minste 0,40 m wan neer de buffers volledig ingedrukt zijn. , De uitloopruimte in functie van de kooisnelheid wordt in de hierna volgende tabel gegeven : Vitesse en m/s Reserve de depassement Snelheid in m/s jusqu’a 0,60 de 1 de 1,5 de 2 de 2,5 de 3 minimum en m 0,25 0,45 0,70 0,95 1,15 1,25 tot 0,60 van 1 van 1,5 van 2 van 2,5 1,25 Minimumuitloopruimte in m 0,25 0,45 0,70 0,95 1,15 van 3 ~ 781 ~ Pour des vitesses intermediaires la reserve de depassement doit etre calculee par interpolation. Dans le cas d appareils a plusieurs vitesses, seule la vitesse la plus grande doit etre prise en consi deration pour la determination de la reserve de depassement. L’espace de securite doit etre suffisant pour permettre a une personne de s’y loger sans risque decrasement. Si les dimensions en plan et les eventuels organes et accessoires ne permettent pas de se coucher dans la cuvette, l’espace de securite doit etre d’au moins 1 m 20, sinon, il doit etre etabli dans l'une des parois de' la gaine, de prefe rence du cote des acces, une niche permettant a une personne de s’y abriter. - 18 Verify source ↗
Article 18
AI-assisted research summary: The article sets safety rules for elevator shaft doors and inspection windows, including locking, fire-resistant materials, size limits, and prompt replacement of broken glass.
Article 18. Portes palieres. — Des portes palieres doivent etre etablies a chaque palier donnant acces a la gaine. Elies doivent, lorsqu’elles sont fermees, couvrir toute l’ouverture de l’acces a la gaine. Chaque porte doit etre muni d’une enclenche- ment ne permettant, en aucune circonstance, la mise en marche de 1’appareil que si toutes les portes sont fermees, et empechant leur ouverture si la cabine n’est pas immobilisee au niveau du palier correspondant. Toute porte ou fenetre permettant l’acces a la gaine pour 1’inspection, l’entretien ou le graissage de 1’appareil doit etre munie d’une fermeture a clef actionnant un contact electrique dont l’ouver ture rend tout deplacement de la cabine impossible. Cette porte ou fenetre doit s’ouvrir vers l’exterieur de la gaine et ne doit pouvoir etre ouverte que par le prepose responsable. Lorsqu’elle est fermee, toute porte ou fenetre donnant sur une gaine doit interdire tout acces aux organes mobiles ou fixes et doit etre constitute de materiaux resistants au feu; les interstices even- tuellement menages dans cette porte ne peuvent avoir une dimension lineaire superieure a 50 mm. Les portes palieres pleines peuvent comporter un regard vitre pQur autant que sa largueur hori zontale ne depasse pas 0,20 m et que le vitrage utilise soit en verre arme, ou en verre ou glace de securite ; 1’epaisseur du verre ou de la glace de securite doit etre au moins 4 mm pour une dimen sion verticale ne depassant pas 0,50 m ; 6 mm pour une dimension verticale comprise entre 0,50 m et 1 m ; 10 mm lorsque cette dimension verticale est superieure aim. Toutefois, un regard vitre d’une largueur hori zontale superieure a 0,20 m est tolere, pour autant Voor tussengelegen snelheden moet de uitloop- ruimte bepaald worden door interpolatie. Wanneer apparaten met verschillende snelheden worden gebruikt, moet de uitloopruimte voor de hoogste snelheid worden berekend. De vluchtruimte moet voldoende zijn om een persoon die zich onder de kooi bevindt tegen letsel te vrijwaren. Indien de horizontale afmetingen van de schachtput, of de er eventueel ingeplaatste or ganen of toestellen, niet toelaten van zich in de schachtput neer te leggen, moet de vluchtruimte ten minste 1,20 m bedragen, zoniet moet er in een van de schachtwanden en bij voorkeur in deze waarin zich de openingen tot de kooi bevinden, een nis worden voorzien die voldoende groot is opdat een persoon er in zou kunnen schuilen. Artikel 18. Schachtdeuren. — Schachtdeuren moeten voor zien zijn op elke stopplaats die toegang biedt tot de schacht. Wanneer zij gesloten zijn, moeten zij de ganse opening van de toegang tot de schacht beslaan. Elke deur moet voorzien zijn van een inrichting die ten alien tijde het in gang zetten van het toestel slechts mogelijk maakt, wanneer alle deuren zijn gesloten en die het openen van de deuren belet, indien de kooi niet tot stilstand is gebracht op de hoogte van de overeenstemmende stopplaats. Elke deur of venster, toegang gevende tot de schacht voor de inspectie, het onderhoud of de smering van het toestel, moet voorzien zijn van een slotinrichting (met sleutel) die een elektrisch contact aanschakelt en het verplaatsen van de kooi onmogelijk maakt wanneer zij wordt geopend. Deze deur of dit venster moet naar de buitenkant van de schacht opengaan en moet enkel door de aangestelde geopend kunnen worden. De deuren of vensters welke in een schacht zijn aangebracht, moeten, wanneer zij gesloten zijn, de toegang tot de beweegbare of vaste organen ver hinderen en van vuurvast materiaal zijn vervaar- digd ; de eventueel in deze deur aangebrachte tus- senruimten mogen geen lineaire afmeting hebben die groter is dan 50 mm. De voile schachtdeuren mogen voorzien zijn van en kijkglas, voor zover de breedte ervan niet groter is dan 0,20 m en dat de gebruikte ruit van gewa pend glas of veiligheidsglas is ; de dikte van het glas moet ten minste 4 mm bedragen voor een verti cale afmeting die niet groter is dan 0,50 m ; 6 mm voor een verticale afmeting begrepen tussen 0,50 m en 1 m ; 10 mm indien deze verticale afmeting groter is dan 1 m. Nochtans wordt een kijkglas met een horizontale afmeting groter dan 0,20 m toegelaten indien er 782 - que le vitrage utilise soit en verre ou glace de securite d’une epaisseur minimum de 10 mm ou en verre arme. Tout vitrage brise ou fele doit etre remplace dans le plus brcf delai. gebruik gemaakt wordt van gewapend- of veilig- heidsglas met een minimumdikte van 10 mm Elke gebroken of gescheurde ruit moet onver- wijld worden vervangen. - 19 Verify source ↗
Article 19
AI-assisted research summary: The cabin must be built mainly from metal and meet specific safety construction rules for floors, walls, openings, doors, roof access, and a safety gear.
Article 19. Artikel 19. Cabine. — La cabine, ainsi que l’etrier doivent etre de construction entierement metallique ; du cote interieur, le metal peut etre recouvert de toute autre matiere pour autant que celle-ci soit ignifugee. Les planchers en bois ou en matiere combustible doivent etre reconverts par une tole sur leurs deux faces. Toutefois, les planchers en bois ignifuge peuvent n’etre recouverts que sur leur face infe- rieure par une tole d’acier avec interposition d’une couche de matiere calorifuge. Les parois de la cabine, sauf a l'entree doivent etre pleines sur toute leur hauteur, suffisament rigides pour ne pas se deformer sous la poussee d’une personne ou d’un objet quelconque et assem blies de maniere a ne pouvcir se relacher ou se deplacer en service normal. Toutefois, sans prejudice aux autres dispositions de 1’alinea precident, des ouvertures d’une dimen sion lineaire maximum de 1 m peuvent etre mena- gees dans les parois. Ces ouvertures doivent etre munies soit de grillage metallique en fil de 2 mm au moins et presentant des mailles de 10 mm au plus, soit de vitrage en verre ou glace de securite d’une epaisseur de 6 mm au moins, ou en verre arme. Du cote du contrepoids, le vitrage eventuel sera double de grillage metallique comme prevu ci-dessus. Aucune ouverture ne peut exister dans le toit de la cabine si elle nest munie d’une fermeture d’une resistance analogue a celle du plafond de la cabine et munie d’un enclenchement electrique dont l’ouverture rend impossible tout deplacement de la cabine. La face superieure du toit de la cabine doit comporter une surface horizontale suffisante pour permettre au personnel prepose a l’entretien et la verification de se tenir debout d’une maniere stable. Cette face superieure doit etre entouree d’une plinthe inclinee ver l’interieur. Cette plinthe doit avoir une largueur de 160 mm et son bord superieur doit etre a 120 mm au-dessus de la face superieure de la cabine. Tout acces a la cabine doit etre muni d’une porte des que la vitesse normale de translation de- passe 1,25 metre par seconde. Cette porte doit £tre munie d’un enclenchement empechant la mise Kooi. ~ Zowel de kooi als de beugel moeten geheel van metaal zijn ; aan de buitenkant mag het metaal met een andere stof zijn bedekt, voor zover deze brandvrij gemaakt is. De vloeren van hout of van brandbare stof moeten aan beide vlakken met een plaat zijn be dekt. De vloeren van brandvrij gemaakt hout moeten nochtans slechts aan het onderste vlak met een plaat zijn bedekt voor zover een laag van warmte isolerende stof wordt tussengelegd. De wanden van de kooi, behalve bij de ingang, moeten over de ganse hoogte vol zijn, voldoende stijf zijn opdat zij onder de druk van een persoon of van om het even welk voorwerp, geen vervor- mingen zouden ondergaan en zodanig verbonden zijn dat zij bij normaal gebruik niet kunnen los- komen of zich verplaatsen. Nochtans mogen, onverminderd de andere be- palingen van voorgaande alinea, openingen met een maximale lineaire afmeting van 1 m in de wanden worden aangebracht. Deze openingen moeten voor zien zijn hetzij van traliewerk met draad van ten minste 2 mm diameter en met mazen van ten hoogste 10 mm, hetzij van glasbezetting van veilig- heidsglas of -spiegel met een dikte van ten minste 6 mm, of van gewapend glas. Langs de kant van het tegengewicht moet de eventuele glasbezetting van een traliewerk zijn voorzien, zoals hierboven bepaald. In het kooidak mag geen enkele opening voor komen, zo deze niet is voorzien van een afsluiting die een soortgelijke weerstand biedt als die van het kooiplafond en voorzien is van een elektrisch contact dat, indien het verbroken wordt, elke ver- plaatsing van de kooi onmogelijk maakt. De bovenzijde van het dak moet bestaan uit een voldoend groot horizontaal vlak opdat het per soneel, aangesteld voor het onderhoud en het na- zicht, daarop stabiel zou kunnen staan. Deze bovenzijde moet omringd zijn met stootplint met hellend buitenvlak. Deze stootplint moet 160 mm breed zijn en een hoogte hebben van 120 mm, gemeten vanaf de bovenzijde van het dak. Elke toegang tot een kooi moet voorzien zijn van een kooideur zodra de normale vervoersnel- heid 1,25 m per seconde overschrijdt. Deze deur moet voorzien zijn van een toestel dat het in gang - 783 ~ en mouvement de la cabine des l'ouverture de la porte. Les interstices eventuellement menages dans cette porte ne peuvent avoir plus de 65 mm de large. Toutefois, pour une vitesse de translation infe- rieure a 1,25 metre par seconde la porte de la cabine ne peut etre supprimee pour autant que : a) la gaine presente une surface lisse et continue en face de 1 acces ou des acces de la cabine ; b) les portes palieres soient pleines ; c) la face interieure des portes palieres forme une surface lisse et continue avec l’interieur de la gaine. La cabine doit etre munie d’un parachute capable de l’a'rreter en pleine charge en la bloquant sur ses guides des que nait la possibilite de la chute de la cabine ou au cas ou la vitesse de translation atteint 1,4 fois la vitesse normale. zetten van de kooi belet, zodra de deur geopend is. De in deze deur eventueel aangebrachte tussen- ruimten mogen niet breder zijn dan 65 mm. Voor een vervoersnelheid van minder dan 1,25 m per seconde mag de kooideur echter worden afge- schaft, indien : a) de schachtwand tegenover de toegang of de toegangen van de kooi glad is van onder tot boven ; b) de schachtdeuren vol zijn ; c) de binnenzijde van de schachtdeuren een gladde en een met de binnenzijde van de schacht doorlopende oppervlakte vertoont. De kooi moet voorzien zijn van een vanginrich- ting die haar bij voile lading tot stilstand kan bren- gen door haar op de geleiders te klemmen, zodra de mogelijkheid onstaat dat de kooi zal neerstor- ten of indien de vervoersnelheid 1,4 maal de nor male snelheid bereikt. - 20 Verify source ↗
Article 20
AI-assisted research summary: Elevator clearances and gaps must meet minimum and maximum safety distances, including when multiple devices share one shaft.
Article 20. Artikel 20. Espaces entre gaine et cabine. — La distance horizontale entre tout point de la gaine et toute partie de la cabine doit etre suffisante pour pre venir tout accrochage susceptible de provoquer des accidents de personnes ; elle ne peut etre infe- rieure a 50 mm. Il en est de meme pour les contre- poids, ainsi pour le jeu entre la cabine et le contre- poids. Ruimtcn tussen schacht en kooi. — De horizon tale afstand tussen elk punt van de schacht en elk deel van de kooi moet voldoende zijn om aanklam- pingen te voorkomen die ongevallen bij personen zouden kunnen veroorzaken ; deze afstand mag niet kleiner zijn dan 50 mm. Hetzelfde geldt voor het tegengewicht, alsook voor de speling tussen de kooi en het tegengewicht. En cas d’installation de plusieurs appareils dans une meme gaine, chaque appareil doit repondre aux prescriptions de l’alinea precedent. Wanneer meerdere liften in eenzelfde schacht zijn geinstalleerd moet elke lift voldoen aan de bepalingen der vorige alinea. Du cote des acces, la distance horizontale entre tout point du pourtour de l’acces a la cabine et tout point de la gaine doit exclure la possibilite de chutes de personnes, sans etre inferieure a 15 mm. Ce jeu sera au maximum de 20 mm lors que la cabine ne comporte pas de porte. Lorsque la cabine est munie d’une porte, la dis tance horizontale entre celle-ci et les portes palieres doit exclure la possibilite du stationnement de per sonnes. elle ne peut etre superieure a 150 mm. Aan de zijde van de toegangen moet de horizon tale afstand tussen elk punt van de omtrek van de toegang tot de kooi en elk punt van de schacht de mogelijkheid van het neerstorten van personen uitsluiten, zonder dat deze afstand minder dan 15 mm mag bedragen. Deze speling mag ten hoogste 20 mm bedragen, wanneer de kooi niet van een deur is voorzien. Is de kooi van een deur voorzien, dan moet de horizontale afstand tussen deze laatste en de schachtdeuren de mogelijkheid uitsluiten dat een persoon tussen deze twee deuren kan staan ; hij mag niet meer dan 150 mm bedragen. Lorsque la cabine ne comporte pas de porte, le jeu entre le seuil de la cabine et le seuil des re- cettes doit etre compris entre 5 et 20 mm. Is het een kooi zonder deur, dan moet de speling tussen de drempel van de kooi en de drempel van de stopplaatsen 5 a 20 mm bedragen. - 21 Verify source ↗
Article 21
AI-assisted research summary: Cables used for the cabin, counterweight, and load-bearing system must meet minimum strength, diameter, and arrangement requirements.
Article 21. Artikel 21. Cables. ■— La cabine et le contrepoids doivent etre portes par au moins 2 cables. Ces cables doivent etre attaches independamment fun de l’autre, et disposes de maniere telle que la charge soit repartie egalement entre eux et qu’ils la supportent simultanement, Kabels. — De kooi en het tegengewicht moeten door ten minste twee kabels gedragen worden. De kabels moeten onafhankelijk van elkander bevestigd zijn en zo dat de lading evenredig over deze kabels verdeeld weze en de kabels de lading gelijktijdig dragen. _ 7S4 L’ensemble des cables porteurs doit etre capable de supporter la charge statique totale avec un coefficient de securite de 10 au moins dans le cas de treuil a tambour, de 18 au moins dans le cas de treuil a adherence, pour une vitesse de transla tion ne depassant pas 1 m par seconde. Pour une vitesse depassant 1 m par seconde, ces coefficients doivent etre multiplies par la racine cubique de la vitesse exprimee en metres par seconde. Les cables doivent avoir un diametre minimum de 8 mm et doivent etre en fils d’acier d’une resis tance a la rupture d’au moins 125 kilogrammes par millimetre carre ; pour le calcul du coefficient de securite la charge de rupture du cable ne peut etre supposee superieure a celle d’un cable de memes composition et diametre en acier a 140 kg/mm2, a moins qu’un certificat d’essai de ces cables atteste leur charge de rupture reelle. Dans ce cas, c’est cette derniere valeur qui doit etre prise en consi deration pour le calcul du coefficient de securite. Het stel draagkabels moet de totale statische belasting met ten miste tienvoudige veiligheid tegen breuk kunnen dragen in het geval van trom- mellieren en met ten minste achttienvoudige veilig heid in het geval van liftmachnes met tractieschijf zulks indien de snelheid 1 m per seconde niet over- schrijdt. Boven deze snelheid dienen deze coeffi- cienten met de derde machtswortel van de snelheid uitgedrukt in meters per seconde, te worden veY- menigvuldigd. De kabels moeten een minimumdiameter van 8 mm hebben en moeten van stalen draden zijn vervaardigd met een breukvastheid van ten minste 125 kg per vierkante millimeter; voor de bereke- ning van de veiligheidscoefficient mag de breuklast van de kabel niet verondersteld worden groter te zijn dan die van een kabel van dezelfde samen- stelling en zelfde diameter, uit staal, met een breuk vastheid van 140 kg/mm2, tenzij een beproevings- certificaat voor deze kabels zulke breukbelasting bevestigt. In dit geval is het deze laatste waarde die in aanmerking dient genomen voor de bereke- ning van de veiligheidscoefficient. Les conditions de travail des cables doivent res De kabels moeten bovendien aan volgende eisen pecter en outre les prescriptions suivantes. voldoen : 1) Le rapport entre le diametre du tambour ou de la poulie motrice et celui du cable ne peut etre inferieur a 40. 2) Le rapport entre le diametre du tambour ou de la poulie motrice et celui du plus gros fil composant les torons, les fils dame exceptes, ne peut etre inferieur a 500. 3) Ces rapports sont egalement exiges pour les poulies de renvoi lorsque l’angle d’embrasse- ment depasse 90° ; ils peuvent descendre a : a) 35 et 450, si l’angle d’embrassement est 1) De diameter van de aandrijvende schijven of trommels mag niet minder bedragen dan 40 maal de diameter van de kabel. 2) De diameter van de aandrijvende schijven of trommels mag niet minder bedragen dan 500 maal de diameter van de dikste draad van de kabel, kerndraden uitgezonderd. 3) dezelfde eisen gelden voor de leischijven, in dien de contacthoek meer dan 90° bedraagt; zij mogen dalen tot : a) 35 en 450, zo de contacthoek tussen 90° en compris entre 90° 45° ; 45° ligt ; b) 30 et 400, si l’angle d’embrassement est b) 30 en 400, zo de contacthoek minder dan inferieur a 45°. 45° bedraagt. 4) En cas de flexions alternees, la distance entre les deux points d’echappement ne peut etre inferieure a 150 fois le diametre du cable. La longueur des cables du contrepoids doit etre telle que ce dernier soit pret a se poser sur ses amortisseurs lorsque la cabine a depasse la posi tion de service extreme de la distance necessaire pour faire actionner un limiteur de course. - 22 Verify source ↗
Article 22
AI-assisted research summary: Les guides de cabines et de contrepoids doivent être en acier, rigides et suspendus; certains guides comprimés ne sont permis qu’avec autorisation expresse en cas particulier; les guides sur fils ou câbles sont interdits.
Article 22. Guidages. — Les guidages de cabines et de contrepoids doivent etre en acier et doivent etre rigides et suspendus. Toutefois, dans des cas particuliers, des guides comprimes peuvent etre utilises sur l'autorisation expresse des fonctionnaires competents designes a 1’article 38 et aux conditions qu’ils prescrivent. 4) Bij wisselende buigingen mag de afstand tus sen de twee uiterste contactpunten niet min der dan 150 maal de kabeldiameter bedragen. De lengte van de kabels van het tegengewicht moet zodanig zijn dat dit laatste gereed is om zich op zijn buffers te plaatsen wanneer de kooi de uiterste dienststand over de afstand, nodig om de noodeindschakelaar te doen functionneren, heeft overschreden. Artikel 22. De kooi- en tegengewichtge- leidingen moeten van staal, stijf en opgehangen zijn. Geleidingen. In bijzondere gevallen echter mogen gedrukte geleidingen worden gebruikt, mits hiervoor uit- drukkelijke toelating wordt gegeven door de be- voegde ambtenaren - aangewezen in artikel 38 en onder de voorwaarden die zij voorschrijven. — 785 ~ Les guidages sur fils ou sur cables sont interdits. - 23 Verify source ↗
Article 23
AI-assisted research summary: Deux dispositifs automatiques d’arrêt doivent être prévus pour empêcher la cabine de dépasser ses positions extrêmes.
Article 23. Fin de course. — Afin de prevenir tout depasse- ment par la cabine des positions de service extremes superieure et inferieure, il doit etre prevu deux dispositifs automatiques d’arret qui doivent fonc- tionner independamment l’un de l’autre pour sup- primer la force motrice et immobiliser la cabine a sfs positions extremes. Le fonctionnement d’un de ces dispositifs doit necessairement etre independant du systeme de la manoeuvre de la cabine. - 24 Verify source ↗
Article 24
AI-assisted research summary: Buffers are required for the cabin and counterweight, with oil or equivalent hydraulic buffers required above 2 m/s, and they must limit deceleration to 2 g under the specified test condition.
Article 24. Amortisseurs. ~ Des amortisseurs a ressort ou a l’huile doivent etre prevus tant pour la cabine que pour le contrepoids. Pour des vitesses de trans lation superieures a 2 m par seconde, seuls les amortisseurs a huile ou liquide equivalent peuvent etre utilises. Ces amortisseurs doivent pouvoir, a la vitesse de declenchement des dispositifs limitant la course, amortir la force vive de la cabine en pleine charge ou du contrepoids avec une deceleration maximum de 2 g. Voor de geleidingen mogen geen staaldraden of kabels worden gebruikt. Artikel 23. N oodeindschakelaar. — Ten einde te voorko men dat de kooi de hoogste en laagste stopplaatsen voorbijgaat, moeten er twee automatische stopin- richtingen zijn voorzien die onafhankelijk van el- kaar werken om de drijfkracht uit te schakelen en de kooi op zijn uiterste stopplaatsen tot stilstand te brengen. De werking van een dezer inrichtingen moet onafhankelijk zijn van het systeem voor het bestu- ren van de kooi. Artikel 24. Buffers. ■— Zowel voor de kooi als voor het tegengewicht moeten er verende oliebuffers voor zien zijn. Voor vervoersnelheden van meer dan 2 m per seconde mogen alleen oliebuffers of gelijk- waardige hydraulische buffers worden gebruikt. Zodra de stroom door de noodeindschakelaar wordt uitgeschakeld, moeten deze buffers de le- vende kracht van de volbelaste kooi of van het te gengewicht kunnen stuiten met een snelheidsver- mindering van ten hoogste 2 g. - 25 Verify source ↗
Article 25
AI-assisted research summary: A winch must have an automatic brake, and a manual device must be available to move the cabin in a controlled way for passenger rescue if the winch stops or loses power.
Article 25. Artikel 25. Frein. — Le treuil doit etre pourvu d’un frein dispose et construit de maniere a arreter automa- tiquement et immediatement le mouvement du treuil des que la force motrice fait defaut pour une raison quelconque. Un dispositif manuel approprie doit etre prevu afin de pouvoir effectuer un deplacement controle de la cabine en vue du sauvetage de passagers, lorsque le treuil est arrete pour une cause quel conque. Rem. — De trommel moet voorzien zijn van een rem, zodanig geplaatst en gebouwd dat hij de be- weging van de trommel automatisch en terstond doet ophouden zodra, om de een of andere reden, geen drijfkracht meer wordt toegevoerd. Een gepaste met de hand bediende inrichting moet voorzien zijn om de kooi onder controle te kunnen verplaatsen voor het redden van de passa- giers, wanneer de trommel om de een of andere reden tot stilstand is gekomen. - 26 Verify source ↗
Article 26
AI-assisted research summary: When objects and people are carried together in an elevator cabin, the total load must not exceed the indicated maximum; one person counts as 75 kg.
Article 26. Artikel 26. Transport d’objets. Lors du transport simul tane d’objets et de personnes dans une cabine d’as- censeur, la charge globale des objets et des per sonnes ne peut depasser la charge maximum in- diquee, le poids d’une personne etant compte pour 75 kg. Toutefois, le transport simultane d’objets et de personnes ne peut en aucune circonstance etre une source de danger pour celles-ci. Dans ce cas, le calage des charges roulantes est exige et realise au moyen de dispositifs adequats independants des freins propres dont la charge pourrait etre pourvup. - 27 Verify source ↗
Article 27
AI-assisted research summary: Elevator cabins must have an emergency stop switch and an audible alarm, and only strictly necessary controls may be left available to users.
Article 27. Organes de commande. —■ Il ne peut etre laisse a la disposition des usagers que les organes stric- tement necessaires pour actionner les appareils. Vervoer van voorwerpen. ■— Tijdens het gelijk- tijdig vervoeren van voorwerpen en personen in een liftkooi mag de globale belasting van voorwerpen en personen, de vermelde maximum- belasting niet overschrijden ; het gewicht van een persoon wordt beschouwd 75 kg te bedragen. Evenwel mag het gelijktijdig vervoeren van voorwerpen en personen in geen enkele omstandig- heid een oorzaak van gevaar voor deze laatsten zijn. In dit geval wordt geeist dat de wagens wor den vastgezet en z'ulks door middel van gepaste inrichtingen die onafhankelijk zijn van de eigenlijke remmen, waarvan de wagen zou kunnen voorzien zijn. Artikel 27. Bedieningsorganen. Enkel de organen welke volstrekt noodzakelijk zijn voor het in beweging brengen van de toestellen mogen ten dienste staan van de gebruikers. ~ 786 - A l'interieur d une cabine d’ascenseur doivent etre prevus, un interrupteur de secours permettant d’arreter la cabine en cas d'urgence et un signal d’alarme acoustique perceptible a l’exterieur. Les commandes de ces organes doivent etre placees a cote des dispositifs de commande de la cabine, mais etre independant d eux. A cote de ces organes doit etre affichee une instruction precisant la fagon de les utiliser et designant nommement, s’il y a lieu, le personnel prepose a la manoeuvre. Sauf les organes mentionnes ci-dessus, tous les elements d’un appareil et de son mecanisme ne doivent etre accessibles qu’au personnel qualifie qui en a la charge. Ils doivent etre construits, dis poses ou proteges de maniere a rendre impossible toute intervention fortuite. - 28 Verify source ↗
Article 28
AI-assisted research summary: The machine room must be built and arranged so maintenance staff can access and work safely, with adequate space, protection, ventilation, lighting, and restricted access.
Article 28. Salle de machine. —- Tous les elements d’un appareil et de son mecanisme doivent etre con struits ou proteges de maniere a etre accessibles sans danger ou difficulty pour le personnel charge de la verification, de l’entretien ou du graissage. L’acces a la salle des machines et, le cas echeant, a l’emplacement prevu pour les mecanismes de renvoi doivent etre possibles par des dispositifs fixes et appropries. La salle des machines doit etre suffisamment spacieuse pour ne pas entraver le travail de ce personnel par le manque de place, et la hauteur minimum entre plancher et plafond doit etre de 2 m. Les dispositions appropriees doivent y etre prises a l’effet de proteger ce personnel contre les contacts accidentels avec des pieces en mouvement rapiae et contre les chutes. La salle des machines doit etre construite en materiaux incombustibles ; une ventilation adequate doit y etre assuree et 1’eclairage electrique doit y etre installe. Les indications pour la manoeuvre de la cabine en cas de panne, ainsi qu’un schema de l’installation electrique, doivent etre affiches a l’interieur. La salle des machines et l’emplacement eventuel- lement prevu pour les mecanismes de renvoi doi vent etre interdit efficacement a toute personne qui n’y est pas autorisee par l’exploitant ou son pre pose. - 29
AI-assisted research summary: Electrically operated devices must meet specified safety conditions, including door locks, emergency controls, immediate shutdown on circuit interruption, and grounding of exposed metal parts.
Article 29.- Enclenchements. — Les apapreils actionnes elec triquement doivent satisfaire aux conditions spe- cifiees ci-apres. L’enclenchement prescrit par l’article 18 doit etre realise comme suit : Les portes palieres doivent etre munies d’un verrouillage mecanique et d’un contact de fermeture. En outre, en cas de manoeuvre exceptionnelle pour depannage urgent, une cle ou un outil special doit < In een liftkooi moet een noodschakelaar zijn aangebracht waarmede het mogelijk is de kooi in dringende gevallen tot stilstand te brengen, als ook een acoustisch alarmsignaal dat buiten de kooi waarneembaar is. De bedieningsvoorwerpen van deze organen moeten naast de bedieningsvoorwer pen van de kooi worden geplaatst, maar onafhan- kelijk van deze laatsten zijn. Naast deze organen moet een bericht voorkomen aangaande de gebruiksaanwijzing ; dit bericht wijst eventueel het personeel, dat is aangesteld voor de bediening, met name aan. Behalve de hierboven genoemde organen mogen alle elementen van een toestel en van zijn mecha nisme slechts toegankelijk zijn voor het geschoold personeel dat er mede is belast. Zij moeten derwij ze zijn gebouwd, geplaatst en beschermd dat elke toevallige tussenkomst onmogelijk wordt gemaakt. Artikel 28. Machinekamer. — Alle elementen van een toe stel en van zijn mechanisme moeten zodanig ge bouwd en beschermd zijn dat zij zonder gevaar of moeilijkheden toegankelijk zijn voor het personeel dat belast is met het nazicht, het onderhoud en de smering. De machinekamer en, bij voorkomend geval, de schijvenruimte moeten bereikbaar zijn door middel van vaste en gepaste inrichtingen. De machinekamer moet voldoende ruim zijn om het werk van dit personeel, door gebrek aan plaats, niet te hinderen en de minimumhoogte tussen de vloer en het plafond moet 2 m bedragen. Gepaste maatregelen dienen getroffen te worden om dit per soneel tegen toevallige aanrakingen met snel bewe- gende delen en tegen het vallen te beveiligen. De machinekamer moet van onbrandbaar mate riaal zijn gebouwd ; er dient gezorgd voor een ge paste ventilatie en voor een elektrische verlichtings- installatie. De aanwijzingen voor het besturen van de kooi in geval van defect, alsook een schema van de elektrische installatie moeten in de machine kamer voorkomen. De machinekamer en de eventuele schijvenruimte moeten uitsluitend voor hun doel bestemd blijven ; de toegang daartoe moet doeltreffend verboden worden aan al wie er niet is toegelaten door de exploitant of zijn aangestelde. Artikel 29. Inschakelingen. De elektrisch aangedreven toestellen moeten aan de hieronder vermelde eisen voldoen. De bij artikel 18 bepaalde inschakeling moet als volgt worden bewerkstelligd. De schachtdeuren moeten voorzien zijn van een mechanische grendeling en van een sluitingscon- tact. Bovendien moet, bij uitzonderlijke besturing voor het dringend weer op gang brengen van de 737 - permettre l’ouverture de la porte en l’absence de la cabine. La porte de la cabine doit etre munie d un con tact de fermeture. Le contract de fermeture doit constituer une condamnation electrique dont 1 ouverture arrete la cabine et rend sa mise en marche impossible. „ Le verrouillage mecanique doit fonctionner auto- matiquement, mais son degagement doit necessaire- ment se faire a 1 intervention d une manoeuvre voulue. Cette manoeuvre ne doit cependant pouvoir etre effectuee par les usagers que lorsque la ca- * bine se trouve immobilisee au niveau du palier correspondant. Le verrouillage doit en outre com mander un contact de verrouillage et doit etre rea lise de maniere a etre effectif avant la fermeture du contact de verrouillage et inversement. Le contact de verrouillage doit constituer une condamnation electrique comportant au moins un contact a arrachement dont l’ouverture rend tout deplacement de la cabine impossible et, inverse ment, dont l’ouverture est impossible pendant le d. placement de la cabine. Les contacts de fermeture et de verrouillage ne peuvent pas etre en parallele ; des dispositions voulues doivent empecher toute mise en parallele accidentelle. Les circuits des contacts de fermeture et de verrouillage doivent etre places dans des canalisations distinctes. kooi, een sleutel of een speciaal gereedschap het mogelijk maken de deur te openen ingeval er zich geen kooi achter bevindt. De kooideur moet voorzien zijn van een slui- tingscontact. Het sluitingscontact moet uit een veiligheidscon- tact bestaan dat, wanneer het wordt geopend, de kooi tot stilstand brengt en belet opnieuw in be- weging te komen. De mechanische grendeling moet automatisch werken, doch de ontgrendeling moet steeds geschie- den door middel van een gepast manoeuvre. Dit manoeuvre moet door de gebruikers enkel kunnen uitgevoerd worden wanneer de kooi stilstaat ter hoogte van de overeenstemmende stopplaats. De grendeling moet bovendien met een grendelcon- tact in verbinding staan en moet derwijze zijn be- werkstelligd dat het doelmatig weze voor de slui- ting van het grendelcontact en omgekeerd. Het grendelcontact moet met een veiligheidscon- tact functionneren, bestaande uit ten minste een mechanisch gedwongen elektrisch contact dat, wan neer het geopend wordt, de verplaatsing van de kooi onmogelijk maakt - en omgekeerd - en dat onmogelijk kan geopend warden tijdens de ver plaatsing van de kooi. De sluitings- en grendelcontacten mogen niet in parallel zijn aangebracht ; gepaste inrichtingen moeten beletten dat zij zich toevallig in parallel zouden plaatsen. De sluitings- en grendelketens moeten in verschillende leidingen worden geplaatst. Toute interruption du circuit des contacts de fermeture ou de verrouillage doit entrainer la mise hors tension immediate et absolue des moteurs et des freins, ou de partie de ceux-ci. En outre, la mise hors tension immediate et absolue du moteur et la fermeture des freins doivent etre assurees par un interrupteur fonctionnant en cas de mou de cable. Bij onderbreking van de stroomketen der slui tings- of grendelcontacten moeten de motoren en remmen, of onderdelen daarvan onmiddellijk en helemaal worden uitgeschakeld. Bovendien moeten de onmiddellijke en algehele uitschakeling van de motor en de sluiting van de remmen worden ver- zekerd door een schakelaar die functionneert in geval van kabelslapte. > Il doit etre prevu sur le toit de la cabine un in terrupteur general de manoeuvre annulant toute commande a partir de la cabine ou des paliers et un interrupteur de commande de montee et de descente. ► Op het kooidak moet een hoofdschakelaar voor het besturen zijn aangebracht die elke bedicning vanuit de kooi of vanaf de stopplaatsen ongedaan maakt, alsook een bedieningsschakelaar voor het stijgen en het dalen. Lorsque le moteur de l’appareil est susceptible de fonctionner en generatrice, les circuits doivent etre disposes de maniere telle que le courant pro- duit ne puisse influencer Taction des freins. Toute partie sous tension des organes de com mande ou de surete a la disposition des usagers doit etre enfermee et absolument inaccessible pour ceux-ci. Toutes les parties metalliques de l’appareil sus- ceptibles d’etre mises sous tension en cas de defaut Wanneer de motor van het toestel als generator kan functionneren, moeten de stroomketens zoda- nig geplaatst zijn dat de voortgebrachte stroom de werking van de remmen niet kan be'invloeden. Elke onder spanning staand onderdeel van de be- dienings- of veiligheidsorganen welke ten dienste staan van de gebruikers, moet ingesloten en vol- strekt ontoegankelijk zijn voor deze laatsten. Alle metalen onderdelen van het toestel, welke onder spanning kunnen gezet worden in geval van 7M ~ dans les circuits doivent etre reliees a la terre. Il en est de meme dans les condamnations electri- ques de toute piece metallique susceptible de mettre le contact en cour-circuit. Les cables de levage ne peuvent etre utilises pour la mise a la terre. defect, moeten geaard zijn. Hetzelfde geldt voor de metalen onderdelen van veiligheidscontacten welke het contact kunnen kortsluiten. De draag- kabels mogen niet als aardgeleiding worden ge bruikt. - 30 Verify source ↗
Article 30
AI-assisted research summary: Certain freight lifts used for loading and unloading must not have a control device inside the cabin, and some cabins need a safety parachute or support devices depending on their design and load.
Article 30. Monte-charge accessibles aux personnes unique- ment pour les operations de chargement et de dechargement. ■— Pour les monte-charge dont la cabine est accessible aux personnes pour les char- gements et dechargements et se deplace dans une gaine analogue a celle exigee pour les ascenseurs, les dispositions des articles 2, 3, 4, 12 alinea 1, 17, 18, 19 alineas 1 et 7, 20 alineas 2 et 3, 21, 22, 23, 25, 27 alineas 1 et 4, 28, 29 sauf l’alinea 4, sont applicbales. Aucun dispositif de commande de 1’appareil ne peut se trouver a l’interieur de la cabine. Lorsque la cuvette de la gaine est constitute par un plancher intermediate, la cabine doit etre munie d’un parachute repondant aux prescriptions du dernier alinea de l’article 19. La cabine d’un monte-charge non munie d’un parachute et prevue pour une charge d’un poids superieur a 500 kg doit etre supportee par des taquets ou autres dispositifs de securite pendant les chargements ou dechargements. - 31 Verify source ↗
Article 31
AI-assisted research summary: The building authorization required by the cited ordinance must be refused for any construction that does not meet the elevator/freight-lift shaft or machine-room requirements.
Article 31. Autorisation de batir. — A la date d’entree en vigueur de la presente ordonnance, l’autorisation de batir requise par l'ordonnance n° 127/6 du 15 juin 1913, telle que modifiee a ce jour, sera refusee pour toute construction qui n’aurait pas une gaine d’ascenseur ou de monte-charge conformc aux dispositions de l’article 17 ou qui n’aurait pas une salle de machine conforme aux dispositions de l’article 28 sauf l’alinea 1. CHAP1TRE IV. Dispositions generates. - 32 Verify source ↗
Article 32
AI-assisted research summary: The person who gives instructions for lifting operations must have the professional and physical abilities required for that role.
Article 32. Conduite. — Il est interdit de confier la ma noeuvre d’un engin de levage a quiconque ne pre sente pas les aptitudes professionnelles et physi ques normalement requises pour la conduite de cet engin. De meme, la personne chargee de donner les ordres et les indications pour les manoeuvres au conducteur d’un engin de levage doit presenter les aptitudes professionnelles et physiques normale ment requises a cet effet. - 33 Verify source ↗
Article 33
AI-assisted research summary: Lift equipment parts must be kept in safe working condition, defective parts must be removed from service, and chains/hooks may need annealing and recording in the inventory.
Article 33. Ent'retien. — Les divers organes des engins de levage doivent etre maintenus en tout temps en parfait etat d’entretien et de securite de fonctionne ment. Tout piece jugee mauvaise ou de solidite dou- teuse doit etre mise hors de service et eloignee, Artikel 30. Goederenliften welke enkel toegankelijk zijn voor personen tijdens het laden en het lossen. ~ De bepalingen van de artikelen 2, 3. 4, 12 alinea 1, 17, 18, 19 alinea’s 1 en 7, 20 alinea’s 2 en 3, 21, 22, 23, 25, 27 alinea’s 1 en 4, 28 en 29 behalve alinea 4, zijn toepasselijk op de goederenliften waarvan de kooi toegankelijk is voor personen tijdens het laden en het lossen, en die zich voort- bewegen in een zelfde schacht als deze vereist voor de personenliften. Geen enkel bedieningstoestel van het apparaat mag zich in de kooi bevinden. Wanneer de schachtput bestaat uit een tussen gelegen vloer, moet de kooi voorzien zijn van een vanginrichting die voldoet aan de bepalingen van artikel 19, laatste alinea. De kooi van een goederenlift die niet voorzien is van een vanginrichting en die gebouwd is om lasten groter dan 500 kg te dragen, moet door klampen of andere veiligheidsinrichtingen tijdens het lossen of het laden ondersteund worden. Artikel 31. Bouwvergunning. — Op de datum van inwer- kingtreding van deze ordonnantie, zal de bouw vergunning voorzien in ordonnantie nr. 127/6 van 15 juni 1913, zoals zij tot op heden werd gewijzigd, worden geweigerd voor elk gebouw waarin een schacht voor lift of goederenlift is aangebracht, die niet voldoet aan de bepalingen van artikel 17, of een machinekamer, die niet voldoet aan de bepa- lin van artikel 28, alinea 1 uitgezonderd. HOOFDSTUK IV. Algemene bepalingen. Artikel 32. Besturen. ■— Het is verboden het besturen van een hefwerktuig toe te vertrouwen aan al wie niet de beroeps- en lichamelijke geschiktheid bezit die normaal vereist is voor het besturen van dit tuig. Zo ook moet elke persoon die belast is met het geven van de bevelen en de aanwijzingen voor de manoeuvers aan de bestuurder van het hefwerktuig de fysische en beroepsbekwaamheid bezitten die daarvoor is vereist. Artikel 33. Onderhoud. — De verschillende organen van de hefwerktuigen moeten steeds goed onderhouden worden ; ook dient er voor gezorgd dat zij steeds veilig functionneren. Elk stuk dat als defect wordt beschouwd of waarvan de stevigheid onzeker is, dient buiten — 789 — de fa^on a ne pouvoir etre remployee dans letat ou elle se trouve. Les chaines, crochets et engins sixnilaires en usage pour 1 amarrage, le soulevement et le trans- • port de charges doivent etre recuits soigneusement quand il est a craindre que, notamment par suite de l’intensite et de la nature du travail accompli, la qualite du metal ait pu s alterer. Le recuit aura egalement lieu a la demande des agents visiteurs. Il doit etre tenu note des recuits dans l’inventaire mentionne a l’article 4. dienst gesteld en weggezet, zodat het niet meer op nieuw kan worden gebezigd, in de staat waarin het zich bevind. De kettingen, haken en dergelijke tuigen die tot het vastleggen, opheffen en het vervoeren van lasten worden gebruikt, dienen zorgvuldig uitge- gloeid indien er te vrezen valt dat, namelijk we- gens de intensiteit en de aard van het verrichte werk, de hoedanigheid van het metaal ontaarding heeft kunnen ondergaan. Het uitgloeien geschiedt ook op aanvraag van de agenten-onderzoekers. In de bij artikel 4 bepaalde inventaris wordt van de uitgloeiingen melding gemaakt. - 34 Verify source ↗
Article 34
AI-assisted research summary: Lifting equipment that can carry people or endanger people must be inspected before first use or reuse after modification, and it cannot be put into service unless the operator has the inspection report.
Article 34. Artikel 34. Controles. ~ Tout engin de levage pouvant etre occupe par des personnes ou dont les mouvements peuvent mettre des personnes en danger, doit etre examine avant la mise en service, ou avant la re mise en service apres transformation, par un agent remplissant les conditions fixees par l’article 39, a l’effet d’etablir : Nazicht. — Elk hefwerktuig dat door personen kan worden gebruikt of waarvan de bewegingen personen in gevaar kunnen brengen, moet, voordat het in dienst wordt gesteld of opnieuw in dienst wordt gesteld na ombouw, worden onderzocht door een beambte die aan de vereisten voldoet bepaald in artikel 39, om te doen blijken : a) qu’il est satisfait a toutes dispositions regle- a) dat al de reglementaire bepalingen betreffende mentaires interessant la securite ; b) qu’il n’existe pas de malfagon ; c) que le fonctionnement de 1’engin et de ses accessoires ne presente aucune cause de danger ; d) que 1’engin possede la stability prescrite et que toutes ses parties presentent une resis tance suffisante, par les essais statiques et de fonctionnement dont il est question ci- dessous. Lorsque cela s’avere necessaire, ces essais seront completes par tous procedes d’investigation et de controle supplementaires bases sur les regies de l’art en la matiere. L’engirj ne satisfait pas aux essais s’il en resulte une deformation permanente. La stability de 1’engin est consideree en defaut lorsque, 1’engin etant dans la position de moindre stability, un de ses points d’appui quitte la sur face portante. Pour les engins de levage autres que les ascen- seurs et les monte-charge les essais doivent etre effectues avec la charge maximum de service aug- mentee des surcharges suivantes : 50 % pour les essais statiques, 1’engin etant place dans les positions les plus defavorables ; 20 % pour les essais de fonctionnement, 1’engin etant essaye dans tous les mouvements de service. Toutefois, les surcharges imposees ci-dessus sont modifiees comme suit dans les cas suivants pour : 1° les engins de levage dont la charge maximum de service est : a) superieure a 20 tonnes et inferieure ou egale a 40 tonnes, la surcharge pour les essais de fonctionnement est reduite a 4 tonnes; de veiligheid zijn nageleefd ; b) dat er geen slechte afwerking bestaat ; c) dat de werking van het tuig en van de toe- behoren geen oorzaak van gevaar oplevert; d) dat het tuig de voorgeschreven stabiliteit be- zit en dat alle delen ervan een voldoende weerstandsvermogen hebben. Dit moet wor den bepaald door statische- en bedrijfsproeven waarvan verder sprake is. Indien nodig wor den deze proeven aangevuld met alle andere bijkomende controles of onderzoekingen ge- steund op de regels van de kunst ter zake. Het tuig voldoet niet aan de proeven, indien deze een blijvende vervorming veroorzaken. De stabiliteit van het tuig wordt niet voldoende geacht, indien een van zijn steunpunten van het draagvlak wordt gelicht, terwijl heV werktuig zich in de ongunstigste stand uit oogpunt van stabiliteit bevindt. Voor de hefwerktuigen, andere dan de liften en de goederenliften, moeten de proeven worden gedaan met de maximumlast in normale dienst, vermeer- derd met de volgende overbelastingen : 50 % voor de statische proeven. Het tuig dient te worden beproefd in de ongunstigste standen; 20 % voor de bedrijfsproeven in alle bewegin gen waarvoor het gebouwd is. Nochtans mogen de hierboven bepaalde overlas- ten worden gewijzigd in volgende gevallen en voor: 1° de hefwerktuigen met een maximumbedrijfs- belasting : a) groter dan 20 ton en gelijk aan of kleiner dan 40 ton. De overbelasting voor de be- drijfsproef wordt verminderd tot 4 ton ;• 74 I - 790 - b) superieure a 40 tonnes, la surcharge pour les essais de fonctionnement est reduite a 10 % ; 2° les grues mobiles sur voie de chemin de fer de force portante inferieure a 4 tonnes, la sur charge pour : a) les essais statiques est reduite a 33 % ; b) groter dan 40 ton. De overbelasting Voor de bedrijfsproef wordt verminderd tnt 10 % ; 2° de kranen met een bedrijfsbelasting kleiner dan 4 ton en die zich bewegen op een nor male spoorwegbaan. De overbelasting voor • a) de statische proeven wordt verminderd tot tot 33 % ; b) les essais de fonctionnement est reduite b) de bedrijfsproeven wordt verminderd tot a 10 % ; 10 % ; 3° les grues mobiles sur voie de chemin de fer de force portante egale ou superieure a 4 tonnes, la surcharge pour : a) les essais statiques est reduite a 25 %; 3" de kranen met een bedrijfsbelasting gelijk aan of groter dan 4 ton en die zich bewegen op een normale spoorwegbaan. De overbe lasting voor : a) de statische proeven wordt verminderd tot 25 % ; b) les essais de fonctionnement est reduite b) de bedrijfsproeven wordt verminderd tot a 10 % ; 10 % ; 4" les grues montees sur chenilles, sur pneuma- tiques ou sur camions, les pelles mecaniques, la surcharge pour : a) les essais statiques est reduite a 33 % ; 4° de rupskranen, autokranen of deze geplaatst op vrachtwagens en de mechanische schoppen. De overbelasting voor ; a) de statische proeven wordt verminderd tot tot 33 % ; b) les essais de fonctionnement est reduite b) de bedrijfsproeven wordt verminderd tot a 10%; 10 % ; 5° les petits portiqucs fixes, les portiques rou- lants et les ponts roulants qui sont deplaces manuellement, lorsque ces appareils com- portent un engin de levage mu mecanique- ment, la surcharge pour : 5” de kleine vaste laadbruggen, de beweegbare laadbruggen en de met de hand bewogen laadbruggen, indien deze apparaten met een mechanisch aangedreven hefwerktuig zijn uit gerust. De overbelasting voor : a) les essais statiques est reduite a 33 % ; a) de statische proeven wordt verminderd tot 33 % ; b) les essais de fonctionnement est reduite b) de bedrijfsproeven w’ordt verminderd tot a 10%; 6° les palans electriques d’une force maximum de 5 tonnes, la surcharge pour ; a) les essais statiques est reduite a 33 % ; 10 %; 6” de elektrisch aangedreven takels met een maximumbelasting van 5 ton. De overbelas ting voor : a) de statische proeven wordt verminderd tot 33 % ; b) les essais de fonctionnement est reduite b) de bedrijfsproeven wordt verminderd tot a 10 %. 10 %. Pour les ponts-roulants, l’examen doit s’etendre Voor de loopkranen moet ook de kraanbaan aux chemins de roulement. worden onderzocht. Pour les ascenseurs et les monte-charge les es sais statiques ne sont pas obligatoires, les essais de fonctionnement doivent etre effectues avec la charge maximum de service et comportent 10 mon tees et 10 descentes consecutives de l’appareil mo bile entre les positions de service extremes inferieure et superieure, le seul arret autorise entre chaque mouvement etant l’arret strictement necessaire pour la manoeuvre de l’inversion de la commande. Les engins vises au present article ne peuvent etre mis en service que lorsque l’exploitant est en possession du proces-verbal de cette visite prealable, dresse par l’agent visiteur, etablissant que l’engin peut fonctionner en toute securite. Ce proces- Voor de liften en de goederenliften zijn de sta tische proeven niet verplichtend. De bedrijfsproe ven moeten geschieden met de maximumdienstlast en bestaan uit 10 opeenvolgende opstijgingen en 10 dalingen van de lift en dit tussen de uiterste stopplaatsen en zonder dat er langere stilstanden zijn dan deze nodig tot het omschakelen van de beweging. De in dit artikel bedoelde tuigen mogen niet in dienst worden gesteld zonder dat de uitbater in het bezit is van een proces-verbaal over dit voor- onderzoek, door de beambte-onderzoeker opge- maakt, en waaruit blijkt dat het toestel volstrekt 791 — verbal doit etre tenu a la disposition des fonction- naires competents designes a 1'article 38. veilig kan worden gebruikt. Dit proces-verbaal moet ter beschikking worden gehouden van de in artikel 38 aangewezen bevoegde ambtenaren. - 35 Verify source ↗
Article 35
AI-assisted research summary: Les engins de levage visés par l’article précédent doivent être inspectés au moins tous les 12 months, with some safety parts checked at least every 6 months; elevators and similar equipment have additional checks every 3 months.
Article 35. Artikel 35. Periodicite des contrdles. — Les engins de le vage vises a 1’article precedent doivent faire fob- jet, au moins tous les douze mois, d’une visite detaillee complete, effectuee par un agent rem- plissant les conditions fixees par 1’article 39. Cette visite doit comporter notamment l’inspec- tion de la charpente, des mecanismes et accessoires divers et, eventuellement, des chemins de roulement. Les cables, chaines, crochets, tringles, poulies, palonniers, freins, limiteurs de course et autres organes interessant la securite, ainsi que toutes autres pieces servant a l’amarrage des charges faisant ou non partie de l’engin, pour autant qu’elles puissent constituer un danger pour les personnes, doivent etre verifies au moins tous les six mois. Toutefois, la periodicite de six mois imposee pour ces verifications peut etre modifiee par les fonctionnaires competents designes a 1’article 38 ■dans les limites indiquees ci-apres. Elie peut etre reduite et ramenee a 3 mois au minimum lorsque l’usage intensif de l’engin peut constituer un danger pour les personnes. Elie peut etre augmentee et portee a 12 mois au maximum lorsque l’engin est utilise par intermit- tence, pour autant que l’ensemble des periodes d’usage effectif ne depasse pas une periode d’usage regulier de six mois. Pcriodiciteit van de controles. — De hefwerk tuigen, waarvan sprake in voorgaand artikel, die nen ten minste om de twaalf maanden onderwor- pen aan een nauwkeurig en volledig onderzoek, uitgevoerd door een beambte die aan de in artikel 39 gestelde eisen voldoet. Dit onderzoek omvat namelijk het nazien van het geraamte, van de mechanismen en verschillen de toebehoren en, eventueel, van de rolbanen. De kabels, kettingen, haken, stangen .schijven, zwengels, remmen, noodeindschakelaars en andere om het even welke delen die voor de veiligheid van belang zijn, alsook alle andere stukken die nende tot het vastleggen van de lasten, welke al of niet deel uitmaken van het tuig, voor zover zij gevaar voor de personen opleveren, moeten ten minste om de zes maanden worden nagezien. Nochtans kan de periodiciteit van zes maanden, die voor dit nazien is opgelegd, worden gewijzigd door de bevoegde beambten, in artikel 38 aange wezen, en zulks bunnen de volgende bepaalde gren- zen. Zij kan verminderd et teruggebracht worden tot ten minste drie maanden, wanneer het inten- sief gebruik van het tuig gevaar voor personen kan opleveren. Zij kan vermeerderd en gebracht worden tot ten hoogste 12 maanden, wanneer het tuig bij tus- senpozen wordt gebruikt, voor zover de gezamen- lijke werkelijke gebruiksperioden niet meer bedra gen dan een regelmatige gebruiksperiode van zes maanden. En ce qui concerne les ascenseurs et engins assi- Wat betreft de personenliften en de daarmede miles : a) l’examen prescrit par les alineas 1 et 2 ci- dessus doit comprendre l’essai du fonctionne- ment du parachute ; b) les verification prescrites a l’alinea 3 ci-des- sus, doivent etre effectuees au moins tous les trois mois. S’ils le jugent utile, les agents visiteurs font ef- fectuer, tant avant la mise en service qu’en cours de service des essais sur les cables et chaines. Les agents visiteurs doivent demander le recuit des organes dont le metal aurait pu s’alterer, no tamment par suite de l’intensite ou de la nature du travail effectue. gelijkgestelde tuigen : a) moet het in de bovenstaande alinea’s 1 en 2 voorgeschreven jaarlijks onderzoek, de be- proeving van de werking van de vanginrich- ting omvatten ; b) moeten de in bovenstaande alinea 3 voorge schreven nazichten ten minste om de drie maanden geschieden. Zo zij het nuttig achten, laten de agenten-on- derzoekers zowel voor als tijdens de ingebruikstel- ling, kabels en kettingen, aan beproevingen on- derwerpen. De agenten-onderzoekers moeten het uitgloeien vragen van de organen waarvan het metaal ont- aardingen mocht ondergaan hebben, namelijk ten gevolge van de intensiteit of de aard van het verrichte werk. - 36 Verify source ↗
Article 36
AI-assisted research summary: After each inspection under article 35, the visitor must prepare a detailed report, give it to the operator, and keep the set of reports available for the competent official.
Article 36. Artikel 36. Rapport de visite. Toute visite effectuee en execution des. prescriptions de 1’article 35, donne lieu a la redaction par l’agent visiteur d’un rapport Voor elk onderzoek, verricht ter uitvoering van de voorschriften van artikel 35, dient de agent- onderzoeker een omstandig verslag op te maken - 792 - circonstancie de ses constatations et conclusions, ainsi que des mesures a prendre eventuellement pour assurer la securite. Outre la date de la visite et le nom de la personne qui y a procede, le rap port doit mentionner soit les caracteristiques prin- cipales de l’engin visite, soit une reference claire a fun des inventaires prevus a l’article 4. Dossier. — Ce rapport est remis a l’exploitant. Un dossier de l’ensemble des rapports successifs classes par ordre chronologique doit etre tenu en tout temps a la disposition du fonctionnaire com petent designe a l’article 38. - 37 Verify source ↗
Article 37
AI-assisted research summary: L’article fixe un délai de trois mois pour mettre en conformité les engins de levage en service, avec des exceptions pour certaines installations existantes ou en construction.
Article 37. Dispositions transitoires. L’installation et l'ex- ploitation de tout engin de levage en service doi vent etre rendues conformes aux prescriptions de la presente ordonnance dans une delai de trois inois a partir de la date de son entree en vigueur. Ne sont pas d’application aux installation en service a la date du 19 juin 1956, les prescriptions prevues au articles, a) 17 alineas 7 a 12 inclus, relatives a la hau teur de la gaine, b) 20, alinea 1, relatives a la distance minimum exigee entre la cabine, le contrepoids et la gaine, c) 28, alinea 3, relatives aux dimensions de la van zijn vaststellingen en gevoigtrekkingen aj, van de eventueel te treffen veiligheidsmaat’reqek Benevens de datum van het onderzoek en de van degene die daartoe is overgegaan nioetTr verslag hetzij de hoofdkenmerken van het onder zochte tuig vermelden, hetzij duidelijk verwijz^ naar een van de bij artikel 4 bepaalde inventariT sen. Dossier. - Dit verslag wordt aan de exploitant afgegeven. Een dossier van de gezamenlijke op eenvolgende verslagen, chronologisch gerangschikt moet te alien tijde ter beschikking worden gehou den van de in artikel 38 aangewezen bevoegde ambtenaar. Artikel 37. Overgangsbepalingen. — De installatie en de exploitatie van elk in gebruik zijnde hefwektuig moeten in overeenstemming worden gebracht met de voorschriften van deze ordonnantie, binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van de in- werkingtreding. Zijn niet toepasselijk op de installaties in dienst op 19 juni 1956, de bepalingen voorzien in de ar- tikelen : a) 17, alinea’s 7 tot en met 12, betreffende de’ hoogte van de schacht; b) 20, alinea 1, betreffende de minimumafstand vereist tussen de kooi, het tegengewicht en de schacht: c) 28, alinea 3, betreffende de afmetingen van de salle des machines. machinekamer. Il en est de meme pour les installations en cours de construction a la date d’entree en vigueur de la presente ordonnance et qu’il s’avererait difficile ou impossible de modifier. Hetzelfde geldt voor de installaties die in aan- bouw zijn op de datum van inwerkingtreding van deze ordonnantie en moeilijk of onmogelijk kun- nen veranderd worden. - 38 Verify source ↗
Article 38
AI-assisted research summary: The labor or mines engineers in charge of labor inspection are competent to check compliance, and the provincial governor (or delegated provincial economic affairs director) may grant deadlines or derogations if the designated officials give a favorable opinion.
Article 38. Fonctionnaires competents. — Sont competents pour le controle de l’execution des prescriptions de la presente ordonnance, les ingenieurs du Service du travail ou des mines charges de l’lnspection du travail. Derogations. — Sur avis favorable des fonction- naires designes ci-dessus, le gouverneur de pro vince ou, s’il est delegue a cet effet, le directeur provincial des Affaires economiques peut accorder, aux conditions qu’il determine, des delais ou de rogations aux prescriptions de la presente ordon nance. Les demandes de delai ou de derogation doivent etre motivees. - 39 Verify source ↗
Article 39
AI-assisted research summary: Inspectors may only perform the listed inspections if they belong to an approved organisation or have personal approval; approval can be withdrawn for serious misconduct.
Article 39. Agents visiteurs. — Pour etre habilites a effec- tuer les epreuves, controles, visites et examens prevus par la presente ordonnance, les agents visi teurs doivent soit faire partie du personnel d’un organisme agree par le gouverneur general en exe cution des dispositions de l’article 4 du decret du 16 mars 1950 instituant l’lnspection du travail, Artikel 38. Bevoegde ambtenaren. — De ingenieurs van de dienst van Arbeid of van de Mijndienst, belast met de Arbeidsinspectie, zijn bevoegd toezicht te hou- den op de naleving van de voorschriften van deze ordonnantie. Alwijkingen. — Na gunstig advies van de hier- » boven genoemde ambtenaren, mag de provinciale gouverneur of, indien hij daartoe is gemachtigd, de provinciale directeur van Economische Zaken, onder de voorwaarden die hij bepaalt, uitstel of afwijkingen van de voorschriften van deze ordon nantie verlenen. De aanvragen om uitstel of af- wijking moeten met redenen zijn omkleed. Artikel 39. Beambten-onderzoekers. ■— Om bevoegd te zijn voor de beproevingen, controles, onderzoekingen en nazichten, bepaald bij deze ordonnantie, moeten de beambten-onderzoekers hetzij deel uitmaken van het personeel van een door de gouverneur-generaai erkend organisme, in uitvoering van de bepalingen van artikel 4 van het decreet van 16 maart 1950» ~ 793 — soit etre agrees a titre personnel par le directeur du Service du travail du gouvernement general. Toutefois, 1’agreation est donnee par le directeur du Service des mines du gouvernement general en ce qui concerne les agents visiteurs exer^ant leur fonction dans les entreprises controlees par ce fonctionnaire et ce pour les engins de levage uti lises dans ces entreprises. Pour obtenir 1’agreation par le gouverneur gene ral l’organisme doit etre dirige effectivement par un ingenieur porteur d’un diplome d’ingenieur civil confere par une universite beige, et ayant fourni la preuve qu’il possede une pratique suffi- sante et dispose du materiel necessaire. Cet orga- nisme ou son directeur ne peuvent etre ni le con- seil technique du proprietaire des engins de levage, ni le constructeur ou le fournisseur de ceux-ci, ni l’agent de l’un d’eux. Ils ne peuvent faire le com merce ou le representation de ces appareils. Pour obtenir 1’agreation a titre personnel par le directeur du Service du travail ou par le direc teur du Service des mines, l’agent visiteur doit reunir les conditions ci-apres : a) presenter les qualites professionnelles et mo rales requises pour le bon accomplissement de la mission et posseder une pratique suffi- sante a cet effet; b) ne pas etre le constructeur ou le fournisseur d’engins de levage, ni l’agent de l’un d’eux, et ne pas faire le commerce, la representation, la reparation ou l’entretien de ces appareils ou d’accessoires de ceux-ci. Le directeur du Service du travail et le directeur du Service des mines du gouvernement general peuvent a tout moment, chacun en ce qui concerne les entreprises placees sous son contole, decider du retrait de 1’agreation a titre personnel, en cas de manquement grave de l’agent dans 1’accomplisse- ment de sa mission. tot instelling van de Arbeidsinspectie, hetzij ten persoonlijke litel zijn erkend door de directeur van de dienst voor Arbeid van het gouvernement-gene- raal. Evenwel erkent de directeur van de Mijndienst van het gouvernement-generaal de beambten- onder- zoekers die hun ambt uitoefenen in de ondernemin- gen welke door deze ambtenaar worden gecontro- leerd, en zulks voor de in deze ondernemingen ge- bruikte hefwerktuigen. Om de erkenning, door de gouverneur-generaal, te bekomen moet het organisme werkelijk worden bestuurd door een ingenieur, houder van een diplo ma van burgerlijk ingenieur door een Belgische universiteit uitgereikt, en die het bewijs geleverd heeft dat hij een voldoende praktijk bezit en dat hij over het nodige materieel beschikt. Dit orga nisme of zijn directeul mag noch de technische adviseur van de eigenaar der hefwerktuigen zijn, noch de bouwer of leverancier van deze hefwerk tuigen noch de agent van een van beiden. Zij mogen geen handel drijven in deze toestellen of als handelsvertegenwoordiger voor deze toestellen optreden. Om de erkenning door de directeur van de dienst van Arbeid of door de directeur van de Mijndienst onder persoonlijke titel te bekomen, moet de agent- onderzoeker de volgende voorwaarden vervullen : a) de beroeps- en morele hoedanigheden bezitten die vereist zijn om de opdracht tot een goed einde te brengen en daartoe een voldoende praktijk hebben ; b) niet de bouwer of leverancier zijn van hef werktuigen, noch de agent van een van beiden, en geen handel drijven in deze hef werktuigen of toebehoren, ze niet in de handel vertegenwoordigen, ze herstellen of ze onder- houden. De directeur van de dienst van Arbeid en de directeur van de Mijndienst van het gouverne ment-generaal kunnen te alien tijde, ieder wat betreft de onder zijn controle geplaatste onderne mingen, beslissen over de intrekking van de er kenning onder persoonlijke titel, in geval van grove tekortkoming van de agent in het volbrengen van zijn opdracht. - 40 Verify source ↗
Article 40
AI-assisted research summary: Competent officials may prohibit use of non-compliant lifting equipment, and prescribed measures must be carried out within the deadlines they set.
Article 40. Artikel 40. Surveillance. — Sans prejudice des sanctions prevues par l’article 41, les fonctionnaires compe- tents designes a l’article 38 peuvent interdire le fonctionnement de tout engin de levage dont l’in- stallation et l’exploitation ne sont pas conformes aux prescriptions de la presente ordonnance. Sans prejudice des poursuites engagees en appli cation de la presente ordonnance, les mesures pres erves par les fonctionnaires competents doivent etre executees dans les delais imposes par ceux-ci. Toezicht. Onverminderd de bij artikel 40 bepaalde straffen kunnen de in artikel 37 aange- wezen bevoegde ambtenaren het gebruik verbieden van elk werktuig waarvan de installatie en exploi- tatie niet in overeenstemming zijn met de voor- schriften van deze ordonnantie. Onverminderd de met toepassing van deze or donnantie ingestelde vervolgingen moeten de door de bevoegde ambtenaren voorgeschreven maatre gelen worden uitgevoerd binnen de termijnen door deze laatsten opgelegd. ' ' ' ■ » c ' . 4 ■ te <! JWTOkiH . J - 794 - - 41 Verify source ↗
Article 41
AI-assisted research summary: Breaches of this ordinance are punishable by up to one month of penal servitude, a 2,000 franc fine, or one of those penalties alone.
Article 41. Artikel 41 Les infractions aux dispositions de la presente ordonnance sont punies de peines qui n’excederont pas un mois de servitude penale et 2.000 francs d’amende ou de l’une de ces peines seulement. De inbreuken op de bepalingen van deze or donnantie worden gestraft met straffen die niet meer bedragen dan een maand strafdienst en met een geldboete van 2.000 frank, of met een van die straffen alleen. - 42 Verify source ↗
Article 42
AI-assisted research summary: This article repeals Ordinance No. 22/96 of 4 April 1956 on the installation and operation of lifting equipment.
Article 42. Artikel 42. L’ordonnance n° 22/96 du 4 avril 1956 portant reglement sur finstallation et fexploitation des engins de levage est abrogee. Ordonnantie nr. 22/96 van 4 april 1956 hou dende reglement op het installeren en het exploi teren van hefwerktuigen is opgeheven. - 43 Verify source ↗
Article 43
AI-assisted research summary: The ordinance takes effect on the date it is published in the administrative bulletin of Belgian Congo.
Article 43. w Artikel 43. La presente ordonnance entre en vigueur a la date de sa publication au Bulletin administratif du Congo beige. Deze ordonnantie treedt in werking op de datum van bekendmaking in het Bestuursblad van Bel gisch-Congo. Leopoldville, le 28 juin 1959. Leopoldstad, 28 juni 1959. CORNELIS. n 1 n. fo .-•>* .t o
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
ORDONNANCE N° 22/342 DU 28 JUIN 1959 PORTANT REGLEMENT SUR L’INSTALLATION ET L’EXPLOITATION DES ENGINS DE LEVAGE (CODES, P. 1082.)
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in