ORDONNANCE N° 94-400 DU 27 DECEMBRE 1955 RELATIVE A LA STATISTIQUE DES TRANSPORTS
This article defines terms used for the ordinance, including transport modes, vehicles, trains, distances, and transport statistics concepts.
AI-assisted research synopsis — verify against the official legal text below.
- Jurisdiction
- Rwanda
- Instrument
- Decree law
- Status
- Not in force
- Version
- Undated source snapshot
- Language
- fr
- Updated
- Official source
- View official record ↗
Statute overview
About this statute
This article defines terms used for the ordinance, including transport modes, vehicles, trains, distances, and transport statistics concepts. Certain listed commercial transports are excluded from the statistical information that must be provided. Most carriers covered by this ordinance do not have to provide the information required by Ordinance No. 94/304 on the annual census of main industrial activity characteristics; pipeline carriers are excluded from this exemption. Le Conseil Superieur des Statistiques, ou son comite restreint, doit etre consulte sur la presentation et la publication des resultats. Les informations sur les recettes et les depenses ne peuvent pas etre publiees par reseau; seuls des elements globaux et anonymes peuvent l’etre. Statistical section officials authorized by their head may inspect census-related enterprise accounting records without removing the documents.
Search within this statute
Search all stored provisions in this version.
Legal text
Provisions of ORDONNANCE N° 94-400 DU 27 DECEMBRE 1955 RELATIVE A LA STATISTIQUE DES TRANSPORTS
Showing 7 of 7
- 1 Verify source ↗
Article 1
AI-assisted research summary: This article defines terms used for the ordinance, including transport modes, vehicles, trains, distances, and transport statistics concepts.
Article 1. Pour l’application de la presente ordonnance, il est attribue aux expressions ci-apres la significa tion figurant a la suite de chacune d elies. Modes des transport. Quatre modes de transport sont vises par 1'or donnance : Les chemins de fer ; Les transports routiers ; La navigation interieure ; Les transports continus de marchandises en vrac par pipes-lines. Vehicules. Le terme « vehicule » est utilise, quel que soit le mode de transport, pour designer les objets mobiles effectivement utilises pour le transport des mar chandises et des personnes. Le mot «vehicule » s’applique done aussi bien au materiel moteur qu’au materiel remorque, e’est- a-dire aux locomotives, wagons, remorqueurs, cha- lands, bateaux, camions, etc. Vehicules hors service. Un vehicule est dit hors service lorsqu’il est retire de l’exploitation pour etre demoli ou vendu. Un vehicule en instance de reparation, e’est-a-dire un vehicule non utilise parce qu’il est en cours de reparation ou qu’il attend son tour dans le cadre d’un programme particulier de reparation, n’est pas considere comme hors service. Les vehicules hors service sont ex^us des statistiques- Belgisch-Congo ; Gelet op het besluit van de Regent van 1 Juli 1947 op de bestuursinrichting van de Kolonie, in- zonderheid artikel 11 ; Gelet op het decreet van 11 Maart 1948 waar- bij het Gouvernemcnt van de Kolonie gemachtigd wordt statistische onderzoekingen te doen en de Hoge Raad voor Koloniale Statistiek wordt inge- steld ; Gelet op de adviezen op 10 November 1955 uit- gebracht door de Hoge Raad voor Koloniale Sta tistiek zitting houdend in beperkt comite ; Herzien ordonnantie nr. 94/413 van 5 December 1952 betreffende de driemaandelijkse statistiek van het vervoer, Beveelt : Artikel 1. Voor de toepassing van deze ordonnantie wordt de betekenis van elk der onderstaande uitdrukkin- gen als volgt omschreven : Wijzen van vervoer. Vier wijzen van vervoer komen in deze ordon nantie voor : De spoorwegen ; Het vervoer langs de weg ; De binnenscheepvaart; Het doorlopend vervoer van losse goederen door buisleidingen, Voertuigen. Het woord «voertuig » wordt gebezigd, onge- acht de wijze van vervoer, om de beweeglijke voorwerpen aan te wijzen die werkelijk worden gebruikt voor het vervoer van goederen en perso- nen. Het woord «voertuig » is bijgevolg zowel toe- passelijk op het zelfbewegend materieel als op het voortgetrokken materieel, d.w.z. de locomotieven, wagons, sleepboten, aken, boten, vrachtwagens, enz... Buiten dienst gestelde voertuigen. Een voertuig wordt geacht buiten dienst te zijn, wanneer het buiten gebruik is gesteld om afgebro- ken of verkocht te worden. Een voertuig in repa ratie, d.w.z. een voertuig dat niet gebruikt wordt omdat men bezig is het te herstellen of omdat het zijn beurt afwacht in het raam van een bijzonder herstellingsprogramma, wordt niet beschouwd als zijnde buiten dienst gesteld. De buiten dienst ge stelde voertuigen komen niet in aanmerking in de statistieken. 0 ;Qt 11M Hie. »u- ar. :i9d de en nit. Sta. iflber van )rdt an- ]- 3e- jke len so- :oc- het ’en, :ns, ajn io* het der ak P de 19 Locomotive. Les locomotives sont des engins moteurs soit a force motrice et a moteur, soit a moteur seul (par exemple les locomotives electriques) destines exclu- sivement a se transporter eux-memes et a remcr- quer d’autres vehicules. \ Train. Un train est en convoi compose d une locomot ive ou plus, remorquant, sur une ligne de chemin de fer, en dehors des gares et des ports, un ou plu- sieurs vehicules vides ou transportant des voya- geurs ou des marchandises taxes ou transports pour les besoins du service. Pour les besoins de cette definition, un automo- teur est considere comme un train. Automoteurs. Les automoteurs sont des locomotives disposees pour le transport des voyageurs et des marchan dises. Chalands sans propulsion mecanique. Bateaux transportant des passagers ou des mar chandises sans force motrice propre, se deplagant au moyen d’un agent situe a l’exterieur du bateau, ou a la voile. Bateaux de charge a propulsion mecanique. Bateaux transportant des marchandises, avec force mortice propre, y compris les chalands auto moteurs. Remorqueurs. Bateaux avec force motrice propre adaptee a la traction ou a la poussee de chalands ou de ra- deaux, mais non au transport des marchandises. Locomotieven. Le locomotieven zijn voortbewegingswerktuigen hetzij met stoom- en motorische drijfkracht, hetzij met motorische drijfkracht alleen (bijvoorbeeld de electrische locomotieven) die uitsluitend dienen om zich zelf voort te bewegen of om andere voertui- gen voort te trekken. Trein. Een trein is een konvooi bestaande uit een of meer locomotieven die op een spoorweglijn, buiten de stations en de havens, een of meer ledige voer- tuigen voorttrekken of die reizigers of goederen vervoeren tegen vergoeding of ze vervoeren voor de behoeften van de dienst. Ter wille van deze definitie wordt een zelfbewegend spoorrijtuig als trein aangezien. Zelfbewegende spoorrijtuigen. De zelfbewegende spoorrijtuigen zijn locomotie ven die zijn ingericht tot het vervoer van reizigers en goederen. Aken zonder mechanische voortdrijving. Boten die zonder eigen drijfkracht passagiers of goederen vervoeren en zich verplaatsen door mid- del van een werkende kracht die zich buiten de boot bevindt, of door middel van een zeil. Vrachtboten met mechanische voortdrijving. Boten die goederen vervoeren, met eigen drijf kracht, de zelfbewegende aken daaronder begre- pen. Sleepboten. Boten met eigen drijfkracht die ingericht zijn voor het voorttrekken of voortstuwen van aken of vlotten, doch niet voor het vervoer van goe deren. Bateaux mixtes. Gemengde boten. Bateaux transportant des marchandises et des Boten die met eigen drijfkracht goederen en voyageurs avec force motrice propre. reizigers vervoeren. Voitures. Automobielen. Vehicules routiers automobiles destines au trans port des voyageurs et dont le nombre de places est inferieur a huit. Zelfbewegende voertuigen voor de weg, bestemd voor het vervoer van reizigers, waarvan het aan- tal plaatscn minder dan acht bedraagt. Autobus ou autocars. Autobus of autocar. Vehicules routiers automobiles destines au trans port des voyageurs et dont le nombre de places est superieur a sept. Zelfbewegende voertuigen voor de weg, be stemd voor het vervoer van reizigers, waarvan het aantal plaatsen meer dan zeven bedraagt. Camions. Vehicules routiers automobiles qui ne sont pas destines principalement aux transports des voya geurs et qui ont leur propre force motrice, y com pris les tracteurs avec semi-remorques. Remorques. Vehicules routiers sans force motrice propre destines a etre remorques par un autobus, un ca mion ou un tracteur routier. Lorsque les effectifs comptent plus de remorques pour tracteurs avec semi-remorques que de tracteurs, les semi-remorques de surplus seront comptees comme remorques. Vrachtwagens. Zelfbewegende voertuigen voor de weg, die niet noodzakelijk zijn bestemd voor het vervoer van reizigers en die hun eigen drijfkracht hebben, met inbegrip van de tractoren met opleggers. Aanhangwagens. Voertuigen voor de weg zonder eigen drijf kracht, bestemd om voortgetrokken te worden door een autobus, een vrachtwagen of een tractor voor de weg. Wanneer de voertuigen bestaan uit meer aanhangwagens voor tractoren met opleggers dan tractoren, worden de opleggers daarboven voor aanhangwagens gerekend. i t Transport. 20 i Le terme \\ transport » designc le mouvement des marchandises et des personnes et non lc mouvement des vehieules. Transports commerciaux. Les transports commerciaux comprcnnent tous les transports, quelle que soit la nature juridique ou commerciale des relations qui existent soit cntre le transporteur et la personne transportee, soit entre le transporteur et le proprietaire des marchandises transportees. Ils ne comprcnnent pas les transports speciaux ct les mouvements de combustibles et de carburants et d'approvisionnements par le vehicule dans lequel ils sont consommes. En ce qui concerne les pipe-lines, seules les lignes principales servant au transport du lubrifiant et du carburant doivent figurer dans les statistiques ; il y a lieu d’exclure les lignes secondaires de col lection et de distribution ainsi que le transport de marchandises destinees a la machinerie ou au net- toyage du pipe-line. Transports speciaux. Ils comprennent : a) Les transports pour les besoins du service. — Ce sont les mouvements de personnes ou de marchandises autres que le combustible, le carbu rant ou approvisionnements des vehieules sur les- quels ils sont consommes, effectues par un trans porteur pour ses besoins techniques, que ces mou vements produisent ou non des recettes comptables. b) Les transports administratifs. — Ce sont les transports de marchandises ou de personnes par un vehicule de l’Etat ou par un vehicule servant a l’entretien des moyens de transports eux-memes, pourvu que les transports soient uniquement des tines au service administratif auquel appartient le vehicule. Vervoer. Onder het woord « vervoer» wordt verstaan het verkeer van de goederen en van de personen cn niet het verkeer van de voertuigen. Handelsvervoer. Het handelsvervoer omvat al het vervoer, welke ook de juridische of commerciele aard zij van de betrekkingen die bestaan hetzij tussen de vervoer- der en de vervoerde persoon, hetzij tussen de ver- voerder en de eigenaar van de vervoerde goederen. Het omvat niet het bijzonder vervoer en het verkeer van brandstoffen, bedrijfsstoffen en voor- raden door het vervoermiddel waarin ze worden verbruikt. Wat betreft de buisleidingen, moeten enkel de hoofdleidingen die dienen tot het vervoer van de smeermiddelen of van de bedrijfsstoffen in de sta- tistieken voorkomen; hieronder mogen niet be- grepen zijn de bijleidingen voor het verzamelen en het verdelen alsmede het vervoer van de goe deren die bestemd zijn voor de machines en c reiniging van de buisleiding. Bijzonder vervoer. Het omvat : a) Het vervoer voor de dienstbehoeften. — Het is het verkeer van de personen of van andere goe deren dan brandstoffen, bedrijfsstoffen of voor- raden van de voertuigen waarin zij worden ver bruikt, dat verzekerd wordt door een vervoerder voor zijn technische behoeften, onverschillig of dit ' verkeer al dan niet geld opbrengt. b) Overheidsvervoer. — Het is het vervoer van goederen of personen door een voertuig van de Staat of door een voertuig dat dient tot het on- derhoud van de vervoermiddelen zelf, op voor- waarde dat het vervoer enkel bestemd weze voor de overheidsdienst waaraan het voertuig behoort. Distance. Afstand. La distance est definie comme suit : Dans le cas de transports comportant recette, la distance doit etre celle sur laquelle est etabli le tarif. Dans les autres cas, elle doit etre la longueur de l’itineraire normalement suivi entre le point d’ori- gine et le point de destination. Poids brut. . Le poids brut comprend le poids des marchan dises et de leur emballage, a condition que celui-ci ne fasse pas partie du vehicule qui les transporte. Lc poids des containers agrees et charges n’est pas inclus dans le poids brut des marchandises. Phases des operations de transport, a) Marchandises chargees. — Une quantite de marchandises est dite chargee si elle est placee De afstand is als volgt omschreven : In geval van vervoer tegen vergoeding, moet de afstand die zijn waarvoor het tarief is vastgesteld. In de andere gevallen, moet hij de lengte zijn van de normale weg die gevolgd wordt tussen het vertrekpunt en het punt van bestemming. Bruto-gewicht. Het bruto-gewicht omvat het gewicht van de goederen en van hun verpakking, op voorwaarde dat de verpakking geen deel uitmaakt van het voertuig dat ze vervoert. Het gewicht van de erkende en geladen con tainers is niet in het bruto-gewicht van de goede ren inbegrepen. Stadia van de vervoerverrichtingen. a) Geladen goederen. — Een hoeveelheid goe deren wordt als geladen beschouwd indien zij sur un vehicule aux fins d’expedition. Il faut ex- clure le transbordement d’un vehicule a un autre appartenant au meme mode de transport. On com- prendra cependant les chargements dans les entre pots. (La reception d’un vehicule charge au pas sage d une frontiere ou a la limite de deux reseaux n’est pas consideree comme un chargement.) d. it. b) Marchandises dechargees. ■— Une quantite de marchandises est dite dechargee si elle est retiree d’un vehicule apres expedition. Les transbordements d’un vehicule a un autre ne seront pas comptes ou le seront selon que ces vehicules appartiennent ou non au meme mode de transport. Le decharge- ment de marchandises par suite de dommages subis par le vehicule doit etre exclu. On comprendra, par contre, les dechargements dans les entrepots. (On ne considerera pas l’expedition au dela de la frontiere ou de la limite du reseau d’un vehicule charge comme un dechargement.) c) Marchandises entrees chargees. — Une quan tite de marchandises est dite entree chargee sur un reseau A si, apres avoir ete chargee sur un vehicule sur un autre reseau B. elle entre sur le reseau A sur ce vehicule. d) Marchandises sorties chargees. — Une quan tite de marchandises est dite sortie chargee d’un reseau A si, apres avoir ete chargee sur un vehi cule sur ce reseau A ou apres etre entree chargee sur un vehicule sur ce reseau A, elle en sort sur ce vehicule. e) Marchandises transportees. — On dit qu’une • quantite de marchandises a ete transportee par un transporteur A a I’aide d’un mode de transport F lorque les conditions qui suivent sont remplies : 1° Elle a £te chargee par F sur le reseau de A ou est entree chargee par F sur le reseau de A; 2° Elle est transportee par F sur le reseau de A ; 3° Elle a ete dechargee par F en un point du reseau de A ou transportee par F en dehors du reseau de A. I f) Marchandises tonnes-kilometres. — On dit , qu une tonne-kilometre est transportee lorsqu’une tonne metrique brute de marchandises est trans portee sur une distance d’un kilometre. Dans le calcul des tonnes-kilometres transportees pendant une periode donnee par un transporteur determine, on prend les marchandises qui sont comptabilisees pendant la periode donnee dans les ecritures du transporteur determine. geplaatst is op een voertuig met het oog op de verzending. Hieronder mag niet worden verstaan de overlading van een voertuig naar een ander behorend tot dezelfde wijze van vervoer. Evenwel zijn de ladingen in de entrepots hieronder begre- pen. (De inontvangstneming van een geladen voer- tuig aan de overgang van een grens of aan het ontmoetingspunt van twee netten wordt niet als lading beschouwd.) b) Ontladen goederen. — Een hoeveelheid goe- deren wordt als ontladen beschouwd indien zij uit een voertuig wordt gehaald na de verzending. De overladingen van een voertuig naar een ander, komen al dan niet in aanmerking naargelang deze voertuigen al dan niet behoren tot dezelfde wijze van vervoer. De ontlading van goederen ten gevolge van schade geleden door het voertuig mag niet in aanmerking komen. Daarentegen ko men de ontladingen in de entrepots in aanmerking. (De verzending van een geladen voertuig tot bui- ten de grens of verder dan het eindpunt van een net wordt niet als ontlading aangezien.) c) Geladen binnengekomen goederen. — Een hoeveelheid goederen wordt beschouwd als gela den binnengekomen op een net A, indien zij, na geladen te zijn op een voertuig op een net B, bin- nenkomt op het net A op dit voertuig. d) Geladen buitengegane goederen. — Een hoe veelheid goederen wordt beschouwd als geladen een net A verlaten te hebben, indien zij, na gela den te zijn op een voertuig op dit net A, of na geladen binnengekomen te zijn op een voertuig op dit net A, zij het net op dit voertuig verlaat. e) Vervoerde goederen. — Men zegt dat een hoeveelheid goederen is vervoerd geworden door een vervoerder A met behulp van een wijze van vervoer F, wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld : 1° Zij Is geladen geworden door F op het net van A. of is door F geladen op het net van A binnengekomen ; 2° Zij is vervoerd geworden door F op het net van A ; 3° Zij is ontladen geworden door F op een punt van het net van A of vervoerd door F buiten het net van A. I) Tonkilometergoederen. — Men zegt dat een tonkilometer is vervoerd, wanneer een bruto-me- trieke ton goederen is vervoerd over een afstand van een kilometer. Bij de berekening van de ton- kilometers door een bepaalde vervoerder vervoerd tijdens een gegeven periode, neemt men de goe deren die tijdens de gegeven periode in de boeken van de bepaalde vervoerder zijn opgenomen. Pour obtenir les tonnes-kilometres transportees par pipe-lines, il y a lieu de multiplier la distance Om de door buisleidingen vervoerde tonkilo- meters te bekomen, dient men de langs de buislei- / 22 mesuree le long du pipe-line par le poids des mar chandises qui poureourent cette distance. p) Voyageurs kilometres. — On dit qu’un voya geur kilometre est transports lorsqu’un voyageur est transports sur line distance d un kilometre. On traitera les voyageurs empietant sur deux periodes selon la meme methode que les tonnes-kilometres. /j) Train-kilometres. — On dit qu’un train-kilo metre a circule lorsqu’un train s’est deplace sur line distance d’un kilometre. On traitera les trains empietant sur deux periodes selon la meme me thode que les tonnes-kilometres. Pour les trains affectes a des transports pour les besoins du service on a des transports administra- tifs, a defaut de kilometrage reellement effectue. le kilometrage pent se calculer fictivement en multi- pliant le nombre d’heures de circulation reelle par 13 km. Definitions relatives aux transports par eau. Mer. a) La mer est une etendue navigable d’eau salee reliee par de l’eau salee a 1’un des cinq grands oceans du monde. b) Les voies navigables autres que la mer sont appelees voies navigables interieures. Ports. c) On appellera port le point ou des marchan- dises ou des passagers sont charges de terre sur un navire ou decharges d’un navire a terre ou transbordes d’un bateau appartenant a un mode de transport a un bateau appartenant a un autre mode de transport. Le mot « port» tel qu’il est employe ici s’applique a tous les lieux de charge- ment ou de dechargement, meme s’ils ne sont pas specialement pourvus de guais ou autres installa tions. d) Voyage par mer. — On dira qu’une personne ou un lot de marchandises ont voyage par mer si une partie au moins du voyage de chacun des bateaux sur lesquels les marchandises ou la per sonne ont ete transportees s’est fait par mer. On considerera le transbordement d’un navire de haute mer a un bateau qui transporte des marchandises ou des personnes sur les voies publiques interieures comme terminant un voyage et en commencant un autre. ding gemeten afstand te vermenigvuldigen met het gcwicht van de goederen die deze afstand af- leggen. g) Reizigerskilometers. — Men zegt dat eea I reizigerskilometer is vervoerd, wanneer een reizi- I ger vervoerd wordt over een afstand van een kilo. I meter. Men zal de reizigers, wier reis over twee perioden loopt, behandelen volgens dezelfde me thode als de tonkilometers. h) Treinkilometers. ■— Men zegt dat er een treinkilometer is gereden, wanneer een trein zich over een afstand van een kilometer heeft ver- plaatst. Men zal de treinen waarvan de reis over twee perioden loopt, behandelen volgens dezelfde methode als de tonkilometers. Voor de treinen die bestemd zijn voor vervoer voor behoeften van de dienst of voor overheids- vervoer, kan het aantal kilometers, indien de wer- kelijk afgelegde kilometers niet zijn gekend, fictief worden berekend door het getal uren werkelijk verkeer met 13 km te vermenigvuldigen. Omschrijvingen betreffende het vervoer te water. Zee. a) De zee is een oppervlakte bevaarbaar zout- water verbonden met een van de vijf grote ocea- nen van de wereld. h) De andere waterwegen dan de zee worden binnenwaterwegen geheten. Havens. c) Onder haven wordt verstaan, het punt waar goederen of passagiers van land op een schip wor den gebracht of van een schip aan land worden gebracht of overgebracht van een boot behorende tot een wijze van vervoer naar een boot behoren de tot een andere wijze van vervoer. Het woord «haven», zoals het hier wordt gebezigd, is van toepassing op al de laad- of ontladingsplaatsen, zelfs indien ze niet speciaal zijn voorzien van kaaien of andere installaties. d) Reis ter zee. — Men zal zeggen dat een persoon of een partij goederen ter zee hebben ge- reisd, indien een gedeelte ten minste van de reis van elk der schepen waarop de goederen of de persoon zijn vervoerd geworden, ter zee heeft plaats gehad. Men zal de overlading van een zeeschip op een boot die goederen of personen vervoert op de binnenwaterwegen beschouwen als het einde van een reis en als het begin van een andere reis. Capacite de transport. Vervoercapaciteit. La capacite de transport d’un pare de vehicules est la somme des capacites, telles qu’elles sont defi- nies ci-dessous, des vehicules qui composent le pare. a) Vehicules a voyageurs. — Le nombre de places d’un vehicule a voyageurs est le nombre de j De vervoercapaciteit van een voertuigenpark is de som van de capaciteiten zoals zij hieronder zijn omschreven, van de voertuigen die het park vor- men. a) Reizigersvoertuigen. — Het aantal plaatsen van een reizigersvoertuig is het aantal plaatsen of - 23 - sieges ou de couchettes qu’il comprend lorsqu’il est utilise aux fins auxquelles il etait initialement des tine. Si des espaces speciaux autres que les cou loirs et les espaces entre les sieges sont prevus pour le voyageurs debout, on ajoutera le nombre de places correspondant a ces espaces. b) Vehicules a marchandises. — La capacite de charge pour les marchandises d un vehicule a marchandises est sa capacite de charge declaree. Lorqu’elle est exprimee en unites autres que la tonne-poids, on la convertira en tonnes-poids, au moyen du poids specifique des marchandises aux quelles le vehicule est destine ou des marchandises qu’on estime pouvoir y etre habituellement trans- portees. c) Vehicules mixtes. — Pour determiner la ca pacite totale d’un groupe de vehicules, on tiendra compte, a la fois, du nombre de places et de la capacite de charge pour les marchandises des vehi cules mixtes. d) Puissance. — La puissance d’un pare de vehi cules est la somme, pour tous les vehicules con- stituant le pare, des puissances de chaque vehi cule. On exprimera cette puissance en chevaux- vapeur metriques ; cette unite de puissance equivaut a 75 kilogram-metres par seconde. La puissance doit etre exprimee en chevaux-vapeur au frein ou sur l’arbre. Longueur des Iignes a la fin de l’exercice. A. Reseau ferre : La longueur des Iignes a la fin de l’exercice est la somme des longueur de toutes les sections pourvues de voies principales qui en- trent en compte pour le calcul du capital du pre mier etablissement. Les longueurs des sections sont mesurees dans l’axe de la section, de milieu a milieu des bati- ments a voyageurs des stations ou des batiments de service correspondants qui sont designes dans les tarifs corame des points independants de depart ou d’arriv£e pour le transport des voyageurs ou des marchandises. Si la limite du reseau est situee en pleine voie, la longueur de la section est mesuree jusqu’a ce point. Dans les stations de raccordement, si les voies principales d’une ligne n’atteignent pas le milieu des batiments de la station, soit qu’elles se terminent auparavent en cul-de-sac soit qu’elles se racordent auparavant avec les voies principales de 1 autre ligne, la longueur de la premiere ligne est neanmoins comptee jusqu’au milieu du bati- ment de la station. Le tronc commun a deux Iignes se raccordent en pleine voie est compte une seule fois jusqu’a la pointe de l’aiguille de raccordement; si, cependant, il y existe des voies exclusivemenfc affectees a 1’une kooien dat het bevat, wanneer het gebruikt wordt voor de doeleinden waartoe het aanvankelijk was bestemd. Indien er andere speciale ruimten dan de gangen en de ruimten tussen de zitplaatsen zijn voorzien voor de rechtstaande reizigers, dient men het aantal plaatsen dat met deze ruimten overeen- stemt toe te voegen. b) Goederenvoertuigen. — De laadcapaciteit voor de goederen van een goederenvoertuig is de aangegeven laadcapaciteit. Indien zij in andere eenheden dan het tongewicht wordt uitgedrukt, zal men haar omzetten in ton-gewichten door middel van het specifiek gewicht van de goederen waar- voor het voertuig is bestemd of van de goederen waarvan men meent dat ze daarop gewoonlijk kunnen vervoerd worden. c) Gemengde voertuigen. — Om de totale ca- paciteit van een groep voertuigen te bepalen, zal men tegelijkertijd rekening houden met het aantal plaatsen en met de laadcapaciteit voor de goe deren van de gemengde voertuigen. d) Arbeidsvermogen. —- Het arbeidsvermogen van een voertuigenpark is de som, voor al de voertuigen die het park vormen, van de arbeids- vermogens van elk voertuig. Men zal deze ar- beidskracht uitdrukken in metrieke paardekrach- ten ; deze eenheid van arbeidsvermogen heeft een gelijke waarde als 75 kilogrammeter per seconde. Het arbeidsvermogen moet uitgedrukt worden in paardekracht op de rem of op de as. Lengte van de lijnen aan het einde van het dienstjaar. A. Spoorwegnet : De lengte van de spoorlijnen aan het einde van het dienstjaar, is de som van de lengten van alle secties voorzien van hoofd sporen welke voor de berekening van het oprich- tingskapitaal in aanmerking komen. De lengten van de secties worden gemeten in de as van de sectie, vanaf het midden tot het midden van de stationsgebouwen bestemd voor reizigers of van de overeenstemmende dienstgebou- wen welke in de tarieven als onafhankelijke pun- ten van vertrek of aankomst voor het personen- of goederenvervoer zijn vermeld. Indien de grens van het net zich op het voile spoor bevindt, wordt de lengte van de sectie ge meten tot dit punt. Indien de hoofdsporen van een lijn, in de verbindingsstations, niet tot midden voor de stationsgebouwen komen, hetzij omdat zij doodlopen vooraleer de gebouwen te bereiken, het zij omdat zij zich reeds voor dit punt met de hoofdsporen van een andere lijn verbinden, wordt de lengte van de eerste lijn nochtans tot midden voor het stationsgebouw gerekend. Het gemeenschappelijk stuk van twee lijnen die zich in vol spoor verbinden, wordt slechts een- maal gerekend tot aan de top van de verbindings- Wi&Bel} Ittdien er eebter sporen bestaan die nit* dcs lignes, lc tronc comnmn cst compte deux fois. - 24 Les parties du corps da la voie sur lesquelles il n y a pas de voies principales, ainsi que les lon gueurs franchies par bateaux sur les fleuves et les lacs, ne sont pas comptees. Les sections niises hors d’exploitation ne sont dcduites que si linterruption est permanentc, c’cst- a-drie si elles ne sont plus conservees en etat d’exploitation ct si elles restent hors de compte dans le calcul du capital de premier etablissement. Il est tenu compte des interruptions provisoires dans le calcul de la longueur moyenne exploitee. B. Reseau des voies navigables interieures : La longueur d un reseau de voies navigables interieures, dans le cas de transports comportant recette, est celle sur laquelle cst etabli le tarif. Dans les autres cas, elle correspond a la longueur de l’itineraire normalcment suivi entre le point d'ori- gine et le point de destination. C. Reseau routier : La definition de la longueur du reseau est iden- tique ef celle adoptee pour le reseau de voies na vigables interieures. sluitend voor £en van de lijnen bestemd zijn, wordt het gemeenschappelijk stuk tweemaal ge- rekend. De gedeelten van de spoorweg waarop er geen hoofdsporen zijn, alsinede de lengten van de scheepvaartlijnen op de stromcn en meren, worden niet medegerekend. De secties die buiten bedrijf zijn gesteld, wor- den slechts afgetrokken indien de onderbreking per manent is, d.w.z. indien zij niet meer in staat van exploitatie worden gehouden en niet meer voor de berekening van het oprichtingskapitaal in aanmer king komen. Met de voorlopige onderbrekingen wordt bij de berekening van de gemiddelde geex- ploiteerde lengte rekening gehouden. B. Net van de binnenwaterwegen : De lengte van een net der binnenwaterwegen is, in geval van vervoer tegen betaling, die waarop het tarief is vastgesteld. In de andere gevallen komt zij overeen met de lengte van de normale vaarweg gevolgd tussen het punt vanvertrek en het punt van bestemming. C. Wegennet : De omschrijving van de lengte van dit net is dezelfde als die gebruikt voor het net van de bin nenwaterwegen. Longueur moyenne des lignes exploitees. Gemiddelde lengte van de geexploiteerde lijnen. La longueur moyenne exploitee d’un reseau ferre De gemiddelde geexploiteerde lengte van een s’obtient : spoorwegnet wordt bekomen : 1° En ajoutant a la longueur des lignes a la fin 1° Door aan de lengte van de lijnen aan het de 1’exercice : a) Les longueurs dcs sections co-exploitees (c’est-a-dire parcourues par les trains regu- liers de deux administrations, les revenus et les charges de la section etant portages entre les deux administrations) ; b) Les longueurs des lignes ou sections qui n’en- trent pas en compte pour le calcul du capital de premier etablissement, mais pour lesquel les des recettes sont encaissees pour le trafic (a l’exclusion de toutes redevances forfai- taires fixes prevues par contrat). 2° En retranchant, de la longueur des lignes a la fin de 1’exercice, les longueurs des lignes ou sections de lignes qui entrent en compte pour le calcul du capital de premier etablissement, mais pour lesquelles des recettes du trafic ne sont pas encaissees. Les sections mises en exploitation ou hors d’ex- ploitatoin en cours d’annee, ainsi que celles sur lesquelles il y a eu des changements, ne sont comptees que proportionnellement au nombre des jours de l’annee pendant lequels elles ont ete ex ploitees. Les lignes electrifiees sont des lignes pourvues d’un fil de contact aerien ou d’un rail conducteur. Les votes principales sont les voies destinees a einde van het dienstjaar toe te voegen : a) De lengten van de secties die samen worden geexploiteerd (d.w.z. gebruikt worden door de geregelde treinen van twee administraties welke de inkomsten en lasten van de sectie delen) ; b) De lengten van de lijnen of secties die niet in aanmerking komen voor de berekening van het oprichtingskapitaal, doch waarvoor verkeersontvangsten worden geboekt (met uitzondering van alle vaste forfaitaire cijnzen voorzien bij contract). 2° Door van de lengte der lijnen aan het einde van het dienstjaar, de lengten af te trekken van de lijnen of secties welke in aanmerking komen voor de berekening van het oprichtingskapitaal, doch waarvoor geen verkeersontvangsten worden geboekt. De secties die in de loop van het jaar in exploi tatie of buiten exploitatie werden gesteld, als- mede die waarop er wijzigingen werden aange- bracht, worden slechts in aanmerking genomen is verhouding van het aantal dagen van het jaar gedurende welke zij wrerden geexploiteerd. De geelectrificeerde lijnen zijn lijnen voorzien hetzij van een rijdraad, hetzij van een stroomrail. De hoofdsporen zijn sporen bestemd voor het ~~ 25 ’a circulation des trains reguliers cntre stations ou lieux designes dans les tarifs comme points independants de depart ou d’arrivee pour le trans port des voyageurs ou des marchandises. La lon gueur en est mesuree dans l’axe de la voie, de milieu a milieu de batiments des stations ; en cas de rac- cordement en pleine voie, la longueur est comptee jusqu’a la pointe de l’aiguille de raccordement. geregeld treinverkeer tussen stations of plaatsen welke in tarief als onafhankelijke plaatsen van ver- trek of aankomst voor het vervoer van reizigers of goederen zijn aangeduid. De lengte er van wordt gemeten in de as van het spoor, vanaf het midden tot het midden van de stationsgebouwen ; in geval van verbinding in vol spoor, wordt de lengte ge meten tot aan de top van de verbindingswissel. Les autres voies comprennent : a) Toutes les voies deviant des voies principales dans les gares (deuxieme voie principale dans les jares des lignes a voie unique, voies d’evitement, etc.) ; b) Les portions des voies principales depassant le milieu des batiments de la station, soit pour for mer le passage d’une section a double voie a une section a simple voie ou d’une ligne a une autre dans la meme gare, soit pour se terminer en cul- de-sac, dans les gares terminus par exemple ; les voies des gares de triage et des lieux qui ne sont pas designes dans les tarifs des points indepen dants de depart ou d’arrivee pour le transport des voyageurs ou des marchandises ; De andere sporen omvatten : a) Alle sporen welke van de hoofdsporen in de stations afwijken (tweede hoofdspoor in stations van lijnen met enkel spoor, uitwijkingsspoor, enz...) ; b) De gedeelten van de hoofdsporen die verder lopen dan het midden van de stationsgebouwen, hetzij om de overgang te vormen van een sectie met dubbel spoor naar een sectie met enkel spoor of van een lijn naar een andere lijn in hetzelfde station, hetzij om dood te lopen, in de eindsta- tions bijvoorbeeld ; de sporen van de sorteersta- tions en van de plaatsen die in het tarief niet als onafhankelijke punten van vertrek of aankomst van het reizigers- of goederenvervoer zijn aangeduid ; c) Tous les changements de voie. comptes de- c) Alle spoorveranderingen, gerekend vanaf de puis la pointe de l’aiguille ; d) Les voies. aiguilles, plaques tournantes, etc., qui se trouvent dans l’interieur des batiments (han gars, remises a wagons ou a locomotives, ateliers, etc.) ainsi que les voies, aiguilles, etc. des embran- chements ne servant pas au trafic public et appar- tenant a 1’administration consideree. Toutes ces longueurs sont comptees a la fin de l’exercice. Personnel en activite. Le denombrement du personnel se fait en cons tant pour les agents appointes au mois ou a l’annee. le nombre reel d’unites existant. Pour les agents a salaire horaire, on calcule le nombre d’unites d’apres le nombre de journees de travail, en adop- tant comme journee la duree reglementaire du tra vail quotidien et comme mois ou annee un nombre determine de jours correspondant aux regies de remuneration propres a 1’administration du reseau. Les valeurs moyennes sont calculees en prenant •la moyenne arithmetique des valeurs mensuelles. En ce oui concerne le classement des agents dans les differents services, il est tenu compte non settlement de la categorie a laquelle l’agent appar- tient, mais aussi de la nature de ses occupations. Les agents occupes dans plusieurs services sont repartis entre ces services proportionnellement a leur occupation moyenne dans chacun d eux. top van de wissel; d) De sporen, wissels, draaischijven, enz..., die zich binnen de gebouwen bevinden (loodsen, remi ses voor wagons of locomotieven, werkplaatsen, enz.) alsmede de sporen, wissels, enz... van de zij- lijnen welke niet dienen voor het openbaar ver- keer en aan het betrokken bestuur toebehoren. A1 deze lengten worden aan het einde van het dienstjaar gerekend. Personeel in werkelijke dienst. De telling van het personeel wat betreft de per maand of per jaar bezoldigde beambten, geschiedt door het werkelijk bestaande aantal eenheden te tellen. Wat betreft de beambten met een uurloon, rekent men het aantal eenheden volgens het aan tal dagen werk. Wordt als een dag beschouwd, de reglementaire duur van de dagelijkse arbeid; wordt als een maand of een jaar beschouwd, een bepaald aantal dagen dat overeenstemt met de bezoldigingsregelen van de Administratie van het net. De gemiddelde waarden worden berekend door het rekenkundig gemiddelde te nemen van de maandelijkse waarden. Wat betreft de rangsehikking van de beambten in de verschillende diensten, wordt niet alleen re- kening gehouden met de categorie waartoe de beambte behoort, doch ook met de aard van zijn bezigheden. De beambten die in verschillende diensten worden gebezigd, worden over deze dien sten verdeeld naar verhouding van de gemiddelde duur van hun bezigheid bij elk van deze diensten. - 26 Les agents en conge fin de terme conformement a la legislation congolaise sur le contrat d’emploi ne sont pas comptes dans les effectifs. Par contre doivent etre comprises dans les effec tifs, les personnes affectees aux departements so- i ciaux ou medicaux et qui fournissent leurs services en vertu d une convention entre l’association a laquelle ^lles appartiennent et l’administration du reseau. Tonnage kilometrique brut des moyens de transport par mode de traction. On entend par poids brut des trains le total du poids mort des wagons et du poids net des char- gements en tonnes, e’est-a-dire dans le trafic mar chandises : le total du poids mort de tous les wa gons et du poids net des marchandises en transports commerciaux ou de service ; dans le trafic voyageur le total du poids de toutes les voitures et du poids des voyageurs transposes. Le poids moyen d un voyageur sera decompte a raison de 100 kg y compris ses bagages a la main. Dans le poids brut du train, n’est pas compris le poids des locomo tives en feu (vapeur) ou dont les moteurs sont en service (diesel et systemes speciaux) ou en • tension (electrique), ni le poids de leur tender, lc cas echeant. Par contre, on compte le poids des locomotives i froides ou dont les moteurs ne sont pas en service i ou sont hors tension ainsi que le poids des tenders, j et des vehieules roulant sur leurs propres roues, i Le poids des automoteurs est, dans ces cas, com pris dans le poids des trains. Le nombre de tonnes-kilometres brutes remor- quees d’un train s’obtient en multipliant le poids brubremorque de ce train par la distance parcourue exprimde en kms. Coefficient correctif de la capacite offerte afin de tenir compte des vehieules en interechange entre reseaux differents. Ce coefficient se calcule comme suit : N = nombre d’essieux-annees des wagons imma- tricules par le reseau envisage, N’ = nombre d’essieux-annees des wagons dont le reseau dispose y compris les essieux- annees des wagons qui circulent sur le re seau sans y etre immatricule et moins les essieux-annees des wagons immatricules sur le reseau qui circulent sur un reseau tiers. De beambten met verlof aan het einde van een diensttermijn overeenkomstig de Kongolese wetge- ving op het werknemerscontract, worden niet in de personeelssterkte meegerekend. Worden echter wcl in de personeelssterkte mee- gerckend, de personen verbonden aan de sociale of medische diensten, die hun dienst presteren krachtens een overeenkomst gesloten tussen de vereniging waartoe zij behoren en de Administrate van het net. Bruto-kilometertonncnmaat van de vervoermiddelen per tractiewijze. Onder bruto-gewicht der treinen wordt verstaan, het totaal van het onnut gewicht der wagons en van het netto-gewicht van de ladingen in tonnen, d.w.z. voor het goederenverkeer : het totaal van het onnut gewicht van alle wagons en van het netto-gewicht van de goederen in het handels- ot dienstvervoer ; wat betreft het reizigersverkeer, het totaal van het gewicht van alle rijtuigen en van het gewicht van de vervoerde reizigers. Het ge- middelde gewicht van een reiziger wordt gerekend tegen 100 kg, de handbagage daaronder begrepen. In het bruto-gewicht van de trein is niet begrepen het gewicht van de locomotief onder stoom of waarvan de motoren in werking zijn (diesel en bijzondere systemen) of onder spanning (electri- citeit) noch, bij voorkomend geval, het gewicht van de tender. Daartegenover rekent men wel het gewicht van de uitgedoofde lcomotieven of waarvan de moto ren niet meer werken of niet meer onder span ning zijn, alsmede het gewicht van de tenders en van de voertuigen welke op hun eigen widen rol- len. Het gewicht van de zelfbewegende voertuigen is, in deze gevallen, in het gewicht van de treinen begrepen. Het aantal bruto-tonkilometers door een trein voortgetrokken, wordt bekomen door het voortge- trokken bruto-gewicht van deze trein te vermenig- vuldigen met de afgelegde afstand uitgedrukt in kilometer. Verbeteringscoefficient van de geboden capaciteit ten einde rekening te houden met de voertuigen welke tussen de verschillende netten zijn uitgewisseld. Deze coefficient wordt berekend als volgt : N = het aantal assen-jaren van de wagons welke op bedoeld net zijn ingeschreven. N’ = het aantal assen-jaren van de wagons waar- over het net beschikt, daaronder begrepen de assen-jaren van de wagons die op het net lopen zonder dat zij er op ingeschreven zijn, verminderd met de assen-jaren van de wagons welke zijn ingeschreven op het net, doch lopen op een ander net. - 27 N’ Coefficient = — N N Coefficient —------ N* Versement au fonds dc rcnouvelleinent. Le versement au fonds de renouvcllement com- prend selon le cas : Les depenses reelles de renouvcllement, lors- qu’elle sont portecs en totalite par le compte d’ex ploitation ; Le montant de la dotation a un fonds special ; Le montant de l’amortissement industriel theo- rique calcule pour la partie imputee au compte de profits et pertes ; Les imputations au compte d’exploitation resul tant d’une formule mixte. - 2 Verify source ↗
Article 2
Article 2. Les personnes physiques ou morales, designees par ordonnance du Gouverneur General, qui effec- tuent des transports par chemin de fer, sur route, sur les voies navigables interieures ou par pipe lines ou qui exploitent un port sont tenues de four- nir a la section statistique du Gouvernement Gene ral, aux epoques et dans les delais ci-dessous les renseignements qui suivent. 1° Consistance et moyen dcs reseaux. — Tri- mcstriellement et dans les trois mois qui suivent le trimestre auquel se rapportent les renseignements fournis sauf pour les caracteristiques des reseaux qui sont a fournir tous les cinq ans et pour la pre miere fois au plus tard le 31 mars 1956. En outre, quand une caracteristique du reseau sera modifiee, la modification sera signalee lors de la premiere transmission des renseignements trimestriels. 2° Resultats techniques de 1'exploitation. — Tri- mestriellement et dans les trois mois qui suivent le trimestre. 3° Resultats financiers : Recettes : trimestriellement et dans les trois mois qui suivent le trimestre. — Depenses, produits nets ou insuffisances des recettes d’exploitation, coefficient d’exploitation, ex- cedent ou insuffisance des recettes par rapport aux depenses totales, rapport en pourcentage des char ges totales aux recettes totales : annuellement et dans les six mois qui suivent 1’exercice. 4° Divers : trimestriellement et dans les trois mois qui suivent le trimestre. La premiere statistique a etablir se rapportera a 1 annee 1955 pour les renseignements a fournir an nuellement et au quatrieme trimestre 1955 pour les renseignements a fournir trimestriellement. 5 Transports par pipe-lines, — Trimestrielle- Storting op het vernieuwingsfonds. De storting op het vernieuwingsfonds omvat volgens het geval : De werkclijke uitgaven aangewend voor ver- nieuwingen, indien zij volledig door de exploita- tierekening worden gedragen ; Het bedrag van de dotatie op een bijzonder fonds ; Het bedrag van de theorctische afschrijving be- rekend voor het gedeelte aangerekend op de winst- en verliesrekening ; De aanrekeningen op de exploitatierekening voortvloeiend uit een gemengde formule. Artikel 2. De bij ordonnantie van de Gouverneur-Generaal aangewezen natuurlijke of rechtspersonen die ver- voeren per spoorweg, langs de weg, op de binnen waterwegen of door buisleidingen of die een ha ven exploiteren, zijn ™>houden aan de afdeling Statistiek van het Gouvernement-Generaal op vol- gende tijdstippen en binnen de hieronder bepaalde termijnen, onderstaande inlichtingen te verstrek- ken : 1° De omvang en de middelen van de netten. — Driemaandelijks en telkens binnen drie maanden volgend op het kwartaal waarop de verstrekte inlichtingen betrekking hebben, behalve voor de kenmerken van de netten welke alle vijf jaar moe- ten worden verstrekt en voor de eerste maal uiter- lijk op 31 Maart 1956. Wanneer er bovendien een kenmerk van een net gewijzigd wordt, moet deze wijziging bij de eerste overmaking van de driemaandelijkse in lichtingen worden medegedeeld. 2° Technische uitslagen van de exploitatie. — Driemaandelijks en binnen drie maanden volgend op het kwartaal. 3° Financiele uitslagen. —- Ontvangsten : driemaandelijks en binnen drie maanden volgend op het kwartaal, Uitgaven, netto- of onvoldoende opbrengst van de exploitatie-ontvangsten, exploitatiecoeffi- cient, teveel of tekort der ontvangsten met betrek king ot de totale uitgaven. Verhouding, percents- gewijs, van de totale lasten tot de totale ontvang sten : jaarlijks en binnen zes maanden volgend op het dienstjaar. 4° Allerlei : driemaandelijks en binnen drie maanden volgend op het kwartaal. De eerste op te maken statistiek moet betrek king hebben op het jaar 1955 voor de jaarlijks te verstrekken inlichtingen en op het vierde kwar taal van 1955 voor de driemaandelijks te ver strekken inlichtingen. f 5° Vervoer per buisleiding. — Driemaandelijks - 28 ment et dans les trois mois qui suivent le trimestre : nombre de tonnes kilometres transportees. Toutcfois, pour les renseignements relatifs a 1 exercice 1955, le Directeur General des Affaires Economiques pourrn accorder les derogations que les transporteurs solliciteraient. I. — Consistancc et moyens des reseaux. en binnen drie maanden volgend op het kwartaal: aantal vervoerde ton-kilometer. Wat echter de inlichtingen aangaat met betrek- king tot het dienstjaar 1955, kan de Directeur- Generaal van Economische Zaken de afwijkingen toestaan welke de vervoerders zouden aanvragen. I. —- Omvang en middelcn van de netten. I. 1) Caractcristiqucs des reseaux. A. Pour les voies ferrees : 1. 1) Kenmerken van de netten. A. Voor de spoorwegen : Nombre de traverses metalliques par km cou- rant de voie. Nombre de traverses en bois par km courant de voie. Rayon minimum des courbes. Rayon maximum des courbes. Ecartement. Poids des rails au metre courant. Poids unitaire des traverses metalliques. Aantal metalen dwarsliggers per strekkende kilometer spoor. Aantal houten dwarsliggers per strekkende kilometer spoor. Minimumstraal van de bochten. Maximumstraal van de bochten. Spoorwijdte. Gewicht van de rails de strekkende meter. Eenheidsgewicht van de metalen dwarslig gers. Longueur de rails soudes en barres. Lengte van de aaneengelaste rails. B. Pour les voies d’eau : B. Voor de waterwegen : Tirant d’eau maximum aux differentes epo- ques de l’annee. I. 2) Longueur des lignes exploitees. A. Reseau ferre : 1° Longueur des lignes non electrifiees cn fin d’exercice. Maximum-diepgang op de verschillende tijd- stippen van het jaar. I. 2) Lengte van de geexploiteerde lijnen. A. Spoorwegnet : 1° Lengte van de niet-geelectrificeerde lijnen aan het einde van het dienstjaar. 2° Longueur des lignes electrifiees en fin d’exer 2° Lengte van de geelectrificeerde lijnen aan cice. 3° Longueur totale des lignes exploitees. B. Reseau des voies navigables interieures : 1° Longueur exploitee des rivieres ou lacs acces- sibles a des unites de 40 tonnes. 2° Longueur exploitee des rivieres ou lacs acces- sibles a des unites de 350 tonnes. 3° Longueur exploitee des rivieres ou lacs acces- sibles a des unites de plus de 350 tonnes, 4° Total des voies d’eau exploitees. C. Reseau routier : 1° Longueur des routes ne comportant aucun re vetement. het einde van het dienstjaar. 3° Totale lengte van de geexploiteerde lijnen. B. Net van de binnenwaterwegen : 1° Geexploiteerde lengte van de rivieren of me- ren toegankelijk voor vaartuigen van 40 ton. 2° Geexploiteerde lengte van de rivieren of me- ren toegankelijk voor vaartuigen van 350 ton. 3° Geexploiteerde lengte van de rivieren of me- ren toegankelijk voor vaartuigen van meer dan 350 ton. 4° Totaal van de geexploiteerde waterwegen. C. Wegennet : 1° Lengte van de onbeklede wegen. 2° Longueur des routes munies d’un revetement. 3° Total des routes exploitees. D. Ports : 1° Nombre de metres de quais accostables pen 2° Lengte van de beklede wegen. 3° Totale lengte van de geexploiteerde wegen. D. Havens : 1° Aantal meter kaaimuren toegankelijk tijdens dant toute l’annee. het ganse jaar. 2° Nombre de metres de quais existants. I. 3) Longueur des voies a la fin de I’exercice. 2° Aantal meter bestaande kaaimuren. I. 3) Lengte van de spoorwegen aan het einde Reseau ferre : 1) Non electrifiee : a) Voies principals ; b) Autres voies. 2) Electrifiees : a) Voies principales ; b) Autres voies. van het dienstjaar. Spoorwegnet : 1) Niet-geelectrificeerde : a) Hoofdsporen ; b) Andere sporen. 2) Geelectrificeerde : a) Hoofdsporen; b) Andere sporen. 3) Total des voics en fin d’exercice. I. 4) Materiel dc traction. — Situation a la fin 29 de l’exercice. A. Reseau ferre : 1) Locomotives. Nombre dc : a) Locomotives a vapeur. b) Locomotives Diesel. c) Locomotives electriques. • d) Locomotives pour manoeuvres. e) Automoteurs. f) Nombre total de locomotives. 2) Vehicules a voyageurs. a) Nombre de vehicules metalliques a voya geurs et nombre de places offertes par classe. b) Nombre de vehicules autres a voyageurs et nombre de places offertes par classe. 3) Wagons. Nombre de : a) Wagons couverts et capacite totale en tonnes. b) Wagons decouverts : 1° A hauts bords et capacite totale en tonnes. 2° A bas bords et capacite totale en ton nes. c) Wagons speciaux et capacite totale en tonnes. 3) Totale lengte van de spoorwegen aan het einde van het dienstjaar. I. 4) Tractiematcrieel. — Toestand aan het einde van het dienstjaar. A. Spoorwegnet : 1) Locomotieven. Aantal : a) Stoomlocomotieven. b) Diesellocomotieven. c) Electrische locomotieven. d) Rangeerlocomotieven. e) Zelfbewegende spoorrijtuigen. f) Totaal aantal locomotieven. 2) Reizigersvoertuigen : a) Aantal metalen reizigersrijtuigen en aan tal plaatsen per klasse. b) Aantal andere reizigersvoertuigen en aan tal plaatsen per klasse. 3) Wagons. Aantal : a) Overdekte wagons en totale capaciteit in tonnen. b) Open wagons : 1° Met hoge boorden en totale capaciteit in tonnen. 2° Met lage boorden en totale capaciteit in tonnen. c) Bijzondere wagons en totale capaciteit in tonnen. d) Wagons de particuliers et capacite totale d) Particuliere wagons en totale capaciteit en tonnes. in tonnen. e) Total des wagons et capacite totale er e) Totaal aantal wagons en totale capaciteit tonnes. B. Reseau des voies navigables interieures : Nombre d’unites : 1) Bateaux courriers. 2) Bateaux de charge a propulsion mecanique. 3) Grands remorqueurs a vapeur. 4) Remorqueurs d’affluents a vapeur. 5) Grands remorqueurs a moteur. 6) Remorqueurs d’affluents a moteur. 7) Chalands sans propulsion mecanique. in tonnen. B. Net van de binnenwaterwegen : Aantal eenheden : 1) Mailboten. 2) Vrachtboten met mechanische drijfkracht. 3) Grote stoomsleepboten. 4) Stoomsleepboten voor zijrivieren. 5) Grote motorsleepboten. 6) Motorsleepboten voor zijrivieren. 7) Aken zonder mechanische drijfkracht. a) A passagers. b) A marchandises. c) Speciaux. a) Voor passagiers. b) Voor goederen. c) Bijzondere. C. Reseau routier : Nombre de vehicules routiers : 1) Voitures. 2) Autobus. 2) Camions. 4) Remorques. D. Ports : 1) Nombre de grues de quai electriques avec indication de capacite. C. Wegennet : Aantal voertuigen voor de weg : 1) Automobielen. 2) Autobussen. 3) Vrachtwagens. 4) Aanhangwagens. D. Havens : 1) Aantal electrische kaaikranen met aanduiding van het vermogen. 30 2) Nombre de grues de quai autres. avec indi > 2) Aantal andere kaaikranen met aanduiding cation de capacity?. U Nombre de grues de cour avec indication de , capacity. 4) Nombre d’engins .nitres de nianutention, par type et caracteristiques. 5) Nombre de palettes. 6) Nombre de magasins de quai avec indication de leur longueur et de leur superficie. van het vermogen. 3) Aantal binncnplaats-kranen met aanduiding van het vermogen. 4) Aantal andere bchandelingstoestellen, per ty pe en kenmerken. 5) Aantal paletten ; 6) Aantal kaaimagazijnen met aanduiding van de lengte en hun oppervlakte. 7) Nombre de magasins autres avec indication 7) Aantal andere magazijnen met aanduiding de la superficie. van hun oppervlakte. 8) Surface des Cours a marchandises. 8) Oppervlakte van de binnenplaatsen bestemd I. 5) Utilisation et immobilisation. A. Reseau ferre (moyenne arithmetique des ef- fectifs a la fin de chaque mois). 1) Locomotives : a) Locomotives a vapeur. voor het opslaan van goederen. I. 5) Gcbruik en immobilisatic. A. Spoorwegnet (rekenkundig gemiddclde van de effectieven aan het einde van elke maand). 1) Locomotieven : a) Stoomlocomotieven. 1° Immobilisees pour entreticn et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. b) Locomotives Diesel. herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. b) Diesellocomotieven. 1° Immobilisees pour entreticn et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif eh exploitation a l’effectif total. c) Locomotives electriques. herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. c) Electrische locomotieven. 1° Immobilisees pour entreticn et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. d) Locomotives pour manoeuvres. d) Rangeerlocomotieven. 1° Immobilisees pour entreticn et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 2) Voitures a voyageurs : herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 2) Reizigerswagens : 1° Immobilisees pour entreticn et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 3) Wagons du reseau : herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 3) Wagons van het net : 1° Immobilisees pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 31 4” Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 5° Solde journalier moyen des wagons en interechange. 6° Effectif moyen des wagons affectes uniquement a des transports en service. 7° Total des wagons en service sur le reseau. 4° Verhouding van het effectief in exploi- tatie tot het totaal effectief. 5° Gemiddeld dagelijks saldo van de uit- gewisselde wagons. 6° Gemiddeld effectief van de wagons uitsluitend bestemd voor dienstver- voer. 7° Totaal aantal wagons in dienst op het net. % B. Reseau dcs voies navigables interieures : Nombre, puissance mensuelle moyenne, capacite B. Net van de binnenwaterwegen : Aantal, gemiddelde maandelijkse sterkte, gemid- mensuelle moyenne : 1) Bateaux courriers de lignes directes : delde maandelijkse capaciteit : 1) Mailboten van rechtstreekse lijnen. 1° Immobilises pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 2) Bateaux de charge a propulsion mecanique de lignes directes : herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 2) Vrachtboten met mechanische drijfkracht van de rechtstreekse lijnen. 1° Immobilises pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 3) Remorqueurs a vapeur de lignes directes. 1° Immobilises pour entretien et repara tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 4) Remorqueurs a moteur de lignes directes. 1° Immobilises pour entretien et repara tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 5) Chalands sans propulsion mecanique de lignes directes. a) A passagers. herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 3) Stoomsleepboten van de rechtstreekse lijnen. 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 4) Motorsleepboten van de rechtstreekse lijnen. 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 5) Aken zonder mechanische drijfkracht van de rechtstreekse lijnen. a) Voor passagiers. 1° Immobilises pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. b) A marchandises. herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. b) Voor goederen. 1° Immobilises pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. \ 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. / 32 c) Speciale. c) Speciaux. 1" Immobilises pour entretien et repara tion. 2° A la disposition de Sexploitation. 3” Total. 4” Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 6) Bateaux courriers de lignes auxiliaires. 1° Immobilises pour entretien ct repara tion. 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en herstelling. 2" Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 6) Mailboten van de hulplijnen. 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en herstelling. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4" Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 7) Bateaux de charge a propulsion mecanique, 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 7) Vrachtboten met mechanische drijfkracht van de lignes auxiliaires. de hulplijnen. 1° Immobilises pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. herstelling. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 8) Remorqueurs a vapeur de lignes auxiliaires. 1° Immobilises pour entretien et repara 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 8) Stoomsleepboten van de hulplijnen. 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. herstelling. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 9) Remorqueurs a moteur de lignes auxiliaires. 1° Immobilises pour entretien et repara 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 9) Motorsleepboten van de hulplijnen. 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. herstelling. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 10) Chalands sans propulsion mecanique, de li 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 10) Aken zonder mechanische drijfkracht van de gnes auxiliaires. a) A passagers. hulplijnen. a) Voor passagiers. 1° Immobilises pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. £>) A marchandises. herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. b) Voor goederen. 1° Immobilises pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif cn exploitation a l’effectif total. c) Speciaux. herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. c) Bijzondere. 1° Immobilises pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. ■ C) Reseau routier. 1) Voitures : 33 C. Wegennet. 1) Automobielen : 1° Immobilisees pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° En reserve : neuves — autres. 3° A la disposition de l’exploitation. 4° Total. 5° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 2) Autobus : 1° Immobilises pour entretien et repara tion. 2° En reserve : ncufs —- autres. 3° A la disposition de l’exploitation. 4° Total. 5° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 3) Camions : herstelling. 2° In voorraad : nieuwe ■— andere. 3° Ter beschikking van de exploitatie. 4° Totaal. 5° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 2) Autobussen 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en herstelling. 2° In voorraad : nieuwe — andere. 3° Ter beschikking van de exploitatie. 4° TotaaL 5° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 3) Vrachtwagens : 1° Immobilises pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° En reserve : neufs — autres. 3° A la disposition de l’exploitation. 4° Total. 5° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 4) Remorques : herstelling. 2° In voorraad : nieuwe — andere. 3° Ter beschikking van de exploitatie. 4° Totaal. 5° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 4) Aanhangwagens : 1° Immobilisees pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° En reserve : neuves — autres. 3° A la disposition de l’exploitation. 4° Total. 5° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. D. Ports (effectif mensuel moyen). 1) Grues de quai electriques. herstelling. 2° In voorraad : nieuwe —' andere. 3° Ter beschikking van de exploitatie. 4° Totaal. 5° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. D. Havens (gemiddeld maandelijks effectief). 1) Electrische kaaikranen. 1° Immobilisees pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 2) Grues de quai non electriques. herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 2) Niet-electrische kaaikranen. 1° Immobilisees pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. 3) Grues de cours. herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. 3) Binnenplein-kranen. 1° Immobilisees pour entretien et repara 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en tion. herstelling. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l’effectif total. Le rapport de l’efectif en exploitation a l’effectif total des engins de manutention se calcule en divi- sant le nombre d’heures pendant lesquelles les en- 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. De verhouding van het effectief in exploitatie tot het totaal effectief van de behandelingstoestel- len, wordt berekend door het aantal uren geduren- 4 34 gins sont mis a la disposition de l’exploitation, par cc meme nombre majore du nombre d'heures pen dant lesquelles ces eng ins sont immobilises pour entretien et reparation. Par exemple, si une exploitation fonctionne nor- malement seize heurcs par jour (deux equipes de huit heures) et a raison de 25 jours pour un mois determine, si pendant ce mois une grue de quai electrique a etc immobilisee pendant 20 heures (une journee de 16 heures plus 4 heures) le rapport se calcule coniine suit : 380 — --------------= 0,95 380 + 20 l’exploitation ayant fonctionne 25 X 16 heures. 4) Elevateurs a fourche electriques. —- Total. de welke de toestellen ter beschikking van de ex- ploitatie zijn gesteld, te delen door ditzelfde aantal vermeerderd met het aantal uren gedurende welke deze toestellen geimmobiliseerd waren wegens on- derhoud en herstelling. Bijvoorbeeld, indien een exploitatie normaal functionneert gedurende zestien uur per dag (twee ploegen van acht uur) en tegen 25 dagen voor een bepaalde maand, indien gedurende deze maand een electrische kaaikraan gedurende 20 uur geim- mobiliseerd was (een dag van 16 uur plus 4 uur), wordt de verhouding berekend als volgt : 380 — ----------- = 0,95 380 + 20 De exploitatie heeft gewerkt : 25 X 16 uur. 4) Elevators met electrische vork. — Totaal. 5) Elevateurs a fourche non electriques. 5) Elevators met niet-elcctrische vork. ~ Total. ■— Totaal. 6) Tracteurs pour manutention electriques. 6) Tractoren voor electrische behandeling. — Total. — Totaal. 7) Tracteurs pour manutention non electriques. 7) Tractoren voor niet-electrische behandeling. — Total. 8) Remorques pour manutention. — Total. 9) Ponts transbordcurs : 1" Immobilises pour entretien et repara tion. 2° A la disposition de l’exploitation. 3° Total. 4° Rapport de l’effectif en exploitation a l'effectif total. I. — 6) Personnel en activite (effectif). Generality : administration generale (direction generale, secretariat, comptabilite, approvisionne- ment, direction technique, division administrative, etc.). (Europe -j- Afrique.) a) Non-indigene. b) Indigene. A. Reseau ferre : 1° Personnel d Afrique non-indigene du reseau. 1) Mouvement et trafic : (personnel des ga res, chefs train, controleurs du mouvement, controleurs des recettes, etc.). — Totaal. 8) Aanhangwagens voor behandeling. — Totaal. 9) Rolbruggen : 1° Geimmobiliseerd wegens onderhoud en herstelling. 2° Ter beschikking van de exploitatie. 3° Totaal. 4° Verhouding van het effectief in exploi tatie tot het totaal effectief. I. -— 6) Personeel in ivcrkelijke dienst (effec tief). Algemene bepaling : Algemene Administratie (Algemene Directie, Secretariaat, Comptabiliteit, Voorraden. Technische directie, Administratieve afdeling, enz.). (Europa + Afrika.) a) Niet-inlanders. b) Inlanders. A. Spoorwegnet : 1° Niet-inlands personeel in Afrika van het net. 1) Beweging en verkeer (stationspersoneel, treinchefs, verkeerscontroleurs, contro leurs der ontvangsten, enz.). 2) Traction et materiel. 3) Voies et travaux. 4) Travaux neufs. 5) Service M. O. I. 6) Service medical et social. 7) Total. 2s Personnel indigene du reseau. 1) Mouvement et trafic. 2) Traction et materiel. 3) Voies et travaux. 4) Travaux neufs. 2) Tractie en materieel. 3) Sporen en werken. 4) Nieuwe werken. 5) Dienst I.W. 6) Medische en Sociale Dienst. 7) Totaal. 2° Inlands personeel van het net. 1) Beweging en verkeer. 2) Tractie en materieel. 3) Sporen en werken. 4) Nieuwe werken. ''i- (i - 35 5) Service M. O. I. 6 Service medical et social. 7) Total. 5) Dienst I.W. 6) Medische en Sociale Dienst. 7) Totaal. B. Reseau de voies navigables interieures. 1° Personnel d’Afrique non-indigene du reseau. B. Net van de binnenwaterwegen. 1° Niet-inlands personeel in Afrika van het net. 1) Mouvement et trafic. 2) Traction et materiel. 3) Armement. 4) Travaux neufs. 5) Service M. O. I. 6) Service medical et social. 7) Total. ' ' ' 2° Personnel indigene du reseau. 1) Mouvement et trafic. 2) Traction et materiel. 3) Armement. 4) Travaux neufs. 5) Service M. O. I. 6) Service medical et social. 7) Total. C. Reseau routier. 1° Personnel d’Afrique non-indigene du reseau. 1) Mouvement et trafic. 2) Traction et materiel. 3) Travaux neufs. 4) Service M. O. I. 5) Service medical et social. 6) Total. 2° Personnel indigene du reseau. 1) Mouvement et trafic. 2) Traction et materiel. 3) Travaux neufs. 4) Service M. O. I. 5) Service medical et social. 6) Total. D. Ports. 1° Personnel d’Afrique non-indigene du reseau. 1) Exploitation. 2) Service technique. 3) Travaux neufs. 4) Divers. 5) Total. 2° Personnel indigene des ports. 1) Exploitation. 2) Service technique. 3) Travaux neufs. 4) Divers. 5) Total. 1) Beweging en verkeer. 2) Tractie en materieel. 3) LIitrusting. 4) Nieuwe werken. 5) Dienst I.W. 6) Medische en Sociale Dienst. 7) Totaal. 2° Inlands personeel van het net. 1) Beweging en verkeer. 2) Tractie en materieel. 3) Entrusting. 4) Nieuwe werken. 5) Dienst I.W. 6) Medische en Sociale Dienst. 7) Totaal. C. Wegennet. 1° Niet-inlands personeel in Afrika van het net. 1) Beweging en verkeer. * 2) Tractie en materieel. 3) Nieuwe werken. 4) Dienst I.W. 5) Medische en Sociale Dienst. 6) Totaal. 2° Inlands personeel van het net. 1) Beweging en verkeer. 2) Tractie en materieel. 3) Nieuwe werken. 4) Dienst I.W. 5) Medische en Sociale Dienst. 6) Totaal. D. Havens. 1° Niet-inlands personeel in Afrika van de ha vens. 1) Exploitatie. 2) Technische dienst. 3) Nieuwe werken. 4) Allerlei. 5) Totaal. > 2° Inlands personeel van de havens. 1) Exploitatie. 2) Technische dienst. 3) Nieuwe werken. 4) Allerlei. 5) Totaal. II. — Resultats techniques de Vexploitation. II. 1) Parcours des trains ou des vehicules auto- II. — Technische uitslagen van de exploitatie. II. 1) Af stand afyclegd door de treinen of zelf- moteurs par mode de traction en km. betvegende voertuigen, per tractiewijze in km. A. Reseau ferre : 1° Locomotives a vapeur : nombre de km. 2° Locomotives Diesel : nombre de km. 3° Locomotives electriques : nombre de km. A. Spoorwegnet : 1° Stoomlocomotieven : aantal km. 2° Diesellocomotieven : aantal km. 3° Electrische locomotieven : aantal km. - 36 - 4“ Locomotives pour manoeuvres : nombre de 4” Rangeerlocomotieven : aantal km. km. 5" Tous modes de traction : nombre de km. B. Reseau de voies navigables interieures. 1" Bateaux courriers : nombre de km. 2" Bateaux de charge a propulsion mecanique : nombre dc km. 3” Remorqueurs a vapeur de lignes directcs : nombre de km. 4° Remorqueurs a vapeur de lignes auxiliaires : nombre de km. 5° Alle wijzen van tractie : aantal km. B. Net van de binnenwaterwegen. 1° Mailboten : aantal km. 2° Vrachtboten met mechanische drijfkracht ; aantal km. 3° Stoomsleepboten van de rechtstreekse lijnen: aantal km. 4° Stoomsleepboten van de hulplijnen : aantal km. 5° Remorqueurs a moteur de lignes directes : 5° Motorsleepboten van de rechtstreekse lijnen: nombre de km. aantal km. 6° Remorqueurs a moteurs de lignes auxiliaires : 6° Motorsleepboten van de hulplijnen : aantal nombre de km. 7° Tous modes de transport : nombre de km. C. Reseau routier : 1° Voitures : nombre de km. 2° Autobus : nombre de km. 3° Camions : nombre de km. 4° Tous moyens de locomotion : nombre de km. II. 2) Tonnage kilometriquc brut des moyens de transport par mode de traction. A. Reseau ferre : 1° Locomotives a vapeur : nombre de tonnes-km. 2° Locomotives Diesel : nombre de tonnes-km. 3° Locomotives electriques : nombre de tonnes- » km. km. 7° Alle vervoerwijzen : aantal km. C. Wegennet : 1° Automobielen : aantal km. 2° Autobussen : aantal km. 3° Vrachtwagens : aantal km. 4° Alle vervoermiddelen : aantal km. II. 2) Bruto-kilometertonnenmaat van de ver voermiddelen, per tractieivijze. A. Spoorwegnet : 1° Stoomlocomotieven : aantal ton-kilometer. 2° •Diesellocomotieven : aantal ton-kilometer. 3° Electrische locomotieven : aantal ton-kilo meter. 4° Locomotive de manoeuvre : nombre de ton 4° Rangeerlocomotieven : aantal ton-kilometer. nes-km. 5° Tous modes de traction : nombre de tonnes- 5° Alle tractiewijzen : aantal ton-kilometer. km. II. 3) Parcours du materiel roulant ou navi- gant par mode de traction. A. Reseau ferre : 1° Locomotives a vapeur : tableau II. 1), A., 1° 4~ km en renfort ou isolees. II. 3) Afstand afgelegd door het rollend of va- rend materieel, per tractieivijze. A. Spoorwegnet : 1° Stoomlocomotieven : tabel II. 1), A., 1° + km in versterking of afzonderlijk. 2° Locomotives Diesel : tableau II. 1), A.. 2° 2° Diesellocomotieven : tabel II. 1), A., 2° + km en renfort ou isolees. km in versterking of afzonderlijk. 3° Locomotives electriques : tableau II. 1), A., 3° 3° Electrische locomotieven : tabel II. 1), A., 3° km en renfort ou isolees. + km in versterking of afzonderlijk. 4° Locomotives pour manoeuvres : tableau II) 1), 4° Rangeerlocomotieven : tabel II. 1), A., 4° A., 4° 4- km en renfort ou isolees. 5° Tous modes de traction : tableau II. 1), A., 5° d) 4- km en renfort ou isolees. 6° Km effectuees par les voitures a passagers. 7° Km effectuees par les fourgons a bagages. 8° Km effectues par les wagons charges en li gnes principals a l’exclusion des parcours sur raccordements. 9° Km effectues par les wagons vides en lignes principales a l’exclusion des parcours sur rac cordements. 4- km in versterking of afzonderlijk. 5° Alle tractiewijzen : tabel II. 1), A., 5° d) + km in versterking of afzonderlijk. 6° Km afgelegd door de reizigersrijtuigen. 7° Km afgelegd door de bagagewagens. 8° Km afgelegd door de geladen wagons op de hoofdlijnen, met uitzondering van de afstan- den afgelegd op zijsporen. 9° Km afgelegd door de ledige wagons op de hoofdlijnen, met uitzondering van de afstan- den afgelegd op zijsporen. 10° Km efectues par les wagons charges et vides. 10° Km afgelegd door de geladen en ledige wa B. Reseau de voies navigables interieures. 1° Km effectues par les chalands a passagers. 2° Km effectues par les chalands charges. B. Net van de binnenwaterwegen. 1° Km afgelegd door de passagiersaken. 2° Km afgelegd door de geladen aken. gons. 3° Km effectues par les chalands a vide. 4° Km effectues par les chalands charges et a 3° Km afgelegd door de ledige aken. 4° Km afgelegd door de geladen en ledige aken. vide. 5° Km effectues par les chalands speciaux. [ C. Reseau routier. 1° Km effectues par Jes semi-remorques chargees, j. 2° Km effectues par les semi-remorques a vide. 3° Km effectues par les semi-remorques char gees et a vide. II. 4) Parcours mo gen des vehicules moteurs en kilometres. A. Reseau ferre. 1° Locomotives a vapeur = ‘ J parcours total ou II. 3), A., 1° i nombre total de loco, a vapeur a la disposition de 1’exploitation 5° Km afgelegd door de bijzondere aken. C. Wegennet. 1° Km afgelegd door de geladen opleggers. 2° Km afgelegd door de ledige opleggers. 3° Km afgelegd door geladen en ledige opleggers. II. 4) Gemiddelde af stand afgelegd door de zelfbetvegende voertuigen in km. A. Spoorwegnet. 1° Stoomlocomotieven = totale afstand of II. 3), A.. 1° totaal aantal stoomlocomotieven ter beschikking van de exploitatie 2° Locomotives Diesel = 2° Diesellocomotieven = I parcours total ou II. 3), A., 2° * * nombre de loco. Diesel a la disposition de 1’exploitation totale afstand of II. 3), A., 2° totaal aantal Diesellocomotieven ter beschikking van de exploitatie 3° Locomotives electriques — 3° Electrische locomotieven = parcours total ou II. 3), A., 3° nombre de loco, electriques a la disposition de 1’exploitation totale afstand of II. 3), A., 3° totaal aantal electrische locomotieven ter beschikking van de exploitatie 4° Locomotives de manoeuvre = 4° Rangeerlocomotieven = parcours total ou II. 3), A., 4° nombre de loco, pour manoeuvres a la disposition de 1’exploitation totale afstand of II. 3), A., 4° totaal aantal rangeerlocomotieven ter beschikking van de exploitatie B. Reseau de voies navigables interieures. B. Net van de binnenwaterwegen. 1° Bateaux courriers = 1° Mailboten = parcours total II. 1), B., 1°, d) nombre total de bateau courriers totale afstand II. 1), B., 1°, d) totaal aantal mailboten 2° Bateaux de charge a propulsion mecanique — 2° Vrachtboten met mechanische drijfkracht = parcours total II. 1), B., 2°, d) nombre total des bateaux de charge a propulsion mecanique totale afstand II. 1), B., 2°, d) totaal aantal vrachtboten met mechanische drijfkracht 3* Remorqueurs a vapeur de lignes directes = 3° Stoomsleepboten van rechtstreekse lijnen = parcours total II. 1), B„ 3°, c) nombre total de remorqueurs a vapeur de lignes directes totale afstand II. 1), B., 3°, c) totaal aantal stoomsleepboten van rechtstreekse lijnen 4° Remorqueurs a vapeur de lignes auxiliaires = 4° Stoomsleepboten van hulplijnen =■ parcours total II. 1), B., 4°, c) totale afstand II. 1), B., 4°, c) nombre total de remorqueurs a vapeur de lignes auxiliaires totaal aantal stoomsleepboten van hulplijnen .38 5"Remorqueurs a moteur de lignes directes — parcours total II. 1), B., 5°, c) nombre total de remorqueurs a moteur de lignes directes 5° Motorsleepboten van rechtstreekse lijnen totale afstand II. 1). B., 5°, c) totaal aantal motorsleepboten van rechtstreekse lijnen 1 •' - 6° Remorqueurs a moteur de lignes auxiliaires = Motorsleepboten van hulplijnen = parcours total II. 1), B., 6°, c) nombre total de remorqueurs a moteur de lignes auxiliaires C. Reseau routier. 1° Voitures = parcours total II. 1), C., 1°, c) nombre total de voitures totale afstand II. 1), B., 6°, c) totaal aantal motorsleepboten van hulplijnen C. 1° Wegennet. Automobielen = totale afstand II. 1], C., 1°, c) totaal aantal' automobielen 2° Autobus = 2° Autobussen = parcours total II. 1), C., 2°, d) nombre total d’autobus totale afstand II. 1), C., 2°, d) totaal aantal autobussen 3° Camions — 3° Vrachtwagens = parcours total II. 1), C., 3°, c) nombre total de camions totale afstand II. 1), C., 3°, c) totaal aantal vrachtwagens II. 5) Parcours moyen des vehicules non auto moteurs a la disposition de l’exploitation. II. 5) Gemiddelde afstand afgelegd door de niet-zelfbewegende voertuigen ter beschik king van de exploitatie. A. Reseau ferre. 1° Voitures = A. Spoorwegnet. 1° Rijtuigen = parcours des vehicules a passagers II. 3), A., 6° nombre moyen de vehicules a passagers afstand afgelegd door de passagiersrijtuigen II. 3), A., 6° gemiddeld aantal passagiersrijtuigen 2° Wagons = 2° Wagons = , I parcours des wagons charges -j- vides II. 3), A., 10° divise par le nombre moyen de wagons mis a la disposition de l’exploitation majore du nombre de wagons en interechange et du nombre de wagons affectes uniquement au transport en service afstand afgelegd door de geladen + ledige wagons II. 3), A.. 10° gedeeld door het gemiddeld aantal wagons ter beschikking gesteld van de exploitatie, vermeer- derd met het aantal wagons in uitwisseling en het aantal wagons uitsluitend gebruikt voor het dienst- vervoer. 3° Wagons charges = 3° Geladen wagons = parcours des wagons charges II. 3), A., 8° divise par le nombre moyen de wagons mis a la disposition de l’exploitation majore du nombre de wagons en interechange et du nombre de wagons affectes uniquement au transport en service B. Reseau de voies navigables interieures. 1° Barges a passagers = afstand afgelegd door de geladen wagons II. 3), A., 8° gedeeld door het gemiddeld aantal wagons ter beschikking gesteld van de exploitatie + het aan tal wagons in uitwisseling + het aantal wagons uitsluitend gebruikt voor het dienstvervoer. B. Net van de binnenwaterwegen. 1° Passagiersaken = parcours des barges a passagers II. 3), B., 1° nombre moyen de barges a passagers afstand afgelegd door de passagiersaken II. 3), B., 1° het gemiddeld aantal passagiersaken 39 — 2° Barges chargees — 2° Geladen aken = parcours des barges chargees II. 3), B„ 2° nombre moyen des barges afstand afgelegd door de geladen aken II. 3). B., 2° gemiddeld aantal aken 3° Barges chargees vides — 3° Geladen + ledige aken — parcours des barges chargees + vides II. 3), B., 4° afstand afgelegd door de geladen + ledige aken II. 3). B., 4° nombre moyen de barges gemiddeld aantal aken D. Reseau routier. C. Wegennet. 1° Remorques chargees -/ vides — » parcours des remorques chargees T vides II. 3), C., 3° nombre moyen des remorques 1° Geladen + ledige aanhangwagens — afstand afgelegd door de geladen + ledige aanhangwagens II. 3), C., 3° gemiddeld aantal aanhangwagens 2° Remorques chargees = 2° Geladen aanhangwagens = parcours des remorques chargees II. 3), C., 1° nombre moyen des remorques 4 II. 6) Trafic voyageurs. — Nombre. A. Reseau ferre. 1) Nombre de voyageurs en lre classe. 2) Nombre de voyageurs en 2" classe. 3) Nombre de voyageurs en 3° classe. 4) Nombre de voyageurs en 4° classe. 5) Total des voyageurs. D. Reseau de voics navigables interieures. 1) Nombre de voyageurs en lre classe et en ca- bine de luxe. afstand afgelegd door de geladen aanhangwagens II. 3), C., 1° gemiddeld aantal aanhangwagens II. 6) Reizigersverkeer. — Aantal. A. Spoorwegnet. 1) Aantal reizigers lste klasse. 2) Aantal reizigers 2de klasse. 3) Aantal reizigers 3dc klasse. 4) Aantal reizigers 4de klasse. 5) Totaal aantal reizigers. B. Net van de binnenwaterwegen. 1) Aantal reizigers 1st® klasse en luxe-hut. 2) Nombre de voyageurs en classe intermediai- 2) Aantal reizigers tussenklasse (2de klasse). re (2® classe). 3) Nombre de voyageurs en 3® classe. 4) Nombre de voyageurs en 4® classe. 5) Total des voyageurs. C. Reseau routier. 1) Nombre de voyageurs en I1e classe. 2) Nombre de voyageurs en 2® classe. 3) Nombre de voyageurs ?n 3® classe. 4) Total des voyageurs. 3) Aantal reizigers 3de klasse. 4) Aantal reizigers 4de klasse. 5) Totaal aantal reizigers. C. Wegennet. 1) Aantal reizigers 1st® klasse. 2) Aantal reizigers 2de klasse. 3) Aantal reizigers 3de klasse. 4) Totaal aantal reizigers. II, 7) Trafic voyageurs. .— Kilometres. II. 7) Reizigersverkeer. Kilometer. A. Reseau ferre. 1) Nombre de voyageurs/km en lr® classe. 2) Nombre de voyageurs/km en 2® classe. 3) Nombre de voyageurs/km en 3® classe. 4) Nombre de voyageurs/km en 4® classe. 5) Nombre total de voyageurs/km. B. Reseau de voies navigables interieures. 1) Nombre de voyageurs/km lre classe et cabine de luxe. A. Spoorwegnet. 1) Aantal reizigers/kilometer lste klasse. 2) Aantal reizigers/kilometer 2de klasse. 3) Aantal reizigers/kilometer 3d® klasse. 4) Aantal reizigers/kilometer 4de klasse. 5) Totaal aantal reizigers/kilometer. B. Net van de binnenwaterwegen. 1) Aantal reizigers/kilometer 1st® klasse en luxe-hut. 2) Nombre de voyageurs/km classes intermediai- 2) Aantal reizigers/kilometer tussenklasse (2de res (2® classe). klasse), 40 3) Nombre de voyageurs/km 3° classe. 4) Nombre de voyageurs/km 4° classe. 5) Nombre total de voyageurs/km. Pour l'Otraco Fluvial, ces renseignements sont fournis separement pour : a) Le fieuve. b) Le Kasai. c) Les autres voies navigables interieures. C. Reseau routier. 1) Nombre de voyageurs/km en lre classe. 2) Nombre de voyageurs/km en 2° classe. 3) Nombre de voyageurs/km en 3® classe. 4) Nombre total de voyageurs/km. II. 8) Nombre de voyageurs/km par kilometres explodes. A. Reseau ferre = 3) Aantal reizigers/kilometer 3d® klasse. 4) Aantal reizigers/kilometer 4'* 1' klasse. 5) Totaal aantal reizigers-kilometer. Voor de Otraco Waterwegen, worden deze in lichtingen afzonderlijk verstrekt voor : a) De stroom. b) De Kasai. c) De andere binnenwaterwegen. C. Wegennet. 1) Aantal reizigers/kilometer lste klasse. 2) Aantal reizigers/kilometer 2de klasse. 3) Aantal reizigers/kilometer 3de klasse. 4) Totaal aantal reizigers/kilometer. II. 8) Aantal reizigers/km per geexploiteerde kilometer. A. Spoorwegnet = nombre total de voyageurs/km = II. 7), A., 5) nombre de km exploite = I. 2), A., 3) totaal aantal reizigers/km — II. 7), A., 5) aantal geexploiteerde km = I. 2), A., 3) B. Reseau de voies navigables interieures. B. Net van de binnenwaterwegen. nombre total de voyageurs/km = = nombre de km exploite II. 7), B., 5) I. 2), B., 3) totaal aantal reizigers/km — II. 7), B., 5) aantal geexploiteerde km = I. 2), B., 3) C. Reseau routier = C. Wegennet. nombre total de voyageurs/km = = nombre de km exploite II. 7), C., 4) I. 2), C., 3) II. 9) Parcours moyen d un voyageur. totaal aantal reizigers/km = II. 7). C., 4) aantal geexploiteerde km — I. 2), C., 3) II. 9) Gemiddelde afstand afgelegd door een A. Reseau ferre. 1) Voyageurs de lr® classe. 2) Voyageurs de 2° classe. 3) Voyageurs de 3® classe. 4) Voyageurs de 4® classe. B. Reseau de voies navigables interieures. 1) Voyageurs cabine de luxe. 2) Voyageurs de lre classe. 3) Voyageurs de classe intermediate (2® classe). 4) Voyageurs de 3° classe. 5) Voyageurs de 4° classe. C. Reseau routier. 1) Voyageurs de lr® classe. 2) Voyageurs de classe intermediate. 3) Voyageurs de 2® classe. II. 10) Bagages en tonnes. A. Reseau ferre. B. Reseau de voies navigables interieures. C. Reseau routier. D. Ports. II. 11) Bagages en tonnes/km. A. Reseau ferre. B. Reseau de voies navigables interieures. C. Reseau routier. II. 12) Trafic marchandises. ~ Transports com- merciaux. A. Reseau ferre. reiziger. A. Spoorwegnet. 1) Reizigers 1st® klasse. 2) Reizigers 2d® klasse. 3) Reizigers 3d® klasse. 4) Reizigers 4d® klasse. B. Net van de binnenwaterwegen. 1) Reizigers luxe-hut. 2) Reizigers 1st® klasse. 3) Reizigers tussenklasse (2d® klasse). 4) Reizigers 3d® klasse. 5) Reizigers 4d® klasse. C. Wegennet. 1) Reizigers 1st® klasse. 2) Reizigers tussenklasse. 3) Reizigers 2d® klasse. II. 10) Reisgocd in tonnen. A. Spoorwegnet. B. Net van de binnenwaterwegen. C. Wegennet. D. Havens. II. 11) Reisgoed in ton/kilometer. A. Spoorwegnet. B. Net van de binnenwaterwegen. C. Wegennet. II. 12) Goederenverkeer. — Handelsvervoer. A. Spoorwegnet. 41 1° Nombre de tonnes chargees. 2° Nombre de tonnes dechargees. 3° Nombre de tonnes entrees chargees par re seau d’origine. 4° Nombre de tonnes entrees chargees par re seau de destination. 5° Nombre de tonnes transportees. B. Reseau de voies navigables interieures. 1° Nombre de tonnes chargees. 2° Nombre de tonnes dechargees. 3° Nombre de tonnes entrees chargees par re seau d’origine. 4° Nombre de tonnes sorties chargees par re seau de destination. 5° Nombre de tonnes transportees. C. Reseau routier. 1° Nombre de tonnes chargees. 2° Nombre de tonnes dechargees. 3° Nombre de tonnes entrees chargees par re seau d’origine. 1° Aantal geladen tonnen. 2° Aantal geloste tonnen. 3° Aantal geladen tonnen binnengekomen over het net van herkomst. 4° Aantal geladen tonnen buitengegaan over het net van bestemming. 5° Aantal vervoerde tonnen. B. Net van binnenwaterwegen. 1° Aantal geladen tonnen. 2° Aantal geloste tonnen. 3° Aantal geladen tonnen binnengekomen over het net van herkomst. 4° Aantal geladen tonnen buitengegaan over het net van bestemming. 5° Aantal vervoerde tonnen. C. Wegennet. 1° Aantal geladen tonnen. 2° Aantal geloste tonnen. 3° Aantal geladen .tonnen binnengekomen over het net van herkomst. 4° Nombre de tonnes sorties chargees par re 4° Aantal geladen tonnen buitengegaan over het seau de destination. 5° Nombre de tonnes transportees. D. Ports. 1° Transit complet : nombre de tonnes. 2° Demi transit : nombre de tonnes. 3° Total : nombre de tonnes. II. 13) Trafic marchandises. — Transport en service. net van bestemming. 5° Aantal tonnen vervoerd. D. Havens. 1° Volledige doorvoer : aantal tonnen. 2° Halve doorvoer : aantal tonnen. 3° Totaal : aantal tonnen. II. 13) Goederen vervoer. Dienstvervoer. A. Reseau ferre : nombre de tonnes. B. Reseau de voies navigables interieures : nom A. Spoorwegnet ; aantal tonnen. • B. Net van de binnenwaterwegen : aantal ton bre de tonnes. nen. C. Reseau routier : nombre de tonnes. D. Ports : nombre de tonnes. II. 14) Trafic marchandises. — Transports to- C. Wegennet : aantal tonnen. D. Havens : aantal tonnen. II. 14) Goederen verkeer. — Totaal vervoer. -— faux. ■— Nombre de tonnes. Aantal tonnen. A. Reseau ferre : Transports commerciaux -j- transports en service. B. Reseau de voies navigables interieures : Transports commerciaux transports en service. C. Reseau routier : Transports commerciaux + transports en service. D. Ports : Manutention commerciale -f- manutention en ser A. Spoorwegnet : Handelsvervoer + dienstvervoer. B. Net van de binnenwaterwegen : Handelsvervoer + dienstvervoer. C. Wegennet : Handelsvervoer + dienstvervoer. D. Havens : Behandeling handelsgoederen + behandeling vice. dienstgoederen. II. 15) Trafic marchandises. — Nombre tonnes/ II. 15) Goederenverkeer. — Aantal ton/km. km. >— Transports commerciaux. Handelsvervoer. A. Transport ferre : Nombre de tonnes/km transportees. B. Reseau de voies navigables interieures : Nombre de tonnes/km transportees. Pour 1 Otraco Fluvial, ces renseignements sont fournis separement pour : a) Le fleuve. b) Le Kasai. c) Les autres voies navigables interieures. C. Reseau routier : Nombre de tonnes/km transportees. A. Spoorwegnet : Aantal vervoerde t/km. B. Net van de binnenwaterwegen : Aantal vervoerde t/km. Voor de Otraco Waterwegen, moeten deze in- lichtingen afzonderlijk worden verstrekt voor : a) De stroom. b) De Kasai. c) De andere binnenwaterwegen, C. Wegennet : Aantal vervoerde t/km. 42 II. 16) Trafic marchandises. — Nombre de ton nes/km. ■— Transports en service. A. Reseau ferre : Nombre de tonnes/km. B. Reseau de voies navigables interieures : Nombre de tonnes/km. Pour I'Otraco Fluvial, ces renseignements sont fournis separemcnt pour : a) Le fleuve. b) Le Kasai. c) Les autres voies navigables interieures. C. Reseau routier : Nombre de tonnes/km. II. 17) Tragic marchandises. — Nombre de ton II. 16) Goederenvervoer. — Aantal ton/km dienstvervoer. A. Spoorwegnet : Aantal t/km. B. Net van de binnenwaterwegen : Aantal t/km. Voor de Otraco Waterwegen, moeten deze in- i lichtingen afzonderlijk worden verstrekt voor : I a) De stroom. b) De Kasai. c) De andere binnenwaterwegen. C. Wegennet : Aantal t/km. II. 17) Gocderenverkecr. — Aantal ton/km. ~ nes/km. — Transports totaux. Totaal vervoer. A. Reseau ferre : Nombre de tonnes/km transport commercial 4- A. Spoorwegnet : Aantal t/km handelsvervoer 4* dienstvervoer. transport service. B. Reseau de voies navigables interieures : Nombre de tonnes/km transport commercial -{ B. Net van de binnenwaterwegen : Aantal t/km handelsvervoer 4' dienstvervoer. transport service. C. Reseau routier : Nombre de tonnes/km transport commercial 4" transport service. II. 18) Trafic marchandises. — Nombre de ton nes/km commerciales par km exploite. A. Reseau ferre : nombre de ton./km commerciales II. 15), A. nombre de km exploits I. 2). A.. 1| B. Reseau de voies navigables interieures nombre de ton./kin commerciales II. 15). B. nombre de km exploits I. 2),B., h C. Wegennet : Aantal t/km handelsvervoer 4- dienstvervoer. II. 18) Goederenverkeer. — Aantal t/km han delsvervoer per geexploitcerde km. A. Spoorwegnet. aantal t/km handelsvervoer = II. 15), A. aantal geexploitcerde km — I. 2), A.. 3) B. Net van dc binnenwaterwegen : aantal t/km handelsvervoer — II. 15), B. aantal geexploitcerde km =1. 2), B„ 4) C. Reseau routier : C. Wegennet : nombre dc ton./km commerciales “ II. 15). C. nombre de km exploits I. 2), C., 3) II. 19) Traf ie marchandises. — Nombre de ton ncs/km total par km exploite A. R eseau ferre : nombre de ton./km total — Il 17). A nombre de km exploits I. ?), A.. 1) B. Reseau de voies navigables interieures : nombre de ton./km total = II. 17). B. aantal t/km handelsvervoer = II. 15), C. aaotal getfxploiteerde km — I. 2). C.. 3) II. 19) Gocderenverkecr. — Totaal aantal t/km per (fecxploiteerde km. A. Spoorwegnet : totaal aantal t/km — II. 17). A. aantal geexploitcerde km — I. 2). A., 3) B Net van de binnenwaterwegen : totaal aantal t/km = II. 17), B. nombre de km exploits I. 2).B . )i aantal geexploitcerde km =1. 2), B. 4) C. Reseau routier : C. Wegennet : nombre de ton./km total = II. 17), C. nombre de km explodes I. 2),C., 3» II. 20) Trafic marchandises. — Parcours mogen d une tonne commcrciale. A. Roseau ferre : Nombre de km. B. Reseau dcs voies navigables interieures : Nombre de km. totaal aantal t/km = II. 17), C. aantal geexploitcerde km =1. 2), C., 3) II. 20) Gocderenverkecr. — Gemiddeldc afstand afgelegd door een handclston. A. Sooprwegnet : Aantal km. B. Net van de binnenwaterwegen : Aantal km. C. Reseau routier : Nombre de km. II. 21) Trafic marchandises. — Nombre de ton- nes/km commerciales par rapport a la ca- pacite des vehicules de l’effectif du re- seau. A. Reseau ferre : , 4 I . nombre de ton./km commerciales = II. 15), A. total de capacite de l’effectif du reseau X C. C = coefficient correctif de la capacite pour te- nir compte des vehicules en interechange. B. Reseau de voies navigables interieures : l.. 1 . ' .. ’!. . . . , nombre de ton./km commerciales = II. 15), B. total de capacite de l’effectif du reseau C. Reseau routier : * * nombre de ton./km commerciales =z; II. 15), C. / J k ' total de capacite de l’effectif du reseau II. 22) Trafic de marchandises. — Nombre de wagons charges. Reseau ferre : Nombre de wagons charges. II. 23) Trafic de marchandises. . . i ; moyen d’un wagon. Reseau ferre : ■ 1 : Chargement 43 t i t .... i C. Wegennet : Aantal km. II. 21) Goederenverkeer. ■— Aantal t/km han- delsvervoer in verhouding tot de capa- citeit der voertuigen van het effectief van het net. ... i A. Spoorwegnet : aantal t/km handelsvervoer — II. 15), A. totale capaciteit van het effectief van het net X C. C = verbeteringscoefficient van de capaciteit ; om rekening te houden met de voertuigen in uit- wisseling. B. Net van de binnenwaterwegen : aantal t/km handelsvervoer = II. 15), B. totale capaciteit van het effectief van het net L- ■ < ■ ■ > ■ C. Wegennet : ■ -j. ■' > - . ;. ■_ •< 4 aantal t/km handelsvervoer == II. 15), C. totale capaciteit van het effectief van het net II. 22) Goederenverkeer. wagons. Aantal geladen Spoorwegnet : Aantal geladen wagons. II. 23) GoederenPer freer. — Gemiddelde lading van een wagon. "" Spoorwegnet': >■- .. ■< : nombre total de tonnes chargees = II. 14), A. nombre de wagons charges = II. 22) II. 24) Trafic de marchandises. — Coefficient d’utilisation des bateaux. ' 1° Fleuve : totaal aantal geladen ton ,=j= II. 14), A. aantal geladen wagons = II. 22) II. 24) Goederenverkeer. der boten. - Gebruikscoeffient 1° Stroom : , •• tonnes/km transportees tonnes/km offertes 2° Kasai : i tonnes/km transportees tonnes/km offertes . ,jl / 3° Lac Kivu : f ‘ ( •’ . ■ • ■ : ./ . .. . . • . , - ’ / ' ! 1 ’ 1 . in.-. / 1 <, • —-------------------------- ‘ tonnes/km transportees tonnes/km offertes 4° Secteur Equateur : tonnes/km transportees -- ------------'---- -------------------------- ■ f '•'7 ; , tonnes/km offertes 5° Secteur Stanleyville : tonnes/km transportees tonnes/km offertes 6° Secteur Kwilu : tonnes/km transportees tonnes/km offertes i ! ; vervoerde ton/km geboden ton/km 2° Kasai : ■ i i i . ■ . r vervoerde tpn/km . . ...... geboden ton/km ...p- 3° Kivu-Meer : ; . 'i ! .. ... ; ’ .? nr; vervoerde ton/km •. - - ,..ty -,ts geboden ton/km,. 4° Sector Evenaar : vervoerde ton/km , , geboden ton/km t . . . i , , t! 5° Sector Stanleystad : vervoerde ton/km geboden ton/km 6° Sector Kwilu : vervoerde ton/km geboden ton/km 44 7° Secteur Kasai : 7° Sector Kasai : , . , tonnes/km transportees tonnes/km offertes vervoerde ton/km geboden ton/km 8° Secteur Ponthierville-Kindu : 8° Sector Ponthierstad-Kindu : tonnes/km transportees tonnes/km offertes vervoerde ton/km geboden ton/km 9° Secteur Kabalo-Bukama : 9° Sector Kabalo-Bukama : tonnes/km transportees tonnes/km offertes 10° Lac Tanganyika : tonnes/km transportees tonnes/km offertes III. — Resultats financiers. III. 1) Recettes voyageurs. A. Reseau ferre : 1° Recette lr® classe. 2° Recette 2® classe. 3° Recette 3® classe. 4° Recette 4® classe. 5° Total. B. Reseau de voies navigables interieures : 1° Recette lr® classe et cabine de luxe. 2° Recette classe intermediate (2® classe). 3° Recette 3® classe. 4° Recette 4® classe. 5° Total. C. Reseau routier : 1° Recette lr® classe. 2° Recette 2® classe. 3° Recette 3® classe. 4° Total. III. 2) Recettes bagages. A. Reseau ferre : B. Reseau de voies navigables interieures : C. Reseau routier : D. Ports. III. 3) Recette totale du trafic voyageurs. A. . Reseau ferre : Recette totale voyageurs -J- recette bagages. B. Reseau de voies navigables interieures : Recette totale voyageurs 4~ recette bagages. C. Reseau routier : Recette totale voyageurs -f- recette bagages. D. Ports : Recette bagages. vervoerde ton/km geboden ton/km i i 10° Tanganika-Meer : t ____ ——.—.— ------------- —------ —---------- vervoerde ton/km geboden ton/km III. — Financiele uitslagen. J III. 1) Ontvangsten reizigers. A. Spoorwegnet : 1° Ontvangsten 1st® klasse. 2° Ontvangsten 2d® klasse. 3° Ontvangsten 3d® klasse. 4° Ontvangsten 4d® klasse. 5° Totaal. B. Net van de binnenwaterwegen : 1° Ontvangsten 1st® klasse en luxe-hut. 2° Ontvangsten tussenklasse (2d® klasse). 3° Ontvangsten 3d® klasse. 4° Ontvangsten 4d® klasse. 5° Totaal. C. Wegennet : 1° Ontvangsten l,te klasse. 2° Ontvangsten 2d® klasse. 3° Ontvangsten 3d® klasse. 4° Totaal. III. 2) Ontvangsten reisgoed. A. Spoorwegnet. B. Net van de binnenwaterwegen. C. Wegennet. D. Havens. Ill 3) Totale ontvangst reizigersverkeer. A. Spoorwegnet : Totale ontvangst reizigers + reisgoed. B. Net van de binnenwaterwegen : Totale ontvangst reizigers + reisgoed. C. Wegennet : Totale ontvangst reizigers + reisgoed. D. Havens : Ontvangst reisgoed. 45 III. 4) Recette du trafic marchandises. Uni- taire. — Par tonne. ■— Par tonne/km. A. Reseau ferre : Recettes du trafic marchandises III. 4) Ontvangst goederenverkeer. — Eenheid. — Per ton. — Per ton/km. A. Spoorwegnet : Ontvangsten van het goederenverkeer Total T otaal Recettes Recettes par par tonne tonne/km transportee Ontvangsten Ontvangsten per vervoerde ton per ton/km 1° Marchandises classe 2" Marchandises classe 3° Marchandises classe 4° Marchandises classe 5° Marchandises classe 6° Marchandises classe 7° Marchandises classe 8° Marchandises classe 9° Marchandises classe 10° Marchandises classe 11° Marchandises classe 12° Marchandises classe 13° Marchandises classe - Goederen lete klasse 1 2 - Goederen klasse 2 3 Goederen klasse 3 4 ** Goederen klasse 4 5 Goederen klasse 5 6 - Goederen klasse 6 7 ** Goederen klasse 7 8 - Goederen klasse 8 9 ** Goederen klasse 9 10 Goederen klasse 10 11 - Goederen klasse 11 12 Goederen klasse 12 13 Goederen klasse 13 Sous-total des T. O. marchandises Totaal der goederen G. T. 14° Produits classe A - Producten klasse A 15° Produits classe B * Producten klasse B 16° Produits classe C - Producten klasse C 17° Produits classe D - Producten klasse D 18° Produits classe E - Producten klasse E 19° Produits classe F - Producten klasse F Sous-total des produits - Totaal der producten 20° Marchandises interreseaux (aller) Goederen internetten (heen) 21° Marchandises interreseaux (retour) Goederen internetten (terug) 22° Marchandises en tarif special (aller) Goederen bijzonder tarief (heen) 23° Marchandises en tarif special (retour) Goederen bijzonder tarief (terug) 24° Marchandises en tarif special local Goederen bijzonder locaal tarief Sous-total des tarifs interreseaux et speciaux Totaal goederen internetten en bijzonder tarief 25° Total general marchandises et produits Algemeen totaal goederen en producten B. Reseau de voies navigables interieures : 1° Marchandises classe 2° Marchandises classe 3° Marchandises classe 4° Marchandises classe 5® Marchandises classe 6° Marchandises classe 1 - Goederen llte klasse 2 - Goederen klasse 2 3 - Goederen klasse 3 4 - Goederen klasse 4 5 - Goederen klasse 5 6 - Goederen klasse 6 B. Net van de binnenwaterwegen —.... ................................. ....................... . <> ;r‘t ft 46 Total T otaal 'i par Recettes Recettes par tonne transportee tonrie/km Ontvangsten Ontvangsten per vervoerde ton per ton/km 7" Marchandises classe > 7 - Goederen klasse 7 8" Marchandises classe 8 - Goederen klasse 8 9" Marchandises classe 9 - Goederen klasse 9 10° Marchandises classe 10 - Goederen klasse 10 11° Marchandises classe 11 - Goederen klasse 11 12” Marchandises classe 12 - Goederen klasse 12 13° Marchandises classe 13 - Goederen klasse 13 Sous-total des T. O. marchandises Totaal dcr goederen G. T. 14° Produits classe A - Productcn klasse A 15” Produits classe B - Producten klasse B 16" Produits classe C - Producten klasse C 17° Produits classe D - Producten klasse D 18” Produits classe E - Producten klasse E 19” Produits classe F - Producten klasse F Sous-total des produits - Totaal der producten 20” Marchandises interreseaux (aller) Goederen internetten (hecn) 21” Marchandises interreseaux (retour) Goederen internetten (terug) 22° Marchandises en tarif special (aller) Goederen bijzonder tarief (heen) 23° Marchandises en tarif special (retour) Goederen bijzonder tarief (terug) 24° Marchandises en tarif special local Goederen bijzonder locaal tarief Sous-total des tarifs interreseaux et speciaux Totaal goederen internetten cn bijzonder tarief 25° Total general marchandises et produits Algemeen totaal goederen en producten i ■ * i .. ' , /»•< , • > ’■ - •i vA . '■ • j --’I? ?’ » • 'J 1 • "1 • ■i• i a. ••; '>> a :■ ■ ■• ir> r •, 5" - 4 > ? ’ * ! ‘il ; , • • •' ' 4 It • 7-/ ’ ' i» i . • '! i • 1 ’ ‘ 1 a b ' ’•> • ‘ • • ■’ ' C A ■ i>; ‘ :p< 3 ' A • i ’ i . ; ■■■•; Al r A i i f •> •» 7 ' "i, ’ ; J; ' '/?.‘hr;...' . ,i i..- "bl 7 .»• chu . < • 'i?e..' ■. :I,I4 •Ip . i . ’ j b . U • ., • t' • • i a V 1, , *•« ♦ » 1 1! ;b».. Ti . i • A ’ ■I; ’• ' '’nd .j, • • ' 1 • * ■ ■ i, • • atsubo i \ ' f ” . «i •• • ' f' “4? if bo 1 ' • ‘ r p ' . < ' ■ '■ ' i ■ : * H •J •c J ■•’t . ' >U’" ? J • , I. * t . • • , ' • ■•'a’ • j •. '•'* . 17 •• • /.t •’ t 1 ; • fit •• f . . ' • - ' . ? . t . . • / C. Reseau routier : dans les classes 1 a 13 Goederen op de rivier- cn spoorwegnette in de klassen 1 tot 13 2" Produits des categories A a F Producten van categorieen A tot F 3° Marchandises interreseaux aller Goederen internetten heen 4” Marchandises interreseaux retour. , Goederen internetten terug 5° Marchandises en tarifs speciaux Goederen bijzondere tarieven 6° Total general marchandises et produits Algemeen totaal goederen en producten ■» . ■ •' 1;1 ••. • ; * 1 ' 1 r' it J ’ • • •/ r; :■ .• ’ t'-’i > • H|. ’ ’ • ■ . ir i--. . TV C. Wegennet : t ferres ............ If. * ’ ' igschikt 1 • ■ !».-’• , • • ; jV.a- • f . V . t . ’ ' . • * ' ' ■ ia- !i;« ni - 47 D. Ports (de Matadi, de 1° Marchandises classe 2° Marchandises classe 3° Marchandises classe 4° Marchandises classe 5° Marchandises classe 6° Marchandises classe 7° Marchandises classe 8° Marchandises classe 9° Marchandises classe 10Q Marchandises classe 11° Marchandises classe 12° Marchandises classe 13° Marchandises classe Boma, de Leopoldville) : 1 - Goederen Is te klasse 2 - Goederen klasse 2 3 - Goederen klasse 3 4 - Goederen klasse 4 5 - Goederen kalsse 5 6 - Goederen klasse 6 7 - Goederen klasse 7 8 - Goederen klasse 8 9 - Goederen klasse 9 10 - Goederen klasse 10 11 - Goederen klasse 11 12 - Goederen klasse 12 13 - Goederen klasse 13 Sous-total des T. O. marchandises Totaal der goederen G. T. 14° Produits classe A - Producten klasse A 15° Produits 16° Produits 17° Produits 18° Produits 19° Produits classe B - Producten klasse B classe C - Producten klasse C classe D - Producten klasse D classe E - Producten klasse E classe F - Producten klasse F Sous-total des produits - Totaal der producten 20° Marchandises interreseaux (aller) Goederen internetten (heen) 21° Marchandises interreseaux (retour) Goederen internetten (terug) 22° Marchandises en tarif special (aller) Goederen bijzonder tariejj (heen) 23° Marchandises en tarif special (retour) Goederen bijzonder fariej (terug) 24° Marchandises en tarif special local Goederen bijzonder locaal taricj Sous-total des tarifs interreseaux et speciaux Totaal goederen internetten en bijzonder tariejj 25° Total general marchandises et produits Algemeen totaal goederen en producten E. Autres ports (Coquilhatville, Stanleyville [rive droite], Aketi, Stanleyville [rive gauche], Ponthierville, Kindu, Kongolo, Kabalo, Albertville, Usumbura, Bukavu, Goma, Kisenyi, Port-Francqui Bukama). / ■■■.-.■111——— —■ . Total Par tonne manuten- tionnee Totaal Per behan- dclde ton D. Havens (Matadi, Boma, Leopoldstad) : E. Andere havens (Coquilhatstad, Stanleystad [rechteroever], Aketi, Stanleystad [linkeroever], Ponthierstad, Kindu, Kongolo, Kabalo, Albertstad, Usumbura, Bukavu, Goma, Kisenyi, Francqui-Ha- ven, Bukama). ............... & -1 ' •” • :i — — 48 RECETTES DU TRAFIC. VERKEERSONT V ANGST EN. Total pour marchandises et produits Totaal voor goederen en producten i Total Totaal Par tonne manuten- tionnee Per behan- deldc ton III. 5) Recettes accessoires du trafic (pesage magasinage, chomage, surtaxes colis lourds, etc.). A. Reseau ferre : B. Reseau de voies navigables interieures : C. Reseau routier : D. Ports : III. 6) Recettes en dehors du trafic (ventes elec- tricite, travaux pour tiers, etc.). III. 5) Aanvullcndc verkeersontvangsten (we- ging, opslag, staangeld, extrataks zware colli, enz.). A. Spoorwegnet : B. Net van de binnenwaterwegen : C. Wegennet : D. Havens : III. 6) Ontvangsten buiten het verkeer (ver- koop electriciteit, werken voor derden, enz.). A. Reseau ferre : B. Reseau de voies navigables interieures : C. Reseau routier : D. Ports : III. 7) Recettes totales. A. Reseau ferre : B. Reseau de voies navigables interieures : C. Reseau routier : D. Ports : A. Spoorwegnet : B. Net van de binnenwaterwegen : C. Wegennet : D. Havens : III. 7) Totale ontvangsten. A. Spoorwegnet : B. Net van de binnenwaterwegen : C. Wegennet : D. Havens : III. 8) Depcnscs. Les tableaux I, VII et VIII comportent les de- penses qui concernent 1’ensemble des exploitations diverses d’un meme organisme. Les tableaux II, III, IV, V, VI, IX et X doivent etre dresses separement pour chacune des exploi tations suivantes, les depenses des tableaux I, VII et VIII etant reparties : Le chemin de fer du Mayumbe. Le chemin de fer de Matadi a Leo. Le chemin de fer du B. C. K. Le chemin de fer du C. F. L. Le chemin de fer des Vicicongo. Le chemin de fer du Kivu. Le reseau des voies navigables interieures de l’Otraco. III. 8) Uitgaven. De tabellen I, VII en VIII vermelden de uitga ven betreffende het geheel van de verschillende exploitaties van een zelfde organisme. De tabellen II, III, IV, V, VI, IX en X moeten voor elk van volgende exploitaties afzonderlijk worden opgemaakt; de uitgaven van de tabellen I, VII en VIII worden verdeeld : De « Chemin de Fer du Mayumbe ». De « Chemin de Fer de Matadi a Leopoldville ». De « Chemin de Fer du B. C. K. ». De « Chemin de Fer du C. F. L. ». De « Chemin de Fer des Vicicongo ». De « Chemin de Fer du Kivu ». Het net van de binnenwaterwegen van de Otraco. Les voies navigables interieures de l’Otraco-Ki- De binnenwaterwegen van de Otraco-Kivu. vu. Les voies navigables interieures du C. F. L. De binnenwaterwegen van de C.F.L.-Tanganika. Tanganyika. Les voies navigables interieures autres du C. F. L. Le reseau routier des Vicicongo. Le reseau routier du C. F. Kivu. Le port de Matadi. Le port de Leopoldville. Le port de Boma. Les ports interieurs de l’Otraco. Les ports du B. C. K. Les ports interieurs du C. F. L. Le port d’Aketi. De binnenwaterwegen van de C.F.L. Het wegennet van de Vicicongo. Het wegennet van de C. F. Kivu. De haven van Matadi. De haven van Leopoldstad. De haven van Boma. De binnenhavens van de Otraco. De binnenhavens van de B. C. K. De binnenhavens van de C. F. L. De haven van Aketi. 49 - Les tableaux II. Ill, IV et VI fournis par r I’Otraco (voies navigables interieures) devront au 6e/. comporter separement les depenses relatives tfe , fleuve, au Kasai et aux autres voies navigables De tabellen II, III, IV en VI geleverd door de Otraco (binnenwaterwegen) moeten afzonderlijk de uitgaven vermelden betreffende de stroom, de Kasai en de andere binnenwaterwegen. interieures. III. 8) I. Administration centrale. Personnel (1) (Europe + Afrique) III. 8) I. Centraal Bestuur. Personeel (1) (Europa + Afrika) % l i Direction Generate s 2n Service commercial Service des statistiques Service des litiges.etc. Depenses autres (2) fr. Algemene Directie Commerciele dienst Dienst Statistiek Dienst Geschillen, enz. Andere uitgaven (2) sub- Impots - taxes - publicity sides - charroi automobile missions, etc. Total (3) N. B. — A donner globalemcnt pour tous les reseaux (rail, cau, route, ports) d’un meme orga nisme. corn- s fr. Coefficient de repartition de ces charges entre les differents reseaux : Rail; Eau ; Routes ; Ports ; III. 8) II. Administration centrale du reseau. Personnel (4) fr. fr. Direction ga. Services administratifs nde (Comptabilite, controle des recet- ( tes, etc.) eten Depenses autres (5) ) f ) Impots - taxes - publieite - sub- / ( sides - charroi automobile ien 1.. Total (6) III. 8) III. Mouvement et trafic. Personnel (7) ilk». Service central de l’exploitation - direction regionale - secteurs - ports - magasins - quais - engins - gares - stations - haltes - agences - garages - regulation de la circu lation - manoeuvre des signaux - * centraux tclcphoniqucs des gares - ports, etc. Depenses autres(8) Indemnites pour retards, accidents - pertes et avaries, etc. \ fr. Total (9) III. 8) IV. Tractie (uitrusting voor de scheep- ces de navigation). 1. Personnel (10) Services de la traction - depots - s personnel navigant - personnel .ontroleur - personnel occupe aux nanoeuvres dans tes ports fr. Belastingen - taksen - publiciteit - toelagen - park rollend materieel - . fr................. commissies, enz. Totaal (3) N. B. — Globaal te verstrekken voor alle net- ten (spoor, water, weg, havens) van eenzelfde organisme. , Verdelingscoefficienten van deze lasten tussen de verschillende netten : ) Spoor : Water : Weg : Havens : III 8) II. Centraal bestuur van het net. Personeel (4) Directie Administratiediensten (Comptabilitcit, controle ontvang sten, enz.) Andere uitgaven (5) Belastingen - taksen -publiciteit - toelagen - park rollend materieel Totaal (6) III. 8) III. Betvcging en verkeer. Personeel (7) Centrale dienst van de exploita tie - regionale directie - sectoren - havens (magazijnen, kaaien, werk- tuigen) - stations - haltes - agent- schappen - garages - verkeersre- geling - bediening der seinen - telefooncentrales van stations, ha vens, enz. Andere uitgaven (8) Vergoeding voor vertraging - on- gevallen - verlies en averij, enz. fr.................. i '5* Totaal (9) III. 8) IV. Tractie (uitrusting voor de schecp vaartdiensten). 1. Personeel (10) Tractiediensten - depots - varend personeel - controlepersoneel - personeel gebezigd voor de ma noeuvres in de havens , ll\ •••••••••••• 5 - 50 2. Combustibles. — Carburants. — Energie clec- fr.................. fr.................. fr.................. trique (11) 3. Depenses autres Total (13) (12) III. 8) V. Materiel roulant (flottant, portuairc). Personnel (14) Pour entretien et reparation Depenses autres (15) Total (16) III. 8) VI. Installations fixes. Personnel (17) Entretien des batiments - des quais - de la voie - telecommunications - surveillance de la voie - cons tructions en depenses d’exploita- tion Depenses autres (18) Total (19) III. 8) VII. Services medicaux Personnel (20) fr.................. fr.................. fr.................. f fr.................. fr.................. fr.................. et sociaux. Medecins - infirmiers - infirmieres ) - aides - assistantes sociales - in- fr.................. stitutrices, etc. Depenses autres (21) Produits d'entretien - transport des malades - analyses, etc. Total (22) N. B. — A donner globalement par tous les reseaux (rail, eau, route, ports) d’un meme or- ganisme. Coefficient de repartition de ces charges entre les differents reseaux : Rail : ■»—i Jtsau : Route : Ports : III. 8) VIII. Divers. Personnel (23). Surveillance du materiel en cho- mage. — Exploitations accessoires (prise et remise a domicile). Depenses autres (24). Matieres. Total (25). (Voir le N. B. d'administration ccntrale.) III. 8) IX. Depenses totalcs avec rcnouvellc- ment. 1. Depenses de personnel (26). Somme de (1), (3), (7), (10), (14), (17), (20), (23). 2. Brandstoffen. — Bedrijfsstoffen. - Electrj fr............... fr............... .............. sche energie (11) 3. Andere uitgaven (12) Totaal (13) III. 8) V. Rollend materieel Personeel (14) Voor onderhoud en herstelling Andere uitgaven (15) Totaal (16) III. 8) VI. Vaste installaties Personeel (17) (vlottend, haven), fr.............. fr.............. fr.............’’’ Onderhoud van gebouwen, kaaien, I fr............... spoor - televerbindingen - toe- ) zicht op het spoor - bouwwerken J en exploitatie-uitgaven \ Andere uitgaven (18) Totaal (19) III. 8) VII. Medische en sociale dienst. Personeel (20) fr................ fr............... Artsen - verplegers - verpleeg- i sters - sociale hulpassistenten ’ fr................. onderwijzeressen, enz. I Andere uitgaven (21) Onderhoudsproducten - ziekenver- voer, analysen, enz. Totaal (22) N. B. — Globaal te verinelden voor alle netten (spoor, water, weg, havens) van een zelfde orga- nisme. Verdelingscoefficient van deze lasten tussen de verschillende netten : Spoor : Water : Weg : Havens : III. 8) VIII. Allerlei. Personeel (23). Toezicht op het stilstaand ma- tcrieel. — Bijkomende exploitaties (afhaling en thuisbezorging). Andere uitgaven (24). Stoffen. Totaal (25). (Zie de N. B. Centraal Bestuur.) III. 8) IX. Totale uitgaven met vcrnicuiving. 1. Personeelsuitgaven (26). Som van (1), (3), (7), (10), (14), (17), (20), (23). ■ 2. Depenses autres (27). Somme de (2), (5), (8), (12), (15), (18), (21) 2. Andere uitgaven (27). Som van (2), (5), (8), (12), (15), (18), (21) (et 24). en (24). 3. Versement au fonds de renouvellement. (28) 4. Total (29). N. B. — Les depenses de personnel comprennent les vcrseincnts patronaux pour pension legale. 3. Storting op het vernieuwingsfonds, (28) 4. Totaal (29). N. B. — In de personeelsuitgaven zijn begrepen de werkgeversbijdragen voor het wettelijk pensioen. - 51 - III. 8) X. Depenses generates comportant les de penses Sexploitation, les charges sociales, les dotations au fonds de pension, les assurances et les charges financieres. Personnel. 1. Traitements et salaires coinprenant les char \ ges patronales pour la pension legale : a) Non-indigenes. b) Indigenes. 2. Dotation au fonds de pension : a) Non-indigenes. b) Indigenes. 3. Frais de voyages : a) Non-indigenes. b) Indigenes. 4. Assurance personnel : a) Non-indigenes. Z?) Indigenes. 5. Frais medicaux et des services sociaux (com- prenant logement, rations, etc.). Depenses autres. 6. Matieres et divers. 7. Dotations au fonds de renouvellement. 8. Assurances. 9. Charges financieres. 10. Total. III. 8) XI. Valeurs cn milliers de francs des in- vesfissemenfs nouveaux effectues dans le courant de l'exercice. fr................. III. 9) Indication des produits nets ou insuffi- sants des recettes d’exploit at ion. A. Reseau ferre : Recette totale moins depenses totales d’exploita tion (III. 8) IX. 4). B. Reseau de voies navigables interieures : Recette totale moins depenses totales d’exploita tion (III. 8) IX. 4). C. Reseau routier : Recette totale moins depenses totales d’exploita tion (III. 8) IX. 4). III. 8) X. Algemene uitgaven waaronder dc exploitatie-uitgaven, de sociale lasten, de dotaties op het pensioenfonds, de verzekeringen en de financiele lasten. Personeel. 1. Wedden en lonen daaronder begrepen de werkgeversbijdragen voor het wettelijk pensioen : a) Niet-inlanders. b) Inlanders. 2. Dotatie op het pensioenfonds : a) Niet-inlanders. b) Inlanders. 3. Reiskosten : a) Niet-inlanders. b) Inlanders. 4. Verzekering personeel : a) Niet-inlanders. b) Inlanders. 5. Kosten medische en sociale dienst (daaronder begrepen huisvesting, rantsoenen, enz.). Andere uitgaven. 6. Stoffen en allerlei. 7. Dotaties op het vernieuwingsfonds. 8. Verzekeringen. 9. Financiele lasten. 10. Totaal. III. 8) XI. Waarde in duizend frank van de nieuwe beleggingen gedaan tijdens het dienstjaar. fr................. III. 9) Aanwijzing van de netto-opbrengst of van het tekort der exploitatie-ontvang sten. A. Spoorwegnet : Totale ontvangst verminderd met de totale ex ploitatie-uitgaven (III 8) IX 4). B. Net van de binnenwaterwegen : Totale ontvangst verminderd met de totale ex ploitatie-uitgaven (III 8) IX 4). C. Wegennet : Totale ontvangst verminderd met de totale ex ploitatie-uitgaven (III 8) IX 4). D. Ports : Recette totale moins depenses totales d’exploita D. Havens : Totale ontvangst verminderd met de totale ex tion (III. 8) IX 4). III. 10) Coefficient d’exploitation. A. Reseau ferre : I I . ploitatie-uigaven (III 8) IX 4). III. 10) Exploitatiecoefficient. A. Spoorwegnet : ' depenses totales d’exploitat. (Ill 8) 1X4) x 100 ~ totale exploitatie-uitgaven (III 8) IX 4) x 100 = recette totale totale ontvangst B. Reseau de voies navigables interieures : B. Net van de binnenwaterwegen : depenses totales d’exploitat. (Ill 8) 1X4) x 100 ~ totale exploitatie-uitgaven (III 8) IX 4) x 100 = recette totale totale ontvangst C. Reseau routier : C. Wegennet : depenses totales d’exploitat. (HI 8) 1X4) x 100 = totale exploitatie-uitgaven (III 8) IX 4) x 100 = recette totale totale ontvangst D. Ports : 52 D. Havens : I I j depenses totales d exploitat. (Ill 8) 1X4) x 100 = recette totale totale exploitatie-uitgaven (III 8) IX 4) x 100 =* totale ontvangst III. 11) Excedcnt on insuffisance de recette par rapport aux depenses totales. A. Reseau ferre : Recettes totales moins depenses totales (III. 8) x 10). B. Reseau de voies navigables interieures : Recettes totales moins depenses totales (III. 8) x 10). C. Reseau routier : Recettes totales moins depenses totales (III. 8) x 10). D. Ports : Recettes totales moins depenses totales (III. 8) x 10). III. 11) Teveel of tekort der ontvangsten in verhouding tot de totale uitgaven. A. Spoorwegnet : Totale ontvangsten min de totale uitgaven (III. 8) x 10) B. Net van de binnenwaterwegen : Totale ontvangsten min de totale uitgaven (III. 8) x 10) C. Wegennet : Totale ontvangsten min de totale uitgaven (III. 8) x 10) D. Havens : Totale ontvangsten min de totale uitgaven (III. 8) x 10) III. 12) Rapport en pourccntagc dcs charges to tales aux recettes totales. A. Reseau ferre : HI. 12) Verhouding in percentage van de totale lasten tot de totale ontvangsten. A. Spoorwegnet : depenses totales x 100 = recette totale totale uitgaven x 100 totale ontvangst B. Reseau des voies navigables interieures : B. Net van de binnenwaterwegen : depenses totales x 100 = recette totale totale uitgaven x 100 totale ontvangst C. Reseau routier : C. Wegennet : depenses totales x 100 = recette totale totale uitgaven x 100 totale ontvangst D. Ports : D. Havens : depenses totales x 100 — recette totale IV. —- Divers. IV. 1) Bois de chauffage. totale uitgaven x 100 totale ontvangst IV. ~ Allerlei. IV. 1) Brandhout. A. Reseau ferre : 1° Quantites consommees par les vehicules a A. Spoorwegnet : 1° Hoeveelheden verbruikt door motorvoertui- moteur. gen. 2° Prix unitaire au m3 (prix moyen pondere). 2° Eenheidsprijs de m3 (gewogen gemiddelde prijs). B. Reseau des voies navigables interieures : 1° Quantites consommees par les vehicules a B. Net van de binnenwaterwegen : 1° Hoeveelheden verbruikt door de motorvoer- moteur. tuigen. 2° Prix unitaire au m3 (prix moyen pondere). 2° Eenheidsprijs de m3 (gewogen gemiddelde prijs). C. Reseau routier : Neant. D. Ports : 1° Quantites consommees par les engins de ma C. Wegennet : Nihil. D. Havens : 1° Hoeveelheden verbruikt door de behande- nutention. lingstuigen. 2° Prix unitaire au m3 (prix moyen pondere). 2° Eenheidsprijs de m3 (gewogen gemiddelde prijs). 53 IV. 2) Charbon (a fournir separemcnt pour le charbon importe et le charbon de produc tion locale). IV. 2) Steenkool (afzonderlijk vermelden in- gevoerde steenkool en steenkool van plaatselijke productie). A. Reseau ferre : 1° Quantites consommees en tonnes par les ve A. Spoorwegnet : 1° Vebruikte hoeveelheid in ton door de mo- hicules a moteur. torvoertuigen. 2° Prix de revient a la tonne. B. Reseau des voies navigables interieures : 1° Quantites consommees en tonnes par les ve 2° Kostprijs de ton. B. Net van de binnenwaterwegen : 1° Verbruikte hoeveelheid in ton door de mo- hicules a moteur. torvoertuigen. 2° Prix de revient a la tonne. C. Reseau routier : Neant. D. Ports : 1° Quantites consommees en tonnes par les en gins de manutention. 2° Prix de revient a la tonne. IV. 3) Carburants liquidcs (gazoil). A. Reseau ferre : 1° Quantites consommees par les vehicules a 2° Kostprijs de ton. C. Wegennet : Nihil. D. Havens : 1° Verbruikte hoeveelheid in ton door de be- handelingswerktuigen. 2° Kostprijs de ton. IV. 3) Vloeibare brandstoffen (Gasoil). A. Spoorwegnet : 1° Hoeveelheden verbruikt door de motorvoer- moteur. tuigen. 2° Prix de revient au litre. B. Reseau des voies navigables interieures : 1° Quantites consommees par les vehicules a 2° Kostprijs de liter. B. Net van de binnenwaterwegen : 1° Hoeveelheden verbruikt door de motorvoer- moteur. tuigen. 2° Prix de revient au litre. C. Reseau routier : 1° Quantites consommees par les vehicules a 2° Kostprijs de liter. C. Wegennet : 1° Hoeveelheden verbruikt door de motorvoer- moteur. tuigen. 2° Prix de revient au litre. D. Ports : 1° Quantites consommees par les engins de ma 2° Kostprijs de liter. D. Havens : 1° Hoeveelheden verbruikt door de behande- nutention. 2° Prix de revient au litre. lingswerktuigen. 2° Kostprijs de liter. IV. 4) Carburants liquides ( essence). A. Reseau ferre : 1° Quantites consommees par les vehicules a mo teur. 2° Prix de revient au litre. B. Reseau des voies navigables interieures : 1° Quantites consommees par les vehicules a mo teur. 2° Prix de revient au litre. C. Reseau routier : 1° Quantites consommees par les vehicules a mo teur. 2° Prix de revient au litre. IV. 5) Energie electrique. A. Reseau ferre : 1° Quantites totales consommees. 2° Prix de revient au kw/h. B. Reseau des voies navigables interieures : 1° Quantites totales consommees. 2° Prix de revient au kw/h. C. Reseau routier : Neant. IV. 4) Vloeibare bedrijfsbrandstoffen (Benzine) A. Spoorwegnet : 1° Hoeveelheden verbruikt door de motorvoer- tuigen. 2° Kostprijs de liter. B. Net van de oinnenwaterwegen : 1° Hoeveelheden verbruikt door de motorvoer- tuigen. 2° Kostprijs de liter. j ' C. Wegennet : 1° Hoeveelheden verbruikt door de motorvoer- f f tuiqen. 2° Kostprijs de liter. IV. 5) Electrische energie. A. Spoorwegnet : 1° Totale verbruikte hoeveelheid. 2° Kostprijs de Kw/u. B. Net van de binnenwaterwegen : 1° Totale verbruikte hoeveelheid. 2° Kostprijs de Kw/u. C. Wegennet : Nihil. D. Ports : 1° Quantites totales consommees. 2° Prix de revient au kw/h. IV. 6) Lubrifiants. A. Reseau ferre : 1° Quantites totales consommees. 2° Prix de revient au kg. B. Reseau des voies navigables interieures : 1" Quantites totales consommees. 2° Prix de revient au kg. C. Reseau routier : 1° Quantites totales consommees. 2° Prix de revient au kg. D. Ports : 1° Quantites totales consommees. 2° Prix de revient au kg. - 3 Verify source ↗
Article 3
AI-assisted research summary: Certain listed commercial transports are excluded from the statistical information that must be provided.
Article 3. 54 D. Havens : 1° Totale verbruikte hoeveelheid. 2° Kostprijs de Kw/u. IV. 6) Smeerstoffen. A. Spoorwegnet : 1° Totale verbruikte hoeveelheid. 2° Kostprijs het kg. B. Net van de binnenwaterwegen : 1° Totale verbruikte hoeveelheid. 2° Kostprijs het kg. 3. Wegennet : 1* Totale verbruikte hoeveelheid. 2° Kostprijs het kg. D. Havens : 1° Totale verbruikte hoeveelheid. 2° Kostprijs het kg. Artikel 3. Les transports commerciaux ci-dessous sont ex- clus des renseignements statistiques a fournir : Les transports urbains, e’est-a-dire le transports tels que le point de depart et le point d’arrivee soient tous deux situes a l’interieur d’une meme agglomeration urbaine ; Les transports a l’interieur des ports (y compris ceux qui sont effectues par les alleges) ; Het hieronder genoemd handelsvervoer wordt niet gevraagd in de te verstrekken inlichtingen : Het stadsvervoer, d.w.z. het vervoer waarbij het punt van vertrek en het punt van aankomst alle- beide gelegen zijn binnen een zelfde stadsagglo- meratie ; Het vervoer binnen de havens (daaronder begre- pen het vervoer per lichter) ; Les transports effectues par les bacs a travers Het vervoer per veerpont over de waterlopen ; les cours d’eau ; Les mouvements a l’interieur des plantations, des Het verkeer binnen de plantages, bosexploitatics, exploitations forestieres, minieres et des usines ; mijnexploitaties en fabrieken ; Les transports des prises dans les batiments de Het vervoer van de vangst in de vissers- of chasse ou de peche ; jachtvaartuigen ; Les mouvements des vehicules livres comme mar chandises sans etre chargees sur d autres vehicules. Het verkeer van de voertuigen die als goederen worden geleverd zonder op andere voertuigen te worden geladen. - 4 Verify source ↗
Article 4
AI-assisted research summary: Most carriers covered by this ordinance do not have to provide the information required by Ordinance No. 94/304 on the annual census of main industrial activity characteristics; pipeline carriers are excluded from this exemption.
Article 4. Artikel 4. Les transporteurs soumis aux dispositions de la presente ordonnance, sauf les transporteurs par pipe-lines, sont dispenses de fournir les renseigne ments prevus par l’ordonnance n° 94/304 du 20 septembre 1955 relative au recensement annuel des principales caracteristiques de l’activite indus- trielle. De vervoerders die aan de bepalingen van deze ordonnantie onderworpen zijn, met uitzondering van de vervoerders per buisleidingen, zijn vrijge- steld de inlichtingen te verstrekken voorzien bij ordonnantie nr. 94/304 van 20 September 1955 betreffende de jaarlijkse telling van de voornaam- ste karakteristieken van de industriele bedrijvig- heid. - 5 Verify source ↗
Article 5
AI-assisted research summary: Le Conseil Superieur des Statistiques, ou son comite restreint, doit etre consulte sur la presentation et la publication des resultats. Les informations sur les recettes et les depenses ne peuvent pas etre publiees par reseau; seuls des elements globaux et anonymes peuvent l’etre.
Article 5. Artikel 5. Le Conseil Superieur des Statistiques, ou son comite restreint, sera consulte quant a la presen tation et a la publication des resultats recueillis. Toutefois, les renseignements relatifs aux recet- tes et aux depenses ne pourront faire l’objet d’au- cune publication par reseau. Seuls des elements globaux et anonymes pourront etre publies. De Hoge Raad voor Statistiek, of het beperkt comite, zal geraadpleegd worden met betrekking tot de vorm en de bekendmaking van de bekomen uitslagen. De inlichtingen echter met betrekking tot de inkomsten en uitgaven mogen niet gepubliceerd worden per net. Alleen globale en anonieme ele- menten mogen worden gepubliceerd. - 6 Verify source ↗
Article 6
AI-assisted research summary: Statistical section officials authorized by their head may inspect census-related enterprise accounting records without removing the documents.
Article 6. Artikel 6. Les fonctionnaires de la section Statistique, com- missionnes par le chef de cette derniere, seront autorises a prendre connaissance, sans deplacement des documents, des ecritures comptables des entre- De ambtenaren van de Afdeling Statistiek die hiertoe behoorlijk door het hoofd van deze afde ling zijn aangesteld, zijn gemachtigd zonder ze te verplaatsen, kennis te nemen van de stukken en 55 prises soumiscs au present recenseinent, en vuc de s’assurer de l’exactitude des renseignements four- nis. boeken van de aan deze telling onderworpen on- dernemingen, ten einde zich omtrent de juistheid van de verstrekte inlichtingen te verzekeren. - 7 Verify source ↗
Article 7
AI-assisted research summary: This article repeals Ordinance No. 94/413 of 5 December 1952.
Article 7. Artikel 7. L’ordonnance n° 94/413 du 5 decembre 1952 De ordonnantie nr. 94/413 van 5 December est abrogee. 1952 is ingetrokken. Leopoldville, le 27 decembre 1955. Leopoldstad, 27 December 1955. CORNELIS.
Provision text is displayed from LexChat’s stored statute record. Use the official source links to verify amendments, commencement, and current legal force.
Ask AI about this statute
ORDONNANCE N° 94-400 DU 27 DECEMBRE 1955 RELATIVE A LA STATISTIQUE DES TRANSPORTS
Sign in to ask AI about this statute
Sign in to start authenticated, citation-grounded statute research.
Sign in